Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Limburg, 28 oktober 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:8358Zaaknummer 8727376 \ CV EXPL 20-4123
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 28 oktober 2020
- Publicatiedatum
- 5 november 2020
- Zaaknummer
- 8727376 \ CV EXPL 20-4123
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beslagkosten
3 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.968,13, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.500,00 vanaf 14 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde partij in de aan de zijde van eisende partij gerezen beslagkosten, welke worden begroot op € 846,83,
veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 312,95,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
type: JEC
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 8727376 \ CV EXPL 20-4123
Vonnis van de kantonrechter van 28 oktober 2020
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats 1],
eisende partij,
gemachtigde Vaessen Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen:
[gedaagde],
wonende [adres],
[woonplaats 2],
gedaagde partij,
procederende in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.
De vordering met betrekking tot de beslagkosten is, gelet op het bepaalde in artikel 706 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op:
- explootkosten € 332,83
- griffierecht € 304,00
- salaris gemachtigde € 210,00 (1 x tarief € 120,00)
Totaal € 846,83
Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 102,95
- griffierecht € 0,00
- salaris gemachtigde € 210,00 (1 x tarief € 210,00)
totaal € 312,95
3 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 2.968,13, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.500,00 vanaf 14 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde partij in de aan de zijde van eisende partij gerezen beslagkosten, welke worden begroot op € 846,83,
veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 312,95,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
type: JEC
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.