Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Limburg, 26 augustus 2020

ECLI:NL:RBLIM:2020:6407Zaaknummer 8608210 \ CV EXPL 20-3019

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
26 augustus 2020
Publicatiedatum
2 september 2020
Zaaknummer
8608210 \ CV EXPL 20-3019
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Recht vervallen, wettelijke rente vanaf respectieve vervaldatum.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 6.040,93, vermeerderd met de wettelijke rente over de onderliggende facturen vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 886,99, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 8608210 \ CV EXPL 20-3019

Vonnis van de kantonrechter van 26 augustus 2020

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PUNCTUA EN PARTNERS B.V.,

gevestigd Raadhuisplein 10,

6436 BW Amstenrade, gemeente Beekdaelen,

eisende partij,

gemachtigde mr. L.N. Hermans,

tegen:

[gedaagde partij] h.o.d.n. [handelsnaam],

zaakdoende [adres],

[adres],

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord. De vordering van eisende partij staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen met dien verstande dat de gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen over de onderliggende facturen vanaf de respectieve vervaldata van die onderliggende facturen.

2.2.

Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:

  • dagvaarding € 87,99
  • griffierecht € 499,00
  • salaris gemachtigde € 300,00 (1 x tarief € 300,00)

totaal € 886,99

2.3.

De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 6.040,93, vermeerderd met de wettelijke rente over de onderliggende facturen vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 886,99, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

type: JEC

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.