Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Gelderland, 30 september 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:8136Zaaknummer 05/288866-25

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30 september 2026
Publicatiedatum
20 oktober 2026
Zaaknummer
05/288866-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Veiligheidsmaatregel van art. 38v Sr. Ingevolge art. 6.6.23a1 Sv kan een dergelijke maatregel (bijv. contact- of locatieverbod) wel worden gewijzigd, maar niet opgeheven. Vgl. Rb Gelderland 2 augustus 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:4717. Wijziging kan echter ook het beperken van de duur van het contactverbod inhouden, zodanig dat de duur verstreken is ten tijde van het indienen van het verzoek.

De rechtbank:

- beperkt de duur van de vrijheidsbeperkende maatregel die ziet op een contactverbod met [persoon 1] tot zes maanden, gerekend vanaf de datum waarop het vonnis van de politierechter van 27 februari 2026 in deze zaak onherroepelijk is geworden.

Deze beslissing is gegeven door mr. F.J.H. Hovens, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. T.F.R. Litan, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Feiten
  2. Procedure
  3. Verzoek
  4. Standpunt van het openbaar ministerie
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

parketnummer: 05/288866-25

raadkamernummer: 26-025515

datum: 30 september 2026

beslissing van de enkelvoudige strafkamer op het verzoek op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en artikel 6:6:23a1 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[verzoeker],

geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats],

wonende aan [adres] [woonplaats],

raadsman: mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat in Arnhem,

hierna te noemen: verzoeker.

Feiten

Verzoeker is op 27 februari 2026 door de politierechter in deze rechtbank veroordeeld voor bedreiging van de nieuwe partner van zijn ex-vriendin. Aan verzoeker is ten aanzien van deze feiten een maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht opgelegd, strekkende tot een contactverbod ten aanzien van zijn ex-vriendin [persoon 1], haar nieuwe partner [persoon 2] en een gebiedsverbod voor [adres]. Al deze maatregelen zijn dadelijk uitvoerbaar verklaard en gelden voor de duur van drie jaar. Daarbij is bepaald dat voor iedere overtreding hechtenis voor de duur van zeven dagen kan worden opgelegd, met een maximum van zes maanden.

Procedure

Het verzoek is op 9 september 2026 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

De rechtbank heeft op 30 september 2026 het verzoek ter terechtzitting behandeld.

De rechtbank heeft verzoeker, de waarnemend raadsvrouw, mr. F.M. IJsseldijk, advocaat in Arnhem, en de officier van justitie op zitting gehoord. Daarnaast zijn de heer [persoon 3] als toezichthouder van verzoeker bij Reclassering Nederland en mevrouw [persoon 4] als begeleidster van veroordeelde op zitting gehoord.

Verzoek

Het – ter zitting gewijzigde[_768ff16b-4a24-4a11-97af-cb6357b12cb9] – verzoek strekt tot beperking van de duur van het contactverbod ten aanzien van [persoon 1] tot zes maanden, zodat het contactverbod niet langer geldt. De omstandigheden zijn inmiddels gewijzigd. Verzoeker heeft op dit moment eenmaal per week omgang met zijn kinderen. Het contactverbod zorgt voor meerdere praktische problemen in de uitvoering daarvan. Zowel de ex-vriendin van verzoeker als zijn begeleidster vinden dat het contactverbod niet langer nodig is. Het contactverbod in onderhavige zaak heeft dan ook geen toegevoegde waarde meer.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van het verzoek, mits dit juridisch toelaatbaar is. Het is duidelijk dat het contactverbod geen redelijk doel meer dient.

Beoordeling

Artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht geeft de rechter de mogelijkheid bij vonnis een veiligheidsmaatregel op te leggen om overlastgevend gedrag tegen te gaan, bijvoorbeeld in de vorm van een contactverbod of een gebiedsverbod. De wetgever heeft daarbij uitdrukkelijk niet willen voorzien in de mogelijkheid om die maatregel nadien te wijzigen of op te heffen.[_17c5b121-7391-46fc-8d6d-9413b7656a47] Hierop is de wetgever deels teruggekomen door later alsnog de mogelijkheid te openen de inhoud van de maatregel te wijzigen, bijvoorbeeld indien het slachtoffer, ten behoeve van wie een gebiedsverbod is opgelegd, is verhuisd en het gebiedsverbod daaraan zou moeten worden aangepast. Daartoe is per 1 maart 2023 het nieuwe artikel 6:6:23a1 van het Wetboek van Strafvordering ingevoerd.

Uit de toelichting op dit nieuwe artikel volgt niet of het de bedoeling van de wetgever is geweest om een beperking van de termijn van de maatregel, die tot gevolg heeft dat de maatregel komt te vervallen, mogelijk te maken. Naast het al genoemde voorbeeld van een aanpassing van het gebiedsverbod als gevolg van een adreswijziging wordt in de toelichting enkel gesproken over aanpassing van het locatiegebod of het afbouwen of intensiveren van de meldplicht. Ook in de jurisprudentie van deze en andere rechtbanken is hiervan geen voorbeeld te vinden.

Desondanks is de rechtbank van oordeel dat het verzoek kan worden toegewezen. Aanpassing van de termijn van de maatregel kan onder omstandigheden worden begrepen onder ‘wijziging’ van de maatregel ex artikel 6:6:23a1 van het Wetboek van Strafvordering. Bovendien blijkt uit hetgeen naar voren is gebracht dat handhaving van het contactverbod op dit moment geen redelijk doel meer dient. Een dergelijke maatregel dient in de eerste plaats ter bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, terwijl het slachtoffer in deze zaak expliciet heeft aangegeven dat zij wil dat het contactverbod komt te vervallen. Veroordeelde zoeker staat nog onder toezicht van de reclassering en onder behandeling bij Kairos en is er een gezinsvoogd toegewezen aan de kinderen. Dit betekent dat meerdere professionele partijen bij het gezin betrokken zijn en de situatie kunnen blijven monitoren. Mocht het gedrag van veroordeelde naar zijn ex-vriendin naar aanleiding van deze beslissing een negatieve wending nemen, dan zou een verzoek tot wijziging van de maatregel, strekkende tot een verlenging van de duur (en dus een herintreding) van het contactverbod, wellicht tot de mogelijkheden behoren.

Bij de huidige stand van zaken zal de rechtbank de duur van het contactverbod beperken, in die zin dat deze zes maanden komt te luiden. Gerekend vanaf de datum waarop het vonnis van de politierechter onherroepelijk is geworden, komt de einddatum van het contactverbod met [persoon 1] daarmee op 26 augustus 2026 te liggen. Voor het overige blijft de in het vonnis geformuleerde maatregel ongewijzigd.

Beslissing

De rechtbank:

- beperkt de duur van de vrijheidsbeperkende maatregel die ziet op een contactverbod met [persoon 1] tot zes maanden, gerekend vanaf de datum waarop het vonnis van de politierechter van 27 februari 2026 in deze zaak onherroepelijk is geworden.

Deze beslissing is gegeven door mr. F.J.H. Hovens, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. T.F.R. Litan, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.

Voetnoten

  1. Het oorspronkelijke verzoek zag op opheffing van het contactverbod ten aanzien van [persoon 1]. Ter zitting is besproken dat dit verzoek geen wettelijke grondslag heeft. Na een korte onderbreking voor overleg heeft de waarnemend raadsvrouw het verzoek mondeling gewijzigd.
  2. Zie rechtbank Gelderland 3 augustus 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:4717, met verwijzingen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.