Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Limburg, 7 oktober 2020

ECLI:NL:RBLIM:2020:7571Zaaknummer 04 8278255

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
7 oktober 2020
Publicatiedatum
25 mei 2021
Zaaknummer
04 8278255
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Roermond
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Autorijschool maakt oneigenlijk gebruik van rijexamen om zo (medische) conclusies van het CBR af te dwingen. Kosten rijexamen moeten aan kandidaat worden vergoed. Niet gebleken dat rijlessen van onvoldoende kwaliteit waren. Geen reden tot terugbetaling van de reeds betaalde bedragen.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 229,00,

5.2.

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.

type: DT

coll:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 8278255 \ CV EXPL 20-186

Vonnis van de kantonrechter van 7 oktober 2020

in de zaak van:

[eiser],

wonend [woonplaats eiser],

eisende partij,

gemachtigde mr. J.H.M. Verstraten,

tegen:

[gedaagde] h.o.d.n. [rijschool gedaagde],

wonend [adres gedaagde],

[woonplaats gedaagde],

gedaagde partij,

gemachtigde mr. M.J.T.M. Verstegen (ARAG SE).

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding
  • de conclusie van antwoord
  • de beslissing waarbij een mondelinge behandeling is bepaald
  • de mondelinge behandeling van 24 augustus 2020.
1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft tussen 18 januari 2018 en augustus 2018 autorijlessen afgenomen bij [gedaagde].

2.2.

Op 20 februari 2018 heeft [eiser] een tussentijdse toets afgelegd bij het Centraal Bureau voor Rijvaardigheid (hierna CBR).

Hierin is – voor zo ver van belang – het volgende opgenomen:

‘ Onvoldoende examenonderdelen / toetsadviezen

Bijzondere manoeuvres Kijken, beheersing

Gedrag nabij en op kruispunten Kijkstructuur

Inhalen – zijdelingse verplaatsing Plaats

Invoegen – uitvoegen Plaats, beheersing

Rijden op rechte en bochtige Beheersing

weggedeelten

Algemeen toetsadvies Melding na toets, beheersing, verkeerstaak

(…)

Overige informatie

Bijzondere opmerking Melding na toets, beheersing in combinatie

met verkeerstaak. Ogentest onvoldoende,

geeft zelf aan met linkeroog 60% zicht te hebben

Bijzondere opmerking wegens Negatieve ogentest

Instructeur meegereden

Resultaat van de ogentest Niet goed

(…)’

2.3.

Kort na deze tussentijdse toets is [eiser] overgegaan van een handgeschakelde auto naar een automaat om zijn lessen me te vervolgen.

2.4.

Op 3 augustus 2018 het praktijkexamen bij het CBR plaatsgevonden. [eiser] heeft dit examen niet gehaald.

Hierin is - voor zover van belang - het volgende opgenomen:

‘ Onvoldoende examenonderdelen / toetsadviezen

Gedrag nabij en op kruispunten Kijkgedrag

Gedrag nabij en op kruispunten Plaats op weg/van handeling

Gedrag nabij en op kruispunten Rijklaar maken en bediening/beheersing

Inhalen – zijdelingse verplaatsing Kijkgedrag

Inhalen – zijdelingse verplaatsing Rijklaar maken en bediening/beheersing

Invoegen – uitvoegen Kijkgedrag

Rijden op rechte en bochtige Plaats op de weg/van handeling

Weggedeelten

Rijden op rechte en bochtige Rijklaar maken en bediening/beheersing

Weggedeelten

Overige informatie

Automaat

Bijzondere opmerkingen Kandidaat, [eiser] geeft aan meer dan 120

rijlessen te hebben gehad. [eiser] heeft het voertuig

met name in de bochten en bij het afslaan niet

onder controle. [eiser] heeft heel veel moeite met

zijn motoriek. Niet alleen de fijne maar ook zeker

zijn grove motoriek werkt nadelig bij het afslaan.

Graag advies via DPR.

Bijzondere opmerking wegens Opvallend afwijkend (rij)gedrag

Instructeur meegereden

Resultaat van de ogentest Goed

(…)’

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert - samengevat – te bepalen dat er sprake is van wanprestatie jegens [eiser] en veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 3.356,40, althans € 2.631,40, althans € 229,00 vermeerderd met de proceskosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Vast staat dat [eiser] in de periode tussen 18 januari 2018 en augustus 2018 autorijlessen heeft afgenomen bij [gedaagde]. In totaal 120 rijlessen, tegen een bedrag van in totaal € 2.948,40. Daarnaast heeft [eiser] een tussentijdse toets afgelegd voor en bedrag van

€ 179,00 en het praktijkexamen voor en bedrag van € 229,00.

4.2.

[eiser] stelt dat er sprake is van wanprestatie door [gedaagde]. Volgens [eiser] blijkt uit het rapport van het rijexamen dat [eiser] nog lang niet over de rijvaardigheden beschikte die hij nodig had om te kunnen slagen voor het examen. Tussen de tussentijdse toets en het rijexamen is het rijgedrag van [eiser] niets verbeterd. Volgens [eiser] is er ook niet gewerkt aan de vaardigheden die onvoldoende waren ten tijde van tussentijdse toets.

