Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Gelderland, 2 september 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:8329Zaaknummer ARN 24/4111 en 24/4113
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 2 september 2026
- Publicatiedatum
- 29 oktober 2026
- Zaaknummer
- ARN 24/4111 en 24/4113
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Alcoholwet. Bestuurlijke boetes na schriftelijke waarschuwing i.v.m. verstrekken van alcoholhoudende drank vanuit een horecagelegenheid voor gebruik elders dan ter plaatse. Eiseres is overtreder. Het lag in haar beschikkingsmacht of de overtreding zou plaatsvinden en heeft onvoldoende ondernomen om dat te voorkomen. Matiging boetes i.v.m. overschrijding redelijke termijn.
De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- herroept de boetebesluiten voor wat betreft de hoogte van de bestuurlijke boetes en stelt die telkens vast op € 1.156;
- draagt de burgemeester op om het door eiseres betaalde griffierecht van € 371 te vergoeden;
- draagt de Staat op om het door eiseres betaalde griffierecht van € 371 te vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 233,50 aan proceskosten aan eiseres;
- veroordeelt de Staat tot betaling van € 233,50 aan proceskosten aan eiseres.
Motivering
1. Met de boetebesluiten van 14 augustus 2023 en 8 oktober 2023 heeft de burgemeester aan eiseres twee bestuurlijke boetes opgelegd van elk 1.360 “wegens het vanuit een horeca lokaliteit verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse” op
15 juli 2023 en 21 juli 2023. Dat is een overtreding van artikel 13, eerste lid, van de Alcoholwet. Met de besluiten van 14 mei 2024 en 21 mei 2024 heeft de burgemeester de bezwaren van eiseres tegen de boetebesluiten ongegrond verklaard.
2. Eiseres heeft tegen de besluiten van 14 mei 2024 en 21 mei 2024 beroep ingesteld. De burgemeester heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
3. De rechtbank oordeelt in deze uitspraak dat de burgemeester de hiervoor genoemde bestuurlijke boetes terecht heeft opgelegd aan eiseres. Daarvoor heeft de rechtbank de volgende motivering.
De burgemeester hanteert voor overtredingen van de Alcoholwet een boetebeleid. In dat beleid dat op het moment van de overtredingen gold, staat dat voor een eerste overtreding van artikel 13, eerste lid, van de Alcoholwet een waarschuwing wordt gegeven. Een tweede en derde (en ook vierde) overtreding wordt beboet.[_544945be-149c-4798-ad7c-fbd37e9f2aca]
In het dossier zit een boeterapport van een toezichthouder dat gaat over een overtreding van artikel 13, eerste lid, van de Alcoholwet door eiseres op 17 juli 2022. Wat was er gebeurd? Tijdens de Vierdaagsefeesten in 2022 heeft eiseres vanuit haar restaurant – een horecagelegenheid – (zwak) alcoholhoudende drank verkocht – en dus verstrekt – aan mensen die dat niet ter plaatse hebben opgedronken (ofwel gebruikt). Naar aanleiding van deze overtreding heeft de burgemeester eiseres schriftelijk gewaarschuwd. Eiseres vindt dat dit niet terecht was, maar daar gaat de rechtbank niet in mee. De burgemeester wijst er terecht op dat hij volgens vaste rechtspraak mag uitgaan van de bevindingen van een toezichthouder die zijn opgenomen in een boeterapport. Uit dat boeterapport blijkt dat de toen aanwezige leidinggevende van het restaurant door de toezichthouder is aangesproken en dat de leidinggevende heeft verklaard dat hij niet wist dat het een en ander een overtreding van de Alcoholwet opleverde. Hierin ziet de rechtbank geen aanleiding om de waarschuwing als onterecht te zien. Omdat de waarschuwing terecht is gegeven, mocht de burgemeester volgende overtredingen van artikel 13, eerste lid, van de Alcoholwet door eiseres (binnen de in de waarschuwing genoemde termijn van twee jaar) beboeten.
