Uitspraak · Omgevingsrecht

Rechtbank Gelderland, 7 oktober 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:7658Zaaknummer ARN 25/4517

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
7 oktober 2026
Publicatiedatum
12 oktober 2026
Zaaknummer
ARN 25/4517
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Omgevingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Weigering omgevingsvergunning voor overkapping en veranda. Overkapping en veranda gerealiseerd met een latere vergunning zonder dat bezwaar is gemaakt. Procesbelang bij een inhoudelijke behandeling van het bezwaar tegen de weigering ontbreekt omdat vast staat dