Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 21 oktober 2020

ECLI:NL:RBLIM:2020:8145Zaaknummer 8666320 \ CV EXPL 20-3557

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
21 oktober 2020
Publicatiedatum
28 oktober 2020
Zaaknummer
8666320 \ CV EXPL 20-3557
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Rente over rente afgewezen

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan:

  • eisende partij sub 1 een bedrag van € 27.685,45, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 27.607,37 vanaf 9 januari 2020 tot de dag van volledige betaling,
  • eisende partij sub 2 een bedrag van € 2.083,98, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.078,10 vanaf 9 januari 2020 tot de dag van volledige betaling,
  • eisende partij sub 3 een bedrag van € 429,76, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 428,55 vanaf 9 januari 2020 tot de dag van volledige betaling,
  • eisende partij sub 4 een bedrag van € 87,30, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 87,10 vanaf 9 januari 2020 tot de dag van volledige betaling,
3.2.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 1.576,89,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8666320 \ CV EXPL 20-3557

Vonnis van de kantonrechter van 21 oktober 2020

in de zaak van:

1 de stichting STICHTING PENSIOENFONDS METAAL EN TECHNIEK,gevestigd te ‘s-Gravenhage,

2. de stichting OTIB, STICHTING OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS VOOR HET TECHNISCH INSTALLATIEBEDRIJF,gevestigd te 's-Gravenhage,

3. de stichting STICHTING SOCIAAL FONDS METAAL EN TECHNIEK,gevestigd te 's-Gravenhage,

4. de stichting STICHTING PRIVATE AANVULLING WW EN WGA METAAL EN TECHNIEK,gevestigd te ‘s-Gravenhage,

eisende partij,

gemachtigde Flanderijn,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IMKS B.V.,

thans zonder bekend kantooradres zowel binnen als buiten Nederland,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen met dien verstande dat voor zover de vordering strekt tot vergoeding van rente op rente deze zal worden afgewezen, nu gesteld noch anderszins gebleken is dat zulks in afwijking van artikel 6:119 lid 2 BW is bedongen. .

2.2.

Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 100,89
  • griffierecht € 996,00
  • salaris gemachtigde € 480,00 (1 x tarief € 480,00)

totaal € 1.576,89

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan:

  • eisende partij sub 1 een bedrag van € 27.685,45, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 27.607,37 vanaf 9 januari 2020 tot de dag van volledige betaling,
  • eisende partij sub 2 een bedrag van € 2.083,98, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.078,10 vanaf 9 januari 2020 tot de dag van volledige betaling,
  • eisende partij sub 3 een bedrag van € 429,76, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 428,55 vanaf 9 januari 2020 tot de dag van volledige betaling,
  • eisende partij sub 4 een bedrag van € 87,30, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 87,10 vanaf 9 januari 2020 tot de dag van volledige betaling,
3.2.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 1.576,89,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.