Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Gelderland, 16 oktober 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:7986Zaaknummer ARN 25/670 T

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16 oktober 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
ARN 25/670 T
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Tussenuitspraak
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tussenuitspraak. Wet hersteloperatie toeslagen. Deze tussenuitspraak gaat over de aanvraag van eiseres voor brede ondersteuning met terugwerkende kracht voor gemaakte inboedel- en vervangingskosten. De rechtbank heeft het college hiervoor eerder opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. De rechtbank is van oordeel dat het college in de nieuwe beslissing op bezwaar niet alle afgewezen posten voldoende gemotiveerd heeft. De rechtbank stelt het college in de gelegenheid de gebreken in het bestreden besluit te herstellen.

De rechtbank:

  • draagt het college op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
  • stelt het college in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
  • stelt eiseres in de gelegenheid binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het college als hij gebruikmaakt van deze mogelijkheid;
  • houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Stroink, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit [plaats] , eiseres
  2. Samenvatting
  3. Procesverloop
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/670 T

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2026

in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. H.M.A. van den Boogaard),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen

(gemachtigde: mr. D.T.P.J. Damen).

Samenvatting

1. Deze tussenuitspraak gaat over de aanvraag van eiseres voor brede ondersteuning met terugwerkende kracht voor gemaakte inboedel- en vervangingskosten. De rechtbank heeft het college hiervoor eerder opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Eiseres is het er niet mee eens dat de aanvraag voor een aantal posten is afgewezen. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.

1.1.

De rechtbank komt in deze tussenuitspraak tot het oordeel dat het college in de nieuwe beslissing op bezwaar niet alle afgewezen posten voldoende gemotiveerd heeft. Eiseres krijgt gedeeltelijk gelijk en het beroep is gegrond. De rechtbank stelt het college in de gelegenheid de gebreken in het betreden besluit te herstellen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 6 juli 2023 heeft het college aan eiseres brede ondersteuning aangeboden. Het hiertegen ingediende bezwaar heeft het college in de beslissing op bezwaar van 15 december 2023 ongegrond verklaard.

2.1.

In de uitspraak van 24 september 2024 heeft de rechtbank het hiertegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het college opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.[_dc752bde-b2f3-42c7-aae5-f057b03ba9ab]

2.2.

Met het bestreden besluit van 6 januari 2025 heeft het college opnieuw beslist op het bezwaar van eiseres.

2.3.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

2.4.

De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en haar gemachtigde en de gemachtigde van de dienst.

Beoordeling door de rechtbank

Het geschil

3. Eiseres is aangemerkt als gedupeerde van de toeslagenaffaire en komt in aanmerking voor brede ondersteuning. Zij heeft op 18 mei 2023 een verzoek ingediend met hulpvragen met betrekking tot haar gezin. Met het besluit van 6 juli 2023 heeft het college aan eiseres brede ondersteuning aangeboden. Eiseres ontvangt een (volledige) vergoeding voor de kosten van het rijbewijs, een opleiding/cursus en tandartskosten. Ook wordt eiseres ondersteund bij het vinden van vrijwilligerswerk bij een gemeente om ervaring op te doen. Het gevraagde tuinhuisje voor privacy en toekomstdoelen voor de dochter van eiseres wijst het college af, omdat het volgens het college een wens is en geen noodzaak en het niet bijdraagt aan een veilige en betaalbare woning. De deuren worden eenmalig vergoed, maar de kosten van het dichtmaken van het trapgat en het plaatsen van een deur vergoedt het college niet omdat deze kosten volgens het college een wens betreffen en geen noodzaak. Tot slot vergoedt het college de gemaakte kosten voor de inboedel- en vervangingskosten niet, omdat het hier volgens het college om kosten gaat die in het verleden zijn gemaakt en deze kosten niet vallen onder de brede ondersteuning die de gemeente kan bieden. Daar komt volgens het college bij dat de kosten niet verbonden zijn aan een doelstelling op een of meerdere leefgebieden en er altijd een motivatie voor de verstrekking (en doelstelling) moet zijn. Het college gaat ook niet over tot vergoeding van de kosten voor tuinherstel, omdat het een wens is en geen noodzaak. Het tuinherstel draagt volgens het college niet bij aan een veilige en betaalbare woning.

3.1.

Met de beslissing op bezwaar van 15 december 2023 heeft het college het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. De afwijzing van de verzoeken van eiseres voor wat betreft het tuinhuisje, het plaatsen van de deur en het dichtmaken van het trapgat en de vergoeding van inboedel- en vervangingskosten met terugwerkende kracht blijft in stand. Eiseres krijgt in de bezwaarfase wel een bedrag van € 4.265,25 voor het herstel van de tuin.

3.2.

In de uitspraak van 24 september 2024 heeft deze rechtbank het beroep van eiseres gegrond verklaard en de beslissing op bezwaar van 15 december 2023 vernietigd voor wat betreft het vergoeden van de gemaakte inboedel- en vervangingskosten met terugwerkende kracht wegens strijd met het motiveringsbeginsel. De rechtbank heeft het college opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met daarin een inhoudelijke beoordeling. Hiervoor diende het college eiseres in de gelegenheid te stellen om aannemelijk te maken dat de gemaakte inboedel- en vervangingskosten redelijkerwijs nodig waren. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat het aan eiseres is om aannemelijk te maken dat de gemaakte inboedel- en vervangingskosten redelijkerwijs nodig waren om een nieuwe start te kunnen maken. Dit kan bijvoorbeeld door overlegging van foto’s van de eerdere situatie. Het college dient eiseres deze mogelijkheid te bieden. Eiseres loopt hier wel het risico dat zij niet meer aannemelijk kan maken dat de kosten redelijkerwijs nodig waren. Als eiseres hier niet in slaagt, is het voor het college niet mogelijk om maatwerk te leveren en mag het dit verzoek afwijzen. Ook heeft de rechtbank overwogen dat als het gaat om de keuken er geen reden is om te twijfelen aan wat het college heeft betoogd. Dit betekent dat als een in de basis geschikte keuken aanwezig was in de woning het redelijkerwijs niet nodig was deze, in het kader van de brede ondersteuning, te renoveren.

3.3.

Op 5 januari 2026 heeft het college een nieuwe beslissing op bezwaar (het bestreden besluit) genomen. Hierbij heeft het college met terugwerkende kracht een inhoudelijke beoordeling van de gevraagde inboedel-en vervangingskosten gemaakt. Op basis van deze beoordeling is alsnog een vergoeding toegekend voor raamdecoratie, een eettafel, verf, vloer en toebehoren en een televisie. Verder heeft het college een deel van de gevraagde vergoedingen afgewezen, omdat de kosten waren gemaakt na de aanvraag van 18 mei 2023.

Toetsingskader

4. Op grond van artikel 2.21 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) kan het college brede ondersteuning bieden op vijf leefgebieden: financiën, gezin, werk, wonen en zorg. Nadere regels zijn opgenomen in de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021 (Spuk). De Spuk regelt waarvoor gemeenten middelen krijgen en hoe deze verantwoord moeten worden. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft uitgangspunten voor het bieden van brede ondersteuning en het opstellen van een plan van aanpak geformuleerd.

4.1.

De rechtbank stelt voorop dat het college bij het toekennen van brede ondersteuning beoordelings- en beleidsruimte toekomt. De rechtbank moet het bestreden besluit daarom terughoudend toetsen.

Mocht het college het noodzaakcriterium hanteren?

5. Eiseres voert aan dat de interpretatie die het college aan het noodzaakcriterium geeft niet juist is. De opstelling van het college is onvoldoende ruimhartig en dat strookt niet met de uitgangspunten van de Wht.

5.1.

Zoals hierboven is overwogen onder 3.2. heeft de rechtbank in de uitspraak van 24 september 2024 geoordeeld over het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag voor brede ondersteuning. Omdat tegen die uitspraak geen hoger beroep is ingesteld, staat hetgeen daarin is geoordeeld in rechte vast. Uit vaste rechtspraak volgt dat in dat geval van de juistheid van het eerder gegeven oordeel over die beroepsgronden moet worden uitgaan tenzij er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden dan wel van een gewijzigd rechtsregime.[_cf64687e-d643-4507-833f-7186df725498]

5.2.