Tijdens de Vierdaagsefeesten in 2023 vindt er volgens de burgemeester in essentie twee keer een herhaling plaats van de gebeurtenissen uit 2022. Een toezichthouder heeft twee boeterapporten opgesteld waaruit volgens de burgemeester blijkt dat er vanuit het restaurant van eiseres op zowel 15 juli 2023 als 21 juli 2023 (zwak) alcoholhoudende drank is verstrekt aan mensen die dat niet ter plaatse hebben opgedronken. De rechtbank is het met de burgemeester eens dat dit inderdaad blijkt uit de boeterapporten. De toezichthouder heeft op beide data – kort gezegd – gezien dat er mensen bij het restaurant van eiseres (zwak) alcoholische drank kochten en die vervolgens niet ter plaatse hebben opgedronken. Eiseres bestrijdt deze waarnemingen ook niet. In beide gevallen levert dat een overtreding van artikel 13, eerste lid, van de Alcoholwet op die daarmee voldoende vaststaat.
Vervolgens is het de vraag of eiseres ook is aan te merken als overtreder.
Eiseres vindt van niet en wijst daartoe op de volgende feiten en omstandigheden:
- eiseres beschikt over een pachttoestemming voor het exploiteren van een terras,
- het terras was met statafels ingericht,
- het terras was omhekt met dranghekken,
- drankjes werden verstrekt om op dit terras te worden genuttigd,
- op de prijslijst bij de bar stond expliciet vermeld “Voor nuttigen ter plaatse”,
- door eiseres is een extern bedrijf ingehuurd dat toezicht houdt tijdens het evenement,
- het externe bedrijf is expliciet gevraagd erop toe te zien dat gasten niet met hun drankje gaan lopen,
- het personeel van eiseres is geïnstrueerd om gasten erop te wijzen dat drankjes alleen ter plekke mogen worden genuttigd.
Verder wijst eiseres erop dat, ondanks de door haar getroffen maatregelen, het tijdens een groot evenement als de Vierdaagsefeesten niet 100% valt te voorkomen dat er bezoekers zijn die met hun drankje weglopen.
De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog en is het met de burgemeester eens dat zij is aan te merken als overtreder. In het boeterapport dat betrekking heeft op de overtreding van 15 juli 2023 zitten foto’s waaruit blijkt dat er – anders dan eiseres zegt – op dat moment geen dranghekken stonden. Er zijn door de toezichthouder geen foto’s van de overtreding van 21 juli 2023 gemaakt, maar hij heeft verklaard dat er ook toen geen dranghekken stonden. Eiseres heeft foto’s overgelegd waarop wel dranghekken (met de naam van haar onderneming) zijn te zien en zegt dat die foto’s van 21 juli 2023 zijn. Dat laatste blijkt echter nergens uit en die foto’s zijn dan ook onvoldoende om twijfel te zaaien over de juistheid van de waarneming van de toezichthouder dat er ook op 21 juli 2023 geen dranghekken stonden. Verder heeft eiseres (met de door haar overgelegde factuur) aangetoond dat zij een extern bedrijf heeft ingeschakeld voor het houden van toezicht. Maar nergens blijkt uit dat de medewerkers van dit externe bedrijf en ook het eigen personeel van eiseres daadwerkelijk bezoekers erop hebben aangesproken dat zij hun alcoholhoudende drank ter plaatse moesten opdrinken. Uit de boeterapporten blijkt dat de toezichthouder ook niets heeft waargenomen dat daarop wijst. In essentie blijft dus over dat eiseres op haar prijslijst de mededeling “Voor nuttigen ter plaatse” had staan. Dat is onvoldoende om eiseres niet als overtreder te zien. Het lag in de beschikkingsmacht van eiseres of de overtreding zou plaatsvinden en door daar onvoldoende tegen te ondernemen – zoals het daadwerkelijk plaatsen van dranghekken en het daadwerkelijk aanspreken van bezoekers – heeft zij de overtreding aanvaard.[_72bd9a1f-33cd-4119-9bb4-c4aed672460a]
4. De hoogte van de boetes vindt de rechtbank in beginsel passend en geboden. De rechtbank vindt de door eiseres wel getroffen maatregelen dusdanig minimaal, dat die geen aanleiding zijn om de boetes te matigen. Toch is er in deze zaken een andere aanleiding om de boetes wel te matigen. Eiseres heeft namelijk gelijk dat de redelijke termijn in beide zaken – uitgaande van het moment waarop het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete is bekendgemaakt – met iets meer dan een jaar is overschreden. Volgens vaste rechtspraak wordt voor ieder half jaar overschrijding een boete gematigd met 5% tot een maximum van € 2.500. Bij een overschrijding van meer dan een jaar handelt de bestuursrechter naar bevind van zaken.[_d5bd9d7f-79b9-4233-b6ea-e75498fd7131] De rechtbank ziet – gelet op deze rechtspraak – aanleiding om beide boetes met 15% te matigen, zoals door eiseres is bepleit. De rechtbank zal daarom het beroep gegrond verklaren, de besluiten van 14 mei 2024 en 21 mei 2024 vernietigen en de boetebesluiten van 14 augustus 2023 en 8 oktober 2023 herroepen voor wat betreft de hoogte van de boetes. De rechtbank zal beide boetes vaststellen op een bedrag van € 1.156.
