Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 30 september 2020

ECLI:NL:RBLIM:2020:7457Zaaknummer 8624274 \ CV EXPL 20-3206

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
30 september 2020
Publicatiedatum
8 oktober 2020
Zaaknummer
8624274 \ CV EXPL 20-3206
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Geen uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de verklaring voor recht

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verklaart voor recht dat eisende partij gerechtigd is om de aansluiting(en) op het verbruiksadres ( [adres] te [woonplaats]) te onderbreken door het verrichten van de daarvoor noodzakelijke werkzaamheden en vervolgens onderbroken te houden,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij tot ontruiming van het verbruiksadres ( [adres] te [woonplaats]) welke ontruiming wordt beperkt tot de ruimte(s) die betreden moet(en) worden om toegang tot de meter(s) en/of aansluiting(en) te verkrijgen en voor de duur van de voor de onderbreking van de aansluiting(en) noodzakelijke werkzaamheden, dit op grond van primair artikel 558 onder b Rv en subsidiair artikel 491 Rv,

3.3.

beveelt gedaagde partij om aan eisende partij de meter(s) af te geven, met machtiging van eisende partij om, indien gedaagde partij in gebreke mocht blijven aan dit bevel te voldoen, dit vonnis zelf ten uitvoer te leggen met behulp van een gerechtsdeurwaarder op de voet van artikel 491 Rv,

3.4.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 389,09,

3.5.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

3.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8624274 \ CV EXPL 20-3206

Vonnis van de kantonrechter van 30 september 2020

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ENEXIS NETBEHEER B.V.,

gevestigd te Zwolle,

eisende partij,

gemachtigden Flanderijn,

tegen:

[gedaagde],

wonende [adres],

[woonplaats],

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen behoudens de gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de verklaring voor recht, welke zich hiertoe niet leent.

2.2.

Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 85,09
  • griffierecht € 124,00
  • salaris gemachtigde € 180,00 (1 x tarief € 180,00)

totaal € 389,09

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

verklaart voor recht dat eisende partij gerechtigd is om de aansluiting(en) op het verbruiksadres ( [adres] te [woonplaats]) te onderbreken door het verrichten van de daarvoor noodzakelijke werkzaamheden en vervolgens onderbroken te houden,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij tot ontruiming van het verbruiksadres ( [adres] te [woonplaats]) welke ontruiming wordt beperkt tot de ruimte(s) die betreden moet(en) worden om toegang tot de meter(s) en/of aansluiting(en) te verkrijgen en voor de duur van de voor de onderbreking van de aansluiting(en) noodzakelijke werkzaamheden, dit op grond van primair artikel 558 onder b Rv en subsidiair artikel 491 Rv,

3.3.

beveelt gedaagde partij om aan eisende partij de meter(s) af te geven, met machtiging van eisende partij om, indien gedaagde partij in gebreke mocht blijven aan dit bevel te voldoen, dit vonnis zelf ten uitvoer te leggen met behulp van een gerechtsdeurwaarder op de voet van artikel 491 Rv,

3.4.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 389,09,

3.5.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

3.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.