Uit de uitspraak van 13 oktober 2010 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat na vernietiging van een eerder besluit door eenzelfde eiser in beginsel geen nieuwe beroepsgronden kunnen worden ingebracht.[_b404ba76-eaec-441f-988d-c47261567404] Als het nieuwe besluit geen nadelige veranderingen inhoudt en er evenmin gewijzigde omstandigheden zijn, is inhoudelijke bespreking van nieuwe beroepsgronden niet aan de orde. Deze kunnen niet tot vernietiging leiden.

5.3.

In verband met deze rechtspraak is het beroep in deze zaak beperkt tot de vraag of het college alsnog toereikend heeft gemotiveerd waarom het de gemaakte inboedel- en vervangingskosten gedeeltelijk heeft afgewezen.[_f429bca2-a9a8-434e-a2af-ea3b80c97e4e] Dat betekent dat hetgeen eiseres heeft aangevoerd over het noodzaakcriterium nu niet meer aan de orde kan komen. Eiseres heeft deze beroepsgrond al aangevoerd in de eerste procedure en de rechtbank heeft daarover al een oordeel gegeven.

Moest het college bij het vergoeden van de gemaakte inboedel- en vervangingskosten ook nieuwe posten betrekken?

6. Eiseres voert aan dat het college bij het vergoeden van de gemaakte inboedel- en vervangingskosten ook nieuwe posten moet betrekken. Bij het nemen van een beslissing op bezwaar moet het college immers alle nieuwe feiten en omstandigheden betrekken.

6.1.

De beroepsgrond slaagt niet. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat de nieuwe beslissing op bezwaar betrekking heeft op het verzoek van eiseres zoals zij dat op 18 mei 2023 heeft ingediend. Het college hoefde de nieuwe kostenposten, waarom niet eerder is verzocht en waarover dus ook niet eerder een beslissing is genomen, daarom niet mee te nemen in de nieuwe beslissing op bezwaar. Dit betekent dat het college het verzoek om vergoeding voor de fauteuil, de bijzettafel, het vloerkleed, de “Kosi-lamp”, het kussen en dekbed van “Cloudpillo”, de spiegels voorzover zij alleen in de nadere onderbouwing zijn benoemd, de (bij de waskom behorende) plug en de pannenset niet hoefde te beoordelen.

6.2.

Het college moet de kostenposten waarom niet eerder is verzocht wel aanmerken als nieuwe aanvraag en hierover alsnog een beslissing nemen.

Mocht het college de gemaakte inboedel- en vervangingskosten gedeeltelijk afwijzen?

7. Eiseres voert aan dat het aannemelijk is dat zij, als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire, een lange periode niet in de gelegenheid is geweest om spullen te vervangen wanneer deze daar aan toe waren. Zij voegt bij haar beroepschrift een verklaring van een begeleider die nauw betrokken is geweest bij haar herstelproces. In die verklaring wordt bevestigd dat de inboedel en overige goederen in zijn algemeenheid in slechte staat waren en dat vervanging noodzakelijk was. Eiseres stelt dat de kosten voor het vervangen van de bank en fauteuil, de prullenbak, de eettafel, de stoelen, de was/droogcombinatie, het vloerkleed, de bedden, de verlichting, de televisie, de kasten, de stofzuiger, het beddengoed, de spiegels en wanddecoratie, de waskom en plug, de airco, de keukenapparatuur, de kosten voor de tuin, de kluskosten en de fietsen noodzakelijk waren voor een nieuwe start en daarom voor vergoeding in aanmerking moeten komen.

7.1.

Het college heeft aan de hand van de aanvraag en de door eiseres bij de onderbouwing overgelegde stukken per onderdeel beoordeeld of het concrete voorwerp voor vergoeding in aanmerking komt. Daarbij heeft het college steeds beoordeeld of voldoende aannemelijk is geworden dat de aanschaf van het concrete voorwerp redelijkerwijs nodig is geweest voor een nieuwe start en meer in het bijzonder voor een veilige en betaalbare en daarmee een (in de basis) passende woning. Het college hanteert daarbij als uitgangspunt dat een ongedateerde foto of een ongedateerd bericht alleen in samenhang met een aanvullende onderbouwing voldoende kan zijn. Een enkele factuur of afschrijving maakt niet meer dan alleen de aanschaf en niet direct de noodzaak voor een nieuwe start aannemelijk en geldt dus niet als voldoende aanvullende onderbouwing.

