Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Limburg, 14 oktober 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:8022Zaaknummer 8389162 CV EXPL 20-1146
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2020
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2020
- Zaaknummer
- 8389162 CV EXPL 20-1146
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vordering verdeling nalatenschap, partijen hebben overeenstemming zoals in vonnis opgenomen.
3. De beslissing
De kantonrechter
verdeelt de nalatenschap als volgt:
aan:
eisende partij sub 1 € 446,87
eisende partij sub 2 € 446,87
gedaagde partij sub 1 € 0
gedaagde partij sub 2 € 134,-
gedaagde partij sub 3 € 446,87
gedaagde partij sub 4 € 446,87
gedaagde partij sub 5 € 446,87
gedaagde partij sub 6 € 446,87
gedaagde partij sub 7 € 446,87.
Machtigt eisende partij dan wel gedaagde sub 5 om na deze verdeling de bankrekening op te heffen,
Compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: 8389162 CV EXPL 20-1146
Vonnis van de kantonrechter van 14 oktober 2020
in de zaak van
1 [eisende partij sub 1],
2. [eisende partij sub 2]
beiden wonend te [woonplaats 1],
eisende partij,
gemachtigde mr. E. Emons (ARAG),
tegen
1 [gedaagde partij sub1],
wonend te [woonplaats 2],
gedaagde partij
2. [gedaagde partij sub 2],
wonend te [woonplaats 3],
gedaagde partij
niet verschenen
3. [gedaagde partij sub 3],
wonend te [woonplaats 4],
gedaagde partij
4. [gedaagde partij sub 4],
wonend te [woonplaats 5],
gedaagde partij,
5. [gedaagde partij sub 5],
wonend te [woonplaats 6],
gedaagde partij,
6. [gedaagde partij sub 6]
wonend te [woonplaats 7],
gedaagde partij
7. [gedaagde partij sub 7],
wonend te [woonplaats 8],
gedaagde partij,
gemachtigde [gedaagde partij sub 7] (voor zichzelf en de gedaagde partijen 1, 3 t/m 6).
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de afzonderlijke exploten van dagvaarding allen met producties 1 t/m 14 voor de rol van 18 maart 2020,
- de conclusie van antwoord met producties van gedaagde partij sub 1 voor de rolzitting van 18 maart 2020,
- de conclusie van antwoord van gedaagde partij sub 6 voor de rolzitting van 18 maart 2020,
- het mondeling tussenvonnis van de kantonrechter van 6 mei 2020 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald tegen 8 september 2020 om 9.30 uur,
- het proces-verbaal van mondelinge behandeling op dinsdag 8 september 2020.
Vervolgens is de zaak verwezen naar de rol van 7 oktober 2020 voor vonnis, welke beslissing nader is bepaalde op heden.
2 De overwegingen
Zoals in de dagvaardingen reeds is vermeld, zijn partijen allen kinderen van [erflaatster], overleden op [overlijdensdatum].
Omdat er onenigheid is ontstaan over de wijze van afwikkeling van de nalatenschap, heeft eisende partij onderhavige procedure aanhangig gemaakt.
Tijdens de mondelinge behandeling, zo blijkt uit het daarvan opgemaakte proces-verbaal, heeft de kantonrechter echter geconstateerd dat alle aanwezige partijen kunnen instemmen met de voorgestelde verdeling.
Verdeeld dient te worden, aan:
eisende partij sub 1 € 446,87
eisende partij sub 2 € 446,87
gedaagde partij sub 1 € 0
gedaagde partij sub 2 € 134,-
gedaagde partij sub 3 € 446,87
gedaagde partij sub 4 € 446,87
gedaagde partij sub 5 € 446,87
gedaagde partij sub 6 € 446,87
gedaagde partij sub 7 € 446,87.
Nu partijen daarover consensus hebben bereikt, zal dienovereenkomstig worden beslist.
Aan eisende partij dan wel gedaagde partij sub 5 zal machtiging worden verleend om na de verdeling de bankrekening op te hebben.
De kantonrechter acht, gelet op de familiaire relatie tussen partijen, termen aanwezig om de kosten van deze procedure te compenseren in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
3. De beslissing
De kantonrechter
verdeelt de nalatenschap als volgt:
aan:
eisende partij sub 1 € 446,87
eisende partij sub 2 € 446,87
gedaagde partij sub 1 € 0
gedaagde partij sub 2 € 134,-
gedaagde partij sub 3 € 446,87
gedaagde partij sub 4 € 446,87
gedaagde partij sub 5 € 446,87
gedaagde partij sub 6 € 446,87
gedaagde partij sub 7 € 446,87.
Machtigt eisende partij dan wel gedaagde sub 5 om na deze verdeling de bankrekening op te heffen,
Compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.