Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Limburg, 21 oktober 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:8222Zaaknummer C/03/280675 / HA ZA 20-387
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2020
- Publicatiedatum
- 3 november 2020
- Zaaknummer
- C/03/280675 / HA ZA 20-387
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Incident vrijwaring toestaan.
De rechtbank
in het incident
staat toe dat Haskoning DHV Nederland B.V. door de Gemeenten worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 2 december 2020,
houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,
in de hoofdzaak
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 december 2020 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.[_ce3a67d8-288d-472e-a73b-c4098155eba0]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/280675 / HA ZA 20-387
Vonnis in incident bij vervroeging van 21 oktober 2020
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BLM WEGENBOUW B.V.,
gevestigd te Wessem, gemeente Maasgouw,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. C.M. van der Corput,
tegen
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE VOERENDAAL,
zetelend te Voerendaal,
2. de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE SIMPELVELD,
zetelend te Simpelveld,
gedaagden in de hoofdzaak,
eiseressen in het incident,
advocaat mr. H.A.J. Stollenwerck.
Partijen zullen hierna BLM en de Gemeenten genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 12
- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring met producties 1 t/m 3
- de incidentele conclusie van antwoord.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2 De beoordeling in het incident
BLM vordert voor zover hier van belang de Gemeenten hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van in totaal € 216.661,37, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag der dagvaarding. Tussen partijen is een geschil ontstaan over de afwikkeling van de overeenkomst van aanneming.
De Gemeenten vorderen dat hen wordt toegestaan Haskoning DHV Nederland B.V. (hierna: Haskoning) in vrijwaring op te roepen. De Gemeenten hebben de begeleiding bij de aanbestedingsprocedure, de gunning, het opmaken van de overeenkomst van aanneming en het toezicht tijdens het werk uitbesteed aan Haskoning. De Gemeenten stellen dat Haskoning fouten heeft gemaakt die lijden tot schadeplichtigheid.
BLM refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.
3 De beslissing
De rechtbank
in het incident
staat toe dat Haskoning DHV Nederland B.V. door de Gemeenten worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 2 december 2020,
houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,
in de hoofdzaak
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 december 2020 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.[_ce3a67d8-288d-472e-a73b-c4098155eba0]
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:RBLIM:2022:6750 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBLIM:2022:6750 Rechtbank Limburg, 31 augustus 2022 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.