Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Gelderland, 15 oktober 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:7913Zaaknummer ARN 24/3536

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15 oktober 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
ARN 24/3536
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Besluit tot onvoorwaardelijke schorsing van het procescertificaat asbestverwijdering voor de duur van dertig dagen. Omdat sprake is van zes categorie II-afwijkingen in één jaar, is voldaan aan de voorwaarde genoemd in artikel 70, vijfde lid, aanhef en onder b, van het Certificatieschema. Het beroep is ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van

mr. I.H. Verzijl-Stoop, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. AVM B.V., uit Kootwijkerbroek, eiseres
  2. Normec Certification B.V.
  3. Samenvatting
  4. Procesverloop
  5. Beoordeling door de rechtbank
  6. Conclusie en gevolgen
  7. Beslissing
  8. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 24/3536

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2026

in de zaak tussen

AVM B.V., uit Kootwijkerbroek, eiseres

(gemachtigde: mr. T. Segers),

en

Normec Certification B.V.

(gemachtigde: mr. M. de Jong).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van Normec om het procescertificaat asbestverwijdering (procescertificaat) van eiseres onvoorwaardelijk te schorsen voor de duur van dertig dagen. Eiseres is het niet eens met de onvoorwaardelijke schorsing en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of Normec het procescertificaat van eiseres terecht onvoorwaardelijk heeft geschorst.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat Normec het procescertificaat van eiseres terecht onvoorwaardelijk heeft geschorst voor de duur van dertig dagen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 21 december 2023 heeft Normec het procescertificaat van eiseres onvoorwaardelijk geschorst voor de duur van dertig dagen. Met het bestreden besluit van 8 mei 2024 op het bezwaar van eiseres is Normec bij dat besluit gebleven.

2.1.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Normec heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

2.2.

Beide partijen hebben zich afgemeld voor de behandeling van het beroep op de zitting van 1 oktober 2026. De rechtbank heeft partijen daarom meegedeeld dat de zitting geen doorgang zal vinden en dat uitspraak zal worden gedaan op basis van de in het dossier aanwezige stukken.

Beoordeling door de rechtbank

De totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres is een bedrijf dat is gespecialiseerd in het verwijderen van asbest en beschikt over het daarvoor vereiste procescertificaat. Normec is door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen als certificerende instelling en bevoegd om een procescertificaat af te geven, in te trekken of te schorsen. Normec voert audits uit om te controleren of een bedrijf dat beschikt over een procescertificaat zich houdt aan het Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering (Certificatieschema).[_b36158cb-6dcc-48cb-b927-8465999f32ea]

3.1.

Normec heeft in het jaar 2023 meerdere audits bij eiseres uitgevoerd en daarbij de volgende afwijkingen geconstateerd:

1. Afwijking 48492962, geconstateerd op 23 januari 2023. Het betreft een afwijking van artikel 41, eerste lid, aanhef en onder g, van het Certificatieschema. Bij besluit van

10 februari 2023 heeft Normec het procescertificaat van eiseres voorwaardelijk geschorst voor de duur van negentig dagen.

2. Afwijking 59028556, geconstateerd op 18 april 2023. Het betreft een afwijking van artikel 43, derde lid, van het Certificatieschema. Bij besluit van 15 mei 2023 heeft Normec het procescertificaat van eiseres voorwaardelijk geschorst voor de duur van negentig dagen.

3. Afwijking 59031924, eveneens geconstateerd op 18 april 2023. Het betreft een afwijking van artikel 43, vijfde lid, aanhef en onder a en b, van het Certificatieschema. Het hiervoor genoemde besluit van 15 mei 2023 ziet ook op deze afwijking.

4. Afwijking 59832717, geconstateerd op 2 mei 2023. Het betreft een afwijking van artikel 27, aanhef en onder a tot en met c, van het Certificatieschema. Bij besluit van 30 mei 2023 heeft Normec het procescertificaat van eiseres voorwaardelijk geschorst voor de duur van negentig dagen.

5. Afwijking 69667595, geconstateerd op 29 augustus 2023. Het betreft een afwijking van artikel 43, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, van het Certificatieschema. Bij besluit van 21 september 2023 heeft Normec het procescertificaat van eiseres voorwaardelijk geschorst voor de duur van negentig dagen.

6. Afwijking 79304196, geconstateerd op 20 december 2023. Het betreft een afwijking van artikel 43, vijfde lid, aanhef en onder a en b, van het Certificatieschema.