5. Eiseres heeft recht op vergoeding van haar proceskosten en vergoeding van het door haar betaalde griffierecht, omdat de beroepen gegrond zijn. De beroepen worden slechts gegrond verklaard in verband met de overschrijding van de redelijke termijn. Gelet hierop bestaat aanleiding alleen de proceskosten te vergoeden in verband met het doen van het verzoek om matiging van de boetes in verband met de overschrijding van de redelijke termijn. Volgens vaste rechtspraak bedraagt die vergoeding met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht € 467 (te weten 1 punt met een waarde van € 934 en wegingsfactor 0,5). Om de hiervoor genoemde reden heeft eiseres recht op vergoeding van het door haar betaalde griffierecht van (2 x € 371 =) € 742. Omdat de overschrijding van de redelijke termijn zowel aan de burgemeester als de rechtbank is te wijten, moeten de burgemeester en de Staat elk de helft van deze bedragen betalen.
De rechter deelt mee dat van deze uitspraak een proces-verbaal wordt opgemaakt dat binnen twee weken aan partijen zal worden toegestuurd.
De rechter wijst erop dat partijen het recht hebben om tegen deze uitspraak hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep moet zijn ingesteld binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 september 2026 door mr. A.F. Vink, rechter, in aanwezigheid van mr. I.H. Verzijl-Stoop, griffier.
| griffier | rechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummers: ARN 24/4111 en 24/4113
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
2 september 2026 in de zaken tussen
[bedrijf] B.V., uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. J.P. Hoegee),
en
de burgemeester van de gemeente Nijmegen, de burgemeester
(gemachtigde: mr. C.H. van Heel).
Zitting
De rechtbank heeft de beroepen van eiseres op 2 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de burgemeester deelgenomen. Eiseres was met bericht van verhindering afwezig.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- herroept de boetebesluiten voor wat betreft de hoogte van de bestuurlijke boetes en stelt die telkens vast op € 1.156;
- draagt de burgemeester op om het door eiseres betaalde griffierecht van € 371 te vergoeden;
- draagt de Staat op om het door eiseres betaalde griffierecht van € 371 te vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 233,50 aan proceskosten aan eiseres;
- veroordeelt de Staat tot betaling van € 233,50 aan proceskosten aan eiseres.
Motivering
1. Met de boetebesluiten van 14 augustus 2023 en 8 oktober 2023 heeft de burgemeester aan eiseres twee bestuurlijke boetes opgelegd van elk 1.360 “wegens het vanuit een horeca lokaliteit verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse” op
15 juli 2023 en 21 juli 2023. Dat is een overtreding van artikel 13, eerste lid, van de Alcoholwet. Met de besluiten van 14 mei 2024 en 21 mei 2024 heeft de burgemeester de bezwaren van eiseres tegen de boetebesluiten ongegrond verklaard.
2. Eiseres heeft tegen de besluiten van 14 mei 2024 en 21 mei 2024 beroep ingesteld. De burgemeester heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
3. De rechtbank oordeelt in deze uitspraak dat de burgemeester de hiervoor genoemde bestuurlijke boetes terecht heeft opgelegd aan eiseres. Daarvoor heeft de rechtbank de volgende motivering.
