Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 21 oktober 2020

ECLI:NL:RBLIM:2020:8287Zaaknummer 8766233 \ CV EXPL 20-4525

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21 oktober 2020
Publicatiedatum
30 maart 2021
Zaaknummer
8766233 \ CV EXPL 20-4525
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

----

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 135,58, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 95,00 vanaf 18 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 246,85,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken.

type: IT

coll:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8766233 \ CV EXPL 20-4525

Vonnis van de kantonrechter van 21 oktober 2020

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FAMED B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

eisende partij,

gemachtigde YARDS Deurwaardersdiensten BV,

tegen:

[gedaagde partij],

wonend [adres],

[woonplaats],

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het antwoord van gedaagde partij.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet althans onvoldoende wordt betwist. De vordering dient daarom te worden toegewezen.

2.2.

Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 86,85
  • griffierecht € 124,00
  • salaris gemachtigde € 36,00

totaal € 246,85

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 135,58, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 95,00 vanaf 18 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 246,85,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken.

type: IT

coll:

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.