Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Limburg, 19 juli 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:6897Zaaknummer 03 5886970M CV EXPL 17-3351
- Instantie
- Rechtbank Limburg
- Datum uitspraak
- 19 juli 2017
- Publicatiedatum
- 2 augustus 2017
- Zaaknummer
- 03 5886970M CV EXPL 17-3351
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Roermond
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Premie zorgverzekering. Verweer is ongeloofwaardig en niet onderbouwd.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 477,08, vermeerderd met de wettelijke rente over € 203,06 vanaf 30 maart 2017 tot aan de voldoening,
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 338,05,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.
type: HM
coll:
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 5886970 \ CV EXPL 17-3351
Vonnis van de kantonrechter van 19 juli 2017
in de zaak van:
de onderlinge waarborgmaatschappij STAD HOLLAND ZORGVERZEKERAAR U.A.,
gevestigd te Schiedam,
eisende partij,
gemachtigde Gerechtsdeurwaarderskantoor Van Arkel,
tegen:
[gedaagde],
wonend [adres gedaagde]
,
gedaagde partij,
procederende in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek tevens akte vermeerdering van eis
- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Gedaagde partij heeft een zorgverzekeringsovereenkomst gesloten met eisende partij. Gedaagde partij heeft een achterstand in de betaling van de premie laten ontstaan. Partijen hebben voor de premieachterstand een betalingsregeling getroffen. Gedaagde partij is de betalingsregeling niet stipt nagekomen.
3 Het geschil
Eisende partij vordert – samengevat en na vermeerdering van eis – veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 477,08, vermeerderd met rente en kosten.
Gedaagde partij voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4 De beoordeling
Bij repliek vermeerdert eisende partij haar vordering met de inmiddels vervallen premietermijnen van januari en februari 2017 in totaal een bedrag van € 224,00. Gedaagde partij maakt geen bezwaar tegen de eisvermeerdering en stelt dat deze termijnen zijn overgemaakt naar eisende partij maar brengt geen betalingsbewijzen in geding ter zake van deze premietermijnen. Gedaagde partij stelt dat hem pas uit de specificatie bij de conclusie van repliek duidelijk is geworden hoe de vordering is samengesteld. De kantonrechter acht dit verweer ongeloofwaardig nu immers uit het antwoord van gedaagde partij duidelijk blijkt dat gedaagde partij op de hoogte was van de openstaande posten en de tussen partijen getroffen betalingsregeling. Gedaagde partij stelt zelf dat hij vergeten is de getroffen betalingsregeling na te komen. Dat eisende partij er vervolgens voor kiest een procedure te entameren komt, nu gedaagde partij de getroffen betalingsregeling niet nakomt, geheel en al voor rekening en risico van gedaagde partij. Nu gedaagde partij geen enkel betalingsbewijs van de gevorderde premiebedragen in geding brengt noch bewijs van betaling aanbiedt wordt de – vermeerderde – vordering van eisende partij toegewezen.
De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde partij toe te laten tot nadere bewijslevering.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 101,05
- griffierecht 117,00
- salaris gemachtigde 120,00 ( 2 x tarief € 60,00)
totaal € 338,05
De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen een bedrag van € 477,08, vermeerderd met de wettelijke rente over € 203,06 vanaf 30 maart 2017 tot aan de voldoening,
veroordeelt gedaagde partij in de proceskosten aan de zijde van eisende partij gevallen en tot op heden begroot op € 338,05,
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M.J.F. Piëtte en in het openbaar uitgesproken.
type: HM
coll:
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.