De burgemeester hanteert voor overtredingen van de Alcoholwet een boetebeleid. In dat beleid dat op het moment van de overtredingen gold, staat dat voor een eerste overtreding van artikel 13, eerste lid, van de Alcoholwet een waarschuwing wordt gegeven. Een tweede en derde (en ook vierde) overtreding wordt beboet.[_544945be-149c-4798-ad7c-fbd37e9f2aca]
In het dossier zit een boeterapport van een toezichthouder dat gaat over een overtreding van artikel 13, eerste lid, van de Alcoholwet door eiseres op 17 juli 2022. Wat was er gebeurd? Tijdens de Vierdaagsefeesten in 2022 heeft eiseres vanuit haar restaurant – een horecagelegenheid – (zwak) alcoholhoudende drank verkocht – en dus verstrekt – aan mensen die dat niet ter plaatse hebben opgedronken (ofwel gebruikt). Naar aanleiding van deze overtreding heeft de burgemeester eiseres schriftelijk gewaarschuwd. Eiseres vindt dat dit niet terecht was, maar daar gaat de rechtbank niet in mee. De burgemeester wijst er terecht op dat hij volgens vaste rechtspraak mag uitgaan van de bevindingen van een toezichthouder die zijn opgenomen in een boeterapport. Uit dat boeterapport blijkt dat de toen aanwezige leidinggevende van het restaurant door de toezichthouder is aangesproken en dat de leidinggevende heeft verklaard dat hij niet wist dat het een en ander een overtreding van de Alcoholwet opleverde. Hierin ziet de rechtbank geen aanleiding om de waarschuwing als onterecht te zien. Omdat de waarschuwing terecht is gegeven, mocht de burgemeester volgende overtredingen van artikel 13, eerste lid, van de Alcoholwet door eiseres (binnen de in de waarschuwing genoemde termijn van twee jaar) beboeten.
Tijdens de Vierdaagsefeesten in 2023 vindt er volgens de burgemeester in essentie twee keer een herhaling plaats van de gebeurtenissen uit 2022. Een toezichthouder heeft twee boeterapporten opgesteld waaruit volgens de burgemeester blijkt dat er vanuit het restaurant van eiseres op zowel 15 juli 2023 als 21 juli 2023 (zwak) alcoholhoudende drank is verstrekt aan mensen die dat niet ter plaatse hebben opgedronken. De rechtbank is het met de burgemeester eens dat dit inderdaad blijkt uit de boeterapporten. De toezichthouder heeft op beide data – kort gezegd – gezien dat er mensen bij het restaurant van eiseres (zwak) alcoholische drank kochten en die vervolgens niet ter plaatse hebben opgedronken. Eiseres bestrijdt deze waarnemingen ook niet. In beide gevallen levert dat een overtreding van artikel 13, eerste lid, van de Alcoholwet op die daarmee voldoende vaststaat.
Vervolgens is het de vraag of eiseres ook is aan te merken als overtreder.
Eiseres vindt van niet en wijst daartoe op de volgende feiten en omstandigheden:
- eiseres beschikt over een pachttoestemming voor het exploiteren van een terras,
- het terras was met statafels ingericht,
- het terras was omhekt met dranghekken,
- drankjes werden verstrekt om op dit terras te worden genuttigd,
- op de prijslijst bij de bar stond expliciet vermeld “Voor nuttigen ter plaatse”,
- door eiseres is een extern bedrijf ingehuurd dat toezicht houdt tijdens het evenement,
- het externe bedrijf is expliciet gevraagd erop toe te zien dat gasten niet met hun drankje gaan lopen,
- het personeel van eiseres is geïnstrueerd om gasten erop te wijzen dat drankjes alleen ter plekke mogen worden genuttigd.
Verder wijst eiseres erop dat, ondanks de door haar getroffen maatregelen, het tijdens een groot evenement als de Vierdaagsefeesten niet 100% valt te voorkomen dat er bezoekers zijn die met hun drankje weglopen.
