Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Groningen, 27 april 2011
ECLI:NL:RBGRO:2011:BQ8304Zaaknummer 126184/HA RK 11-146
- Instantie
- Rechtbank Groningen
- Datum uitspraak
- 27 april 2011
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 126184/HA RK 11-146
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Wraking
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wederom wrakingsverzoek met dezelfde gronden. Verzoeker is niet ontvankelijk.
De rechtbank:
3.1. verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek,
3.2 bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer AWB 10/498 WWB G) wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking,
3.3. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker en aan
mr. T.F. Bruinenberg,
Aldus gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, L.H.A.M. Voncken en M.W. de Jonge, rechters, in tegenwoordigheid van K. Bootsman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 april 2011.
kb
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beslissing
RECHTBANK GRONINGEN
MEERVOUDIGE KAMER
Zaaknummer: 126184 / HA RK 11-146
Datum beslissing: 27 april 2011
Beslissing op het schriftelijke verzoek van [naam], wonende aan de [adres], [woonplaats] (hierna: verzoeker) tot wraking ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van mr. T.F. Bruinenberg.
1. Procesverloop
Bij brief van 20 april 2011 heeft verzoeker wederom een verzoek ingediend tot wraking van mr. T.F. Bruinenberg, rechter in de bestuurssector van deze rechtbank, in het geschil met zaaknummer AWB 10/498 WWB G, waarbij verzoeker als partij is betrokken.
2. De beoordeling
Bij beslissing van 20 april 2011 heeft de rechtbank in de procedure 126065 HA RK 11-131 beslist dat een volgend wrakingsverzoek - bedoeld is uiteraard een verzoek, gebaseerd op dezelfde gronden - niet meer in behandeling zal worden genomen omdat dit als "misbruik van recht" zal moeten worden aangemerkt.
De rechtbank constateert dat het huidige wrakingsverzoek van verzoeker geen andere dan de in het vorige verzoek door verzoeker vermelde gronden bevat.
Hieruit volgt dat verzoeker misbruik van recht maakt door indiening van het onderhavige verzoek en daarin dan ook niet kan worden ontvangen. Een mondelinge behandeling van het verzoek kan daarom achterwege blijven.
3. Beslissing
De rechtbank:
3.1. verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek,
3.2 bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer AWB 10/498 WWB G) wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking,
3.3. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker en aan
mr. T.F. Bruinenberg,
Aldus gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, L.H.A.M. Voncken en M.W. de Jonge, rechters, in tegenwoordigheid van K. Bootsman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 april 2011.
kb
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.