7.2.

De beroepsgrond slaagt. Het college heeft in de beslissing op bezwaar niet van alle aangevraagde voorwerpen voldoende gemotiveerd waarom hij deze heeft afgewezen. De rechtbank gaat hierna in op de verschillende voorwerpen en legt daarbij uit voor welke voorwerpen het college de beslissing op bezwaar voldoende heeft gemotiveerd en voor welke voorwerpen het college dit niet voldoende heeft gedaan.

Was/droogcombinatie, stofzuiger

7.2.1.

Eiseres heeft als onderbouwing van haar aanvraag voor vergoeding van de was/droogcombinatie een factuur overgelegd, waaruit de feitelijke aanschaf blijkt, en een verklaring waarin zij aangeeft dat de wasmachine lekte. Al eerder had zij geprobeerd bijzondere bijstand te krijgen voor de aanschaf van een nieuwe wasmachine. Voor de onderbouwing van haar aanvraag voor vergoeding van de stofzuiger heeft zij een screenshot van Whatsapp-berichten en een bankafschrijving overgelegd. Hieruit blijkt de feitelijke aanschaf en de betaling. De rechtbank overweegt dat zaken zoals een was/droogcombinatie en een stofzuiger voorwerpen zijn die over het algemeen alleen vervangen worden als ze defect zijn. Gelet hierop en in samenhang met de door eiseres overgelegde stukken ter onderbouwing, heeft het college de afwijzing van de vergoeding van deze voorwerpen niet voldoende gemotiveerd. Het college moet de afwijzing daarom nader motiveren. Voor wat betreft de tweede stofzuiger heeft het college de aanvraag voor de vergoeding hiervan in redelijkheid kunnen afwijzen omdat deze niet noodzakelijk was. Ten overvloede merkt de rechtbank hier verder over op dat de datum van de factuur van de tweede stofzuiger is van na de datum van de aanvraag.

Bank

7.2.2.

De aanvraag voor de vergoeding van de bank is afgewezen omdat het college de aanschaf en noodzaak hiervan niet voldoende onderbouwd vond. De rechtbank oordeelt dat het college dit nader had moeten onderzoeken en/of hier navraag naar had moeten doen. De uitnodiging voor de hoorzitting, waarop eiseres niet heeft gereageerd, was hiervoor niet voldoende. Het college had bij de uitnodiging voor de hoorzitting moeten vermelden dat niet alles in de aanvullende onderbouwing duidelijk was en dat hij eiseres daarom wilde horen. Dan was voor eiseres duidelijk geweest dat er nog vragen waren over de aangeleverde stukken. Het college moet nader onderzoek doen naar de vraag of de bank redelijkerwijs nodig is geweest voor een nieuwe start en meer in het bijzonder voor een veilige en betaalbare en daarmee een (in de basis) passende woning.

Eettafel

7.2.3.

In de stukken en tijdens de zitting is verklaard dat gevraagd is om een vergoeding voor een eettafel en om een vergoeding voor de vervanging van de eettafel. De reden hiervoor is dat de eerder aangeschafte tafel van matige kwaliteit was. In het bestreden besluit heeft het college de eerste tafel vergoed in het kader van brede ondersteuning. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college de vergoeding van een nieuwe tafel in redelijkheid kunnen weigeren. Dat de eerder aangeschafte tafel van matige kwaliteit was, maakt niet dat het college hiervoor nogmaals in het kader van brede ondersteuning een vergoeding moet verstrekken. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de aanschaf van de tweede tafel is van na de datum van de aanvraag.

Keuken

7.2.4.

De rechtbank oordeelt dat het college zich in redelijkheid op het standpunt mocht stellen dat een in de basis geschikte keuken aanwezig was in de woning en dat het, in het kader van de brede ondersteuning, redelijkerwijs niet nodig was deze te renoveren. Dat betekent dat het ook de keukenapparatuur niet noodzakelijk was voor een nieuwe start en meer in het bijzonder voor een veilige en betaalbare en daarmee een (in de basis) passende woning. Het college mocht de aanvraag voor de vergoeding hiervan in redelijkheid afwijzen.

