Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Limburg, 22 oktober 2019
ECLI:NL:RBLIM:2019:9398Zaaknummer 8105376 cv expl 19-6878
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 22 oktober 2019
- Publicatiedatum
- 24 oktober 2019
- Zaaknummer
- 8105376 cv expl 19-6878
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Kort geding
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Kort geding; verwijzing zonder behandeling
3 De beslissing
De voorzieningenrechter
In het incident:
verwijst de zaak voor verdere behandeling naar de rechtbank Den Haag, kort geding;
begrijpt dat de behandeling van deze zaak kan worden voortgezet op 12 november 2019, 14.15 uur in de rechtbank Den Haag, op welke datum en tijdstip (ook) de mondelinge behandeling plaatsvindt van het kort geding met kenmerk 8097937 RL EXPL 19-23467;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Verder in het incident en in de hoofdzaak
houdt iedere verdere beslissing aan
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2019.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: 8105376 / CV EXPL 19-6878
Vonnis in kort geding van 22 oktober 2019 van de kamer voor kantonzaken
in de zaak van
CBRE DHC MAASTRICHT (GROTE STAAT) B.V.,
gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer,
eiseres,
advocaat mr. T.H.G. Steenmetser,
tegen
HBC NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
advocaat mr. B.N. Cammelbeek.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de kopie van de dagvaarding zonder de aangekondigde producties;
- het schrijven van mr. Boumans namens CBRE van 18 oktober 2019 met het verzoek deze zaak aan te brengen en te verwijzen naar de rechtbank Den Haag;
- het schrijven van mr. Cammelbeek van 18 oktober 2019 waarin namens HBC wordt bevestigt dat HBC akkoord gaat met verwijzing van de zaak met kenmerk 8105376 CV 19-6878 naar de rechtbank Den Haag zonder verdere mondelinge behandeling.
Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.
2 De beoordeling
In het incident
De onderhavige zaak betreft de verhuur van winkelruimte in Maastricht door CBRE aan HBC. CBRE heeft in haar brief van 18 oktober 2019 aangevoerd dat tussen een zustermaatschappij van haar en HBC reeds een zaak aanhangig is bij de rechtbank Den Haag, kamer kantonzaken, kort geding, met nagenoeg hetzelfde feitencomplex met kenmerk 8097937 RL EXPL 19-23467. CBRE verzoekt verwijzing en voeging van de Maastrichtse zaak, zonder mondelinge behandeling van deze zaak ten overstaan van de rechter te Maastricht, welke mondelinge behandeling was bepaald op 29 oktober 2019. HBC heeft ingestemd met dit verzoek van CBRE.
Het verzoek tot verwijzing zal worden toegewezen zoals hieronder is bepaald. Het verzoek tot voeging zal door de rechtbank Den Haag moeten worden beoordeeld.
In het incident en in de hoofdzaak
Alle verdere beslissingen worden aangehouden.
3 De beslissing
De voorzieningenrechter
In het incident:
verwijst de zaak voor verdere behandeling naar de rechtbank Den Haag, kort geding;
begrijpt dat de behandeling van deze zaak kan worden voortgezet op 12 november 2019, 14.15 uur in de rechtbank Den Haag, op welke datum en tijdstip (ook) de mondelinge behandeling plaatsvindt van het kort geding met kenmerk 8097937 RL EXPL 19-23467;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Verder in het incident en in de hoofdzaak
houdt iedere verdere beslissing aan
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Sijmonsma en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2019.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.