[eiser] had regelmatig vier lessen per week, in twee blokken. Het gemiddelde aantal lesuren is volgens het CBR 39, terwijl [eiser] vele uren meer heeft gemaakt. Er is sprake van een exorbitante hoeveelheid lessen die [gedaagde] heeft laten afnemen, terwijl uit niets blijkt dat [gedaagde] [eiser] op enig moment heeft gewaarschuwd.

4.3.

[gedaagde] betwist dat er sprake is van wanprestatie. Volgens [gedaagde] is [eiser] een aantal malen gewaarschuwd dat zijn vaardigheden onvoldoende waren en dat het behalen van het examen moeilijk zou worden.

De tussentijdse toets wordt normaliter gedaan wanneer je ongeveer driekwart van je rijlessen hebt gehad. [eiser] had, toen hij bij [gedaagde] begon al ongeveer 40 lessen gevolgd bij een andere rijschool. Daarom is de tussentijdse toets al snel aangevraagd en in februari al afgenomen.

4.4.

De kantonrechter overweegt als volgt.

De tussentijdse toets

De tussentijdse toets van het CBR is kennelijk een voortgangscheck en bedoeld om aandachtspunten te formuleren voor het resterende deel van de rijlessen. In geval van [eiser] heeft dit geleid tot een overstap van een handgeschakelde auto naar een automaat, waarna – zo stelt [eiser] zelf – zijn rijgedrag verbeterde.

Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] deze toets op verkeerde gronden heeft aangevraagd.

Het rijexamen

Volgens [eiser] heeft [gedaagde] het rijexamen aangevraagd terwijl [eiser] nog niet over voldoende rijvaardigheid beschikte, hetgeen [gedaagde] wist. Dit heeft de betreffende rijinstructeur tegen [eiser] gezegd, na afloop van het examen, en dit blijkt ook uit de door [gedaagde] bij antwoord overgelegde verklaring van deze rijinstructeur, [naam rijinstructeur].

[naam rijinstructeur] verklaart daarin het volgende:

‘meermaals heb ik [eiser] te kennen gegeven, dat het halen van een rijbewijs in de verre toekomst zat.

De bediening van het voertuig en het verkeersinzicht waren zijn grootste probleem, gezien zijn traagheid.’

Volgens [gedaagde] is de rijschool niet bevoegd om een oordeel te vellen over de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het bersturen van een motorrijtuig. In de conclusie van antwoord stelt [gedaagde] dat [eiser] niet opnieuw een tussentijdse toets wilde afleggen en wilde ook niet luisteren naar de waarschuwingen van de instructeur. Het praktijkexamen is aangevraagd in de hoop dat [eiser] zich iets zou aantrekken van de conclusies van het CBR.

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van het rijexamen. De kwestie had niet op deze manier aan het CBR mogen worden voorgelegd. Het doel van een examen is immers ‘slagen’ en het is niet de bedoeling om op deze manier een medisch deskundig advies af te dwingen. Kennelijk heeft (de rijinstructeur van) [gedaagde] vooraf reeds gedacht dat [eiser] zou zakken voor zijn examen. Dat maakt dat [eiser] nodeloos kosten heeft moeten maken.

De vordering van [eiser] ten aanzien van het bedrag ad € 229,00 zal daarom worden toegewezen.

De rijlessen

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] onvoldoende onderbouwd dat de lessen van onvoldoende kwaliteit waren. Immers [eiser] had reeds 40 lessen gehad bij een andere rijschool en een paar lessen van [gedaagde] toen hij de tussentijdse toets aflegde. Ondanks deze hoeveelheid lessen (reeds boven het gemiddelde van de het totaal aantal lessen tot een examen) waren er de nodige opmerkingen naar aanleiding van deze toets en was het advies van de rijschool om over te stappen naar en automaat. Ook nu – na minimaal 30 lessen bij [rijschool x], en inmiddels een totaal van 190 lessen bij drie rijscholen – vindt de huidige rijschool [rijschool x] dat [eiser] nog lang niet klaar is voor een examen. Kennelijk heeft [eiser] voor het behalen van het rijexamen – hoewel volgens [rijschool x] niet onmogelijk – ruim meer dan het gemiddelde aantal lessen die er voor staan nodig. [eiser] heeft ook niet gesteld, noch een verklaring van [rijschool x] overgelegd waaruit zou blijken dat [gedaagde] de rijvaardigheden verkeerd heeft aangeleerd.

De vordering van [eiser] ten aanzien van de rijlessen wordt daarom afgewezen.

4.5.

Gelet op het vorenstaande wordt enkel het bedrag voor het rijexamen ad € 229,00 toegewezen. Voor het overige wordt de vordering afgewezen.

Gelet op deze uitkomst ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren.

4.6.

De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 229,00,

5.2.

compenseert de proceskosten, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.

type: DT

coll:

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.