Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 21 oktober 2020

ECLI:NL:RBLIM:2020:8217Zaaknummer C/03/283304 / HA ZA 20-501

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21 oktober 2020
Publicatiedatum
30 oktober 2020
Zaaknummer
C/03/283304 / HA ZA 20-501
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verwijzing art. 46b RO

De rechtbank

3.1.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Oost-Brabant, Burgerlijk Recht, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch,

3.2.

bepaalt dat de zaak aldaar op de rol zal komen van woensdag 4 november 2020 voor beraad zaaksrechter.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.[_6be300c4-022e-422c-b5ea-f500ce4d0b02]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer / rolnummer: C/03/283304 / HA ZA 20-501

Vonnis van 21 oktober 2020

in de zaak van

[eiser],

wonend te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. A.F.G. Bergmans-Jeurissen,

tegen

[gedaagde],

wonend te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. M. Woisch.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding met producties 1 t/m 9
  • het B2-formulier waarbij mr. Woisch zich op de rol van 7 oktober 2020 voor gedaagde als advocaat heeft gesteld.
1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Alvorens inhoudelijk op het gevorderde in te gaan, dient vast te staan of de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht bevoegd is om van het gevorderde kennis te nemen.

2.2.

De rechtbank is absoluut bevoegd in een zaak als de onderhavige (art. 93 b Rv). De zaak is bij de juiste rechter aanhangig gemaakt.

2.3.

Gelet op de woonplaats van gedaagde (art. 99 Rv) is de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht ook relatief bevoegd om van het gevorderde kennis te nemen.

2.4.

Onderhavige zaak zal echter niet door de Rechtbank Limburg in behandeling worden genomen. Reden daarvoor is gelegen in het feit dat de partner van gedaagde werkzaam is bij de Rechtbank Limburg.

2.5.

Om iedere schijn van partijdigheid uit te sluiten, heeft de rechtbank besloten om de zaak op grond van het bepaalde in artikel 46b Wet op de rechterlijke organisatie te verwijzen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Oost-Brabant, Burgerlijk Recht, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch.

2.6.

Vanuit de zittingsplaats ’s-Hertogenbosch zullen partijen vervolgens in kennis worden gesteld over de voortgang van de procedure.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de Rechtbank Oost-Brabant, Burgerlijk Recht, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch,

3.2.

bepaalt dat de zaak aldaar op de rol zal komen van woensdag 4 november 2020 voor beraad zaaksrechter.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken.[_6be300c4-022e-422c-b5ea-f500ce4d0b02]

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.