Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 25 november 2020

ECLI:NL:RBLIM:2020:9408Zaaknummer 8726860 CV 20-4109

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
25 november 2020
Publicatiedatum
9 december 2020
Zaaknummer
8726860 CV 20-4109
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Redelijke ontruimingstermijn op 2 weken gesteld.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [vestigingsplaats] aan [adres],

3.2.

veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 24.324,24, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 22.356,24 vanaf 19 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling,

3.4.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 3.726,04 voor elke ingegane maand gedurende welke gedaagde partij met ingang van 1 september 2020 het gehuurde in gebruik houdt,

3.5.

veroordeelt gedaagde partij tot vergoeding van de schade, bestaande uit gederfde huurinkomsten over de periode dat de huurovereenkomst, indien niet ontbonden, zou hebben voortgeduurd, berekend over de periode nadat de ontruiming heeft plaatsgevonden tot ten laatste 31 december 2023, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

3.6.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 1.576,89,

3.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8726860 \ CV EXPL 20-4109

Vonnis van de kantonrechter van 25 november 2020

in de zaak van:

de stichting

STICHTING TOT BEHOUD VAN MONUMENTEN LAURENTIUS EN PETRONELLA,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij,

gemachtigden M.O. de Boer en mr. F.A. Rippen,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde partij],

gevestigd [adres],

[vestigingsplaats],

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen met dien verstande dat er een redelijke ontruimingstermijn van twee weken gehanteerd zal moeten worden.

2.2.

Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 100,89
  • griffierecht € 996,00
  • salaris gemachtigde € 480,00 ( 1 x tarief € 480,00)

totaal € 1.576,89

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [vestigingsplaats] aan [adres],

3.2.

veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 24.324,24, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 22.356,24 vanaf 19 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling,

3.4.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 3.726,04 voor elke ingegane maand gedurende welke gedaagde partij met ingang van 1 september 2020 het gehuurde in gebruik houdt,

3.5.

veroordeelt gedaagde partij tot vergoeding van de schade, bestaande uit gederfde huurinkomsten over de periode dat de huurovereenkomst, indien niet ontbonden, zou hebben voortgeduurd, berekend over de periode nadat de ontruiming heeft plaatsgevonden tot ten laatste 31 december 2023, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

3.6.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 1.576,89,

3.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.