Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Limburg, 23 september 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:7235Zaaknummer 8639078 \ CV EXPL 20-3309
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 23 september 2020
- Publicatiedatum
- 2 oktober 2020
- Zaaknummer
- 8639078 \ CV EXPL 20-3309
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Ontbinding huurovereenkomst, ontruiming gehuurde, achterstand huurtermijnen 13 maanden
3 De beslissing
De kantonrechter
ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] aan [adres],
veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,
veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 2.453,17, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.182,56 (huurachterstand tot en met juli 2020) vanaf 6 juli 2020 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen de te vervallen huurpenningen ad € 565,09 per maand, of zoveel als bij een wettelijke huurverhoging zal zijn toegelaten, vanaf augustus 2020 tot aan de datum van de ontbinding van de huurovereenkomst, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de eerste van de maand indien deze termijn niet of niet tijdig wordt voldaan tot de dag der algehele voldoening,
veroordeelt gedaagde partij om een eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 565,09 of zoveel als bij een wettelijke huurverhoging zal zijn toegelaten, voor elke ingegane maand met ingang van 1 augustus 2020 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de eerste van de maand indien deze termijn niet of niet tijdig wordt voldaan tot de dag der algehele voldoening,
veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 961,96,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Driever en in het openbaar uitgesproken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 8639078 \ CV EXPL 20-3309
Vonnis van de kantonrechter van 23 september 2020
in de zaak van:
de stichting WONINGSTICHTING MAASVALLEI MAASTRICHT,
gevestigd te Maastricht,
eisende partij,
gemachtigde mr. R.J.V.M. Batta,
tegen:
[gedaagde],
wonend [adres],
[woonplaats],
gedaagde partij,
procederende in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het antwoord van gedaagde partij
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 september 2020.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De beoordeling
Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet wordt betwist. De reeds ontstane achterstand in de betalingsverplichtingen, rechtvaardigt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 102,96
- griffierecht € 499,00
- salaris gemachtigde € 360,00
totaal € 961,96
3 De beslissing
De kantonrechter
ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] aan [adres],
veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,
veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 2.453,17, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.182,56 (huurachterstand tot en met juli 2020) vanaf 6 juli 2020 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen de te vervallen huurpenningen ad € 565,09 per maand, of zoveel als bij een wettelijke huurverhoging zal zijn toegelaten, vanaf augustus 2020 tot aan de datum van de ontbinding van de huurovereenkomst, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de eerste van de maand indien deze termijn niet of niet tijdig wordt voldaan tot de dag der algehele voldoening,
veroordeelt gedaagde partij om een eisende partij te betalen een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 565,09 of zoveel als bij een wettelijke huurverhoging zal zijn toegelaten, voor elke ingegane maand met ingang van 1 augustus 2020 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd, telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de eerste van de maand indien deze termijn niet of niet tijdig wordt voldaan tot de dag der algehele voldoening,
veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 961,96,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Driever en in het openbaar uitgesproken.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.