Uit bijlage 1, behorend bij artikel 70, tweede lid, van het Certificatieschema, volgt dat alle zes geconstateerde afwijkingen zogenoemde categorie II-afwijkingen zijn.

3.2.

Met het besluit van 21 december 2023 heeft Normec het procescertificaat van eiseres onvoorwaardelijk geschorst voor de duur van dertig dagen met ingang van

22 december 2023. De op 20 december 2023 geconstateerde afwijking is namelijk de zesde categorie II-afwijking binnen één jaar. In artikel 70, vijfde lid, aanhef en onder b, van het Certificatieschema is bepaald dat in dat geval het procescertificaat onvoorwaardelijk wordt geschorst voor de duur van dertig dagen.

3.3.

Met het bestreden besluit van 8 mei 2024 heeft Normec het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Normec legt hieraan ten grondslag dat de in 3.1 onder 1 tot en met 5 genoemde afwijkingen in rechte vaststaan, omdat eiseres geen bezwaar heeft gemaakt tegen de besluiten tot voorwaardelijke schorsing van het procescertificaat. Eiseres kan daarom de juistheid van deze afwijkingen niet meer ter discussie stellen in de procedure over de onvoorwaardelijke schorsing van het procescertificaat. Verder is volgens Normec de in 3.1 onder 6 genoemde afwijking terecht aan het besluit van 21 december 2023 ten grondslag gelegd. De audit van 20 december 2023 heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een boeterapport van een overheidsinstelling en is, anders dan eiseres stelt, een onderzoek als bedoeld in artikel 68, vierde lid, van het Certificatieschema. Op basis hiervan kon Normec een afwijking van artikel 43, vijfde lid, aanhef en onder a en b, van het Certificatieschema vaststellen en deze afwijking aan het besluit van 21 december 2023 ten grondslag leggen. Tot slot ziet Normec geen aanleiding om toepassing te geven aan de in artikel 73 van het Certificatieschema opgenomen hardheidsclausule.

Het beoordelingskader

4. Op grond van artikel 70, eerste lid, van het Certificatieschema is, als de certificaathouder niet voldoet of voldaan heeft aan of één meer bepalingen, sprake van een afwijking en wordt het procescertificaat van de certificaathouder door de certificerende instelling ingetrokken, onvoorwaardelijk geschorst voor dertig dagen, voorwaardelijk geschorst voor negentig dagen of geeft de certificerende instelling de certificaathouder een waarschuwing.

4.1.

In artikel 70, tweede lid, van het Certificatieschema is bepaald dat de certificerende instelling bij het toepassen van het eerste lid de categorie-indeling van afwijkingen, zoals opgenomen in bijlage 1, volgt.

4.2.

Op grond van artikel 70, vijfde lid, aanhef en onder b, van het Certificatieschema wordt het procescertificaat onvoorwaardelijk geschorst voor dertig dagen als de certificerende instelling binnen een periode van één jaar na de constatering van een categorie II-afwijking voor de zesde keer een categorie II-afwijking constateert.

Het standpunt van eiseres in beroep

5. Eiseres betoogt dat Normec de afwijkingen, zoals genoemd in 3.1 onder 1 tot en met 4, niet aan de onvoorwaardelijke schorsing ten grondslag heeft mogen leggen. Volgens eiseres kan zij de juistheid van deze afwijkingen in de onderhavige procedure wel degelijk ter discussie stellen en is Normec in het bestreden besluit ten onrechte niet inhoudelijk ingegaan op de gronden die eiseres in bezwaar heeft aangevoerd tegen deze afwijkingen. Ter onderbouwing van dit betoog verwijst eiseres naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 26 januari 2022.[_60a0df85-51bc-4268-8ee3-4f6862ae8d0c]

Het oordeel van de rechtbank

6. De rechtbank stelt vast dat eiseres in beroep de afwijkingen, zoals genoemd in 3.1 onder 5 en 6, niet betwist. Eiseres betwist alleen de afwijkingen, zoals genoemd in 3.1 onder 1 tot en met 4. De rechtbank stelt ook vast dat deze afwijkingen 1 tot en met 4, die eerder in 2023 zijn geconstateerd, hebben geleid tot de besluiten van Normec van 10 februari 2023, 15 mei 2023 en 30 mei 2023, waarin het procescertificaat van eiseres voorwaardelijk is geschorst voor de duur van negentig dagen. Eiseres heeft tegen deze besluiten geen rechtsmiddelen aangewend.

6.1.

De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog en is van oordeel dat, omdat eiseres geen bezwaar heeft gemaakt tegen de besluiten tot voorwaardelijke schorsing van het procescertificaat, de besluiten – en daarmee ook de daaraan ten grondslag liggende geconstateerde afwijkingen 1 tot en met 4 – in rechte vaststaan. Dit betekent dat de rechtbank in de onderhavige procedure moet uitgaan van de juistheid van deze afwijkingen. Anders dan eiseres, is de rechtbank van oordeel dat in de zaak die leidde tot de uitspraak van de Afdeling van 26 januari 2022 om twee redenen geen sprake was van een vergelijkbare situatie.

Ten eerste was in de zaak die leidde tot de uitspraak van de Afdeling sprake van categorie III-afwijkingen waarvoor waarschuwingen waren gegeven. In overweging 7.1 oordeelt de Afdeling dat deze waarschuwingen geen besluit zijn, dat hiertegen dus niet eerder een rechtsmiddel kon worden aangewend en dat deze waarschuwingen daarom in de procedure over de onvoorwaardelijke schorsing van het procescertificaat kunnen worden betwist. In de onderhavige zaak doet deze situatie zich niet voor, omdat eiseres de mogelijkheid heeft gehad om bezwaar te maken tegen de besluiten tot voorwaardelijke schorsing van het procescertificaat.

Ten tweede was de categorie II-afwijking die de Afdeling in overweging 9.1 inhoudelijk beoordeelt, nog niet onherroepelijk ten tijde van de besluitvorming over de onvoorwaardelijke schorsing van het procescertificaat. Normec, ook de verwerende partij in de zaak die leidde tot de uitspraak van de Afdeling, heeft in het verweerschrift van 1 juli 2024 toegelicht dat de betreffende categorie II-afwijking op 19 oktober 2018 is geconstateerd en ten grondslag is gelegd aan een besluit van 22 november 2018 tot voorwaardelijke schorsing van het procescertificaat. Tegen dit besluit heeft de betreffende eiseres op 18 december 2018 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 17 juli 2019 heeft Normec beslist op zowel dit bezwaar als op het bezwaar tegen het besluit van 4 december 2018 tot onvoorwaardelijke schorsing van het procescertificaat. Het hiertegen door de betreffende eiseres ingestelde beroep heeft geleid tot de uitspraak van de rechtbank Limburg van

18 januari 2021.[_f8c107ce-c7aa-4e77-bf2b-cf733b2a9c76] Niet gesteld of gebleken is dat deze door Normec verstrekte informatie niet juist zou zijn. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de rechtbank Limburg in de uitspraak van 18 januari 2021 heeft vastgesteld dat Normec tevens is overgegaan tot een voorwaardelijke schorsing van het procescertificaat, maar dat tegen deze voorwaardelijke schorsing geen beroepsgronden zijn ingediend waardoor de bespreking van deze schorsing buiten de beoordeling blijft. Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat, omdat de betreffende eiseres in de zaak die leidde tot de uitspraak van de Afdeling – anders dan eiseres in de onderhavige zaak – (tijdig) bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit tot voorwaardelijke schorsing van het procescertificaat, de categorie II-afwijking van

19 oktober 2018 nog niet onherroepelijk was ten tijde van de besluitvorming over de onvoorwaardelijke schorsing van het procescertificaat.

6.2.

Uit het voorgaande volgt dat, omdat sprake is van zes geconstateerde categorie II- afwijkingen in één jaar, is voldaan aan de voorwaarde zoals genoemd in artikel 70, vijfde lid, aanhef en onder b, van het Certificatieschema. Normec heeft dan ook terecht het procescertificaat van eiseres onvoorwaardelijk geschorst voor de duur van dertig dagen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, rechter, in aanwezigheid van

mr. I.H. Verzijl-Stoop, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 15 oktober 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

  1. Ten tijde van de audits in de onderhavige zaak gold het Certificatieschema zoals gepubliceerd in de Staatscourant 2023 nummer 18289, 30 juni 2023. Het betreft een certificatieschema als bedoeld in artikel 1.5a, aanhef en onder c, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.
  2. ECLI:NL:RVS:2022:241, ro. 7.1, 9 en 9.1.
  3. ECLI:NL:RBLIM:2021:410. Tegen deze uitspraak heeft de betreffende eiseres hoger beroep ingesteld en dit heeft geleid tot de door eiseres aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 26 januari 2022.

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.