Tuin

7.2.5.

Gelet op de in de bezwaarfase genoemde uiteenlopende bedragen voor de renovatie van de achtertuin heeft het college, na overleg met eiseres, een hoveniersbedrijf ingeschakeld. De door dit hoveniersbedrijf opgemaakte offerte is door een bouwkundige van de gemeente beoordeeld en reëel geacht. In de beslissing op bezwaar van 15 december 2023 heeft het college vervolgens conform deze offerte een vergoeding van € 4.265 voor de renovatie van de achtertuin toegekend. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het college de gevraagde extra vergoeding voor de achtertuin niet in redelijkheid mocht afwijzen. Daarnaast geldt voor de vergoeding die is gevraagd voor de voortuin dat uit de onderbouwing blijkt dat de voortuin in 2016 zonder tegels is opgeleverd en dat niet voldoende aannemelijk is dat hier tegels noodzakelijk zijn met het oog op een veilige en betaalbare en daarmee een (in de basis) passende woning in het kader van een nieuwe start. Ook voor wat betreft de voortuin mocht het college de gevraagde vergoeding in redelijkheid afwijzen.

Prullenbak, stoelen, verlichting, kasten, beddengoed, waskom, airco, kluskosten, fiets dochter

7.2.6.

Voor de prullenbak, stoelen, verlichting, kasten, beddengoed, waskom, airco, kluskosten en fiets voor de dochter van eiseres zijn alleen foto’s en facturen overgelegd. Het college kon zich met betrekking tot deze voorwerpen in redelijkheid op het standpunt stellen dat foto’s niets zeggen over het moment van aanschaf en dat uit de factuur slechts de feitelijke aanschaf blijkt en niet dat de aanschaf redelijkerwijs nodig is geweest met het oog op een veilige en betaalbare en daarmee een (in de basis) passende woning in het kader van een nieuwe start.

Conclusie

7.3.

Uit het voorgaande volgt dat het college de bezwaren van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag voor de was/droogcombinatie, de stofzuiger en de bank opnieuw moet beoordelen.

Conclusie en gevolgen

8. Zoals onder 7.2 is overwogen is het bestreden besluit in strijd met het motiveringsbeginsel voor zover het de afwijzing van de gevraagde ondersteuning voor de was/droogcombinatie, de stofzuiger en de bank betreft.

De rechtbank kan het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.[_2f5148cc-0d5e-4873-95e0-405ef6150000] De rechtbank doet dan een tussenuitspraak.[_9b4cf11e-7fc6-4cd9-854c-fe4fed31e1ba] De rechtbank ziet aanleiding om het college in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Dat herstellen kan hetzij met een aanvullende motivering, hetzij, voor zover nodig, met een nieuwe beslissing op bezwaar, na of tegelijkertijd met intrekking van het nu bestreden besluit. Om het gebrek te herstellen, moet het college de bezwaren van eiseres tegen de afwijzing voor de was/droogcombinatie, de (eerste) stofzuiger en de bank opnieuw beoordelen. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen verweerder het gebrek kan herstellen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.

8.1.

Het college moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) èn om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen. Als het college gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het college. In beginsel, ook in de situatie dat het college de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.

8.2.

Het geding zoals dat na deze tussenuitspraak wordt gevoerd, blijft in beginsel beperkt tot de beroepsgronden zoals die zijn besproken in de tussenuitspraak omdat het inbrengen van nieuwe geschilpunten over het algemeen in strijd met de goede procesorde wordt geacht.[_186b7e27-d821-49cd-a0ed-17ce7ece5fdb]

8.3.

De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:

  • draagt het college op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen;
  • stelt het college in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
  • stelt eiseres in de gelegenheid binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het college als hij gebruikmaakt van deze mogelijkheid;
  • houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Stroink, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Voetnoten

  1. Rechtbank Gelderland 24 september 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:6449.
  2. ABRvS 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2682.
  3. ABRvS 13 oktober 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BO03.
  4. Vergelijk ook rechtbank Gelderland 15 oktober 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:6977.
  5. Artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb maakt dat mogelijk.
  6. Dat volgt uit artikel 8:80a van de Awb.
  7. Vergelijk ABRvS 12 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA2877.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.