Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Limburg, 13 juni 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:5520Zaaknummer 04 6694521/CV 18-1175
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 13 juni 2018
- Publicatiedatum
- 18 juni 2018
- Zaaknummer
- 04 6694521/CV 18-1175
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Roermond
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beroep op verjaring wordt gepasseerd. Geen bewijs dat de gevorderde facturen zijn betaald. Volgt toewijzing van de vordering
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 687,26, vermeerderd met de wettelijke rente over € 664,98 vanaf 30 januari 2018 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 760,09,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken.
type: HM
coll:
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 6694521 \ CV EXPL 18-1175
Vonnis van de kantonrechter van 13 juni 2018
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DIRECT PAY SERVICES B.V.,
gevestigd te Barendrecht,
eisende partij,
gemachtigde Webcasso B.V.,
tegen:
[gedaagde partij],
wonend [gedaagde partij],
[woonplaats gedaagde partij],
gedaagde partij,
procederende in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Uit hoofde van een met Essent Retail Energie B.V. gesloten overeenkomst heeft Essent gas en elektriciteit geleverd in opdracht en voor rekening van gedaagde partij op het adres [gedaagde partij] te [woonplaats gedaagde partij]. Essent heeft op 3 maart 2016 de eindafrekening opgemaakt. Essent heeft vervolgens haar vordering op gedaagde partij aan eisende partij overgedragen,.
3 Het geschil
Eisende partij vordert - samengevat - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 687.26, vermeerderd met rente en kosten.
Gedaagde partij voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Gedaagde partij stelt dat zij geruime tijd niets meer heeft gehoord van eisende partij en dat het onterecht is om twee jaar na dato tot dagvaartding over te gaan. Voor zover gedaagde partij met dit verweer een beroep op verjaring beoogt stelt de kantonrechter vast dat de gevorderde bedragen betrekking hebben op facturen van respectievelijk 6 januari 2016, het termijn bedrag van januari 2016, 6 februari 2016, het termijn bedrag van februari 2016 en 3 maart 2016 de eindafrekening. De dagvaarding is uitgebracht op 30 januari 2017. Van verjaring kan daarom geen sprake zijn.
De vordering heeft betrekking op twee termijnbedragen die in de eindafrekening zijn meegenomen en het bedrag van de eindafrekening. De kantonrechter stelt vast dat gedaagde partij geen verweer voert tegen de eindafrekening zodat deze als vaststaand moet worden aangenomen. Gedaagde legt geen bewijs van betaling over van de gevorderde facturen noch biedt hij bewijs daarvan aan. Hij stelt zelfs niet eens dat deze zijn betaald. De vordering moet daarom als onvoldoende gemotiveerd weersproken worden toegewezen.
De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 84,09
- griffierecht 476,00
- salaris gemachtigde 200,00 ( 2 x tarief € 100,00)
totaal € 760,09
De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 687,26, vermeerderd met de wettelijke rente over € 664,98 vanaf 30 januari 2018 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 760,09,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken.
type: HM
coll:
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.