Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 14 oktober 2020

ECLI:NL:RBLIM:2020:7903Zaaknummer 8476379 \ CV EXPL 20-1846

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
14 oktober 2020
Publicatiedatum
21 oktober 2020
Zaaknummer
8476379 \ CV EXPL 20-1846
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Geen ambtshalve toetsing, betreft handelspartij.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 3.088,03, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.670,26 vanaf 1 april 2020 en over € 400,54 vanaf 31 maart 2020, een en ander tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 792,38, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 120,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening,

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken

.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De verdere procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8476379 \ CV EXPL 20-1846

Vonnis van de kantonrechter van 14 oktober 2020

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOUWMACHINES HOLLANDERS B.V.,

gevestigd te Hoensbroek,gemeente Heerlen,

eisende partij,

gemachtigde mr. A.L. Stegeman,

tegen:

[gedaagde partij],

wonende [adres],

[woonplaats],

gedaagde partij,

gemachtigde mr. B.H.M. Nijsten.

1 De verdere procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 19 augustus 2020

- de akte na tussenvonnis.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde akte blijkt dat gedaagde partij geen consument is, doch handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. De kantonrechter komt daarom niet toe aan ambtshalve toepassing van de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht.

2.2.

Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.

2.3.

Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 83,38
  • griffierecht € 499,00
  • salaris gemachtigde € 210,00 (1 x tarief € 210,00)

totaal € 792,38

2.4.

De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis.

2.5.

De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen overeenkomstig de richtlijnen van het LOVCK&T en worden begroot op een half salarispunt conform het liquidatietarief proceskosten met een maximum van € 120,00 aan nakosten salaris.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 3.088,03, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.670,26 vanaf 1 april 2020 en over € 400,54 vanaf 31 maart 2020, een en ander tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 792,38, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.3.

veroordeelt gedaagde partij onder de voorwaarde dat deze niet binnen twee weken na aanschrijving door eisende partij volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

- € 120,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening,

- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de dag der voldoening,

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken

.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.