Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Limburg, 30 mei 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:4920Zaaknummer 04 6424793 cv expl 17-8506
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 30 mei 2018
- Publicatiedatum
- 1 juni 2018
- Zaaknummer
- 04 6424793 cv expl 17-8506
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Roermond
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beroep op verjaring wordt gehonoreerd. Volgt afwijzing van de vordering.
5 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vordering af,
veroordeelt eisende partij in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij gevallen en tot op heden begroot op € 800,00,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.
type: HM
coll:
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 6424793 \ CV EXPL 17-8506
Vonnis van de kantonrechter van 30 mei 2018
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TRAARBACH SPEELAUTOMATEN B.V.,
gevestigd te Sittard,
eisende partij,
gemachtigde mr. J.M.TH. de Jonge,
tegen:
1. de vennootschap onder firma [bedrijfsnaam gedaagde sub 1] V.O.F. h.o.d.n. [handelsnaam gedaagde sub 1] ,gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde sub 1],
2. [gedaagde sub 2] vennoot van gedaagde sub 1,wonend [adres gedaagde sub 2] ,[woonplaats gedaagde sub 2],
3. [gedaagde partij sub 3], vennoot van gedaagde sub 1,wonend [adres gedaagde sub 3] ,[woonplaats gedaagde sub 3],
gedaagde partij,
gemachtigde mr. B.M.M. Hepkema.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Eisende partij heeft op 22 oktober 2008 een geldlening verstrekt aan vof De Gats en gedaagde partij sub 2 en 3. Tussen partijen is overeengekomen dat deze lening uiterlijk op 22 oktober 2010 volledig wordt terug betaald.
3 Het geschil
Eisende partij vordert – samengevat – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 23.510,61, vermeerderd met rente en kosten.
Gedaagde partij voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Als meest verstrekkende verweer doet gedaagde partij een beroep op verjaring van de vordering. Het als productie 12 door eisende partij overgelegde document voldoet volgens gedaagde partij niet aan de aan een stuiting te stellen eisen.
De kantonrechter stelt vast dat de vordering op 22 oktober 2010 opeisbaar werd en op dat moment de verjaringstermijn van vijf jaren een aanvang nam. Eisende partij beroept zich op een stuitinghandeling die zou blijken uit productie 12 bij repliek. De kantonrechter is van oordeel dat dit stuk niet voldoet aan de eisen die de wet stelt. Er is immers geen sprake van een schriftelijke mededeling waarin de schuldenaar zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Nu geen sprake is van een rechtsgeldige stuiting moet het beroep op verjaring worden gehonoreerd en de vordering worden afgewezen. De overige verweren kunnen daarom onbesproken blijven.
Eisende partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van gedaagde partij worden begroot op € 800,00 ( 2 x tarief € 400,00) aan salaris gemachtigde.
De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
5 De beslissing
De kantonrechter
wijst de vordering af,
veroordeelt eisende partij in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij gevallen en tot op heden begroot op € 800,00,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.
type: HM
coll:
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.