De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog en is het met de burgemeester eens dat zij is aan te merken als overtreder. In het boeterapport dat betrekking heeft op de overtreding van 15 juli 2023 zitten foto’s waaruit blijkt dat er – anders dan eiseres zegt – op dat moment geen dranghekken stonden. Er zijn door de toezichthouder geen foto’s van de overtreding van 21 juli 2023 gemaakt, maar hij heeft verklaard dat er ook toen geen dranghekken stonden. Eiseres heeft foto’s overgelegd waarop wel dranghekken (met de naam van haar onderneming) zijn te zien en zegt dat die foto’s van 21 juli 2023 zijn. Dat laatste blijkt echter nergens uit en die foto’s zijn dan ook onvoldoende om twijfel te zaaien over de juistheid van de waarneming van de toezichthouder dat er ook op 21 juli 2023 geen dranghekken stonden. Verder heeft eiseres (met de door haar overgelegde factuur) aangetoond dat zij een extern bedrijf heeft ingeschakeld voor het houden van toezicht. Maar nergens blijkt uit dat de medewerkers van dit externe bedrijf en ook het eigen personeel van eiseres daadwerkelijk bezoekers erop hebben aangesproken dat zij hun alcoholhoudende drank ter plaatse moesten opdrinken. Uit de boeterapporten blijkt dat de toezichthouder ook niets heeft waargenomen dat daarop wijst. In essentie blijft dus over dat eiseres op haar prijslijst de mededeling “Voor nuttigen ter plaatse” had staan. Dat is onvoldoende om eiseres niet als overtreder te zien. Het lag in de beschikkingsmacht van eiseres of de overtreding zou plaatsvinden en door daar onvoldoende tegen te ondernemen – zoals het daadwerkelijk plaatsen van dranghekken en het daadwerkelijk aanspreken van bezoekers – heeft zij de overtreding aanvaard.[_72bd9a1f-33cd-4119-9bb4-c4aed672460a]
4. De hoogte van de boetes vindt de rechtbank in beginsel passend en geboden. De rechtbank vindt de door eiseres wel getroffen maatregelen dusdanig minimaal, dat die geen aanleiding zijn om de boetes te matigen. Toch is er in deze zaken een andere aanleiding om de boetes wel te matigen. Eiseres heeft namelijk gelijk dat de redelijke termijn in beide zaken – uitgaande van het moment waarop het voornemen tot het opleggen van een bestuurlijke boete is bekendgemaakt – met iets meer dan een jaar is overschreden. Volgens vaste rechtspraak wordt voor ieder half jaar overschrijding een boete gematigd met 5% tot een maximum van € 2.500. Bij een overschrijding van meer dan een jaar handelt de bestuursrechter naar bevind van zaken.[_d5bd9d7f-79b9-4233-b6ea-e75498fd7131] De rechtbank ziet – gelet op deze rechtspraak – aanleiding om beide boetes met 15% te matigen, zoals door eiseres is bepleit. De rechtbank zal daarom het beroep gegrond verklaren, de besluiten van 14 mei 2024 en 21 mei 2024 vernietigen en de boetebesluiten van 14 augustus 2023 en 8 oktober 2023 herroepen voor wat betreft de hoogte van de boetes. De rechtbank zal beide boetes vaststellen op een bedrag van € 1.156.
5. Eiseres heeft recht op vergoeding van haar proceskosten en vergoeding van het door haar betaalde griffierecht, omdat de beroepen gegrond zijn. De beroepen worden slechts gegrond verklaard in verband met de overschrijding van de redelijke termijn. Gelet hierop bestaat aanleiding alleen de proceskosten te vergoeden in verband met het doen van het verzoek om matiging van de boetes in verband met de overschrijding van de redelijke termijn. Volgens vaste rechtspraak bedraagt die vergoeding met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht € 467 (te weten 1 punt met een waarde van € 934 en wegingsfactor 0,5). Om de hiervoor genoemde reden heeft eiseres recht op vergoeding van het door haar betaalde griffierecht van (2 x € 371 =) € 742. Omdat de overschrijding van de redelijke termijn zowel aan de burgemeester als de rechtbank is te wijten, moeten de burgemeester en de Staat elk de helft van deze bedragen betalen.
De rechter deelt mee dat van deze uitspraak een proces-verbaal wordt opgemaakt dat binnen twee weken aan partijen zal worden toegestuurd.
De rechter wijst erop dat partijen het recht hebben om tegen deze uitspraak hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep moet zijn ingesteld binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 september 2026 door mr. A.F. Vink, rechter, in aanwezigheid van mr. I.H. Verzijl-Stoop, griffier.
| griffier | rechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Voetnoten
- Paragraaf 4 van de Beleidsregel handhaving Drank- en Horecawet, Gemeenteblad 2019, nr. 311069.
- Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2071, overwegingen 9. en 9.1.
- Afdeling 8 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:913, overwegingen 9. tot en met 9.3.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.