Uitspraak · Burgerlijk procesrecht

Rechtbank Limburg, 16 februari 2016

ECLI:NL:RBLIM:2016:1314Zaaknummer 4770759 CV EXPL 16-1014

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
16 februari 2016
Publicatiedatum
22 februari 2016
Zaaknummer
4770759 CV EXPL 16-1014
Rechtsgebied
Civiel recht, Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
Procedure
Kort geding
Zittingsplaats
Maastricht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Ontruiming in kort geding. Verstek.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woonruimte staande en gelegen te [woonplaats 2] aan de [adres] (begane grond achter) met al de zijnen en al het zijne te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [eiser] te stellen;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om tegen bewijs van kwijting aan [eiser] € 1.960,00 te betalen, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1% per maand vanaf de vervaldata van de respectieve huurtermijnen tot aan de dag van voldoening,

3.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 155,00 voor elke ingegane maand vanaf 1 februari 2016 tot aan de dag dat de overeenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd althans tot aan de dag van ontruiming,

3.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot de datum van dit vonnis begroot op € 719,06,

3.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en is in het openbaar uitgesproken.

RK

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Burgerlijk recht

Zaaknummer: 4770759 CV EXPL 16-1014

Vonnis in kort geding van 16 februari 2016

in de zaak van

[eiser],

wonend te [woonplaats 1],

eisende partij,

gemachtigde mr. R.M.I. Cornelissen

tegen

[gedaagde],

wonend te [woonplaats 2],

gedaagde partij,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • het exploot van dagvaarding van 29 januari 2016
  • de mondelinge behandeling ter zitting van 15 februari 2016, waar [eiser] heeft gepersisteerd bij de vordering en [gedaagde] niet is verschenen zodat tegen hem verstek is verleend. [gedaagde] heeft tien minuten voor aanvang van de zitting telefonisch aan de rechtbank medegedeeld dat hij vanwege rug- en nekklachten verhinderd is, doch deze enkele mededeling geldt niet als verschijning en evenmin als (bewijs van) overmacht.
1.2.

Daarna is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Het gestelde spoedeisende belang is niet weersproken en vloeit voort uit de aard van de vordering. Doordat [gedaagde] niet ter zitting is verschenen, is de vordering in deze procedure onweersproken gebleven. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal derhalve worden toegewezen als onder 3, zij het dat de ontruimingstermijn op het wettelijke minimum van drie dagen gesteld wordt.

2.2.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot de datum van dit vonnis begroot op

€ 719,06, bestaande uit € 400,00 aan salaris gemachtigde, € 223,00 aan griffierecht en

€ 96,06 aan explootkosten.

3 De beslissing

De kantonrechter

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woonruimte staande en gelegen te [woonplaats 2] aan de [adres] (begane grond achter) met al de zijnen en al het zijne te ontruimen en ontruimd te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van [eiser] te stellen;

3.2.

veroordeelt [gedaagde] om tegen bewijs van kwijting aan [eiser] € 1.960,00 te betalen, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1% per maand vanaf de vervaldata van de respectieve huurtermijnen tot aan de dag van voldoening,

3.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 155,00 voor elke ingegane maand vanaf 1 februari 2016 tot aan de dag dat de overeenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd althans tot aan de dag van ontruiming,

3.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot de datum van dit vonnis begroot op € 719,06,

3.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. van Unen en is in het openbaar uitgesproken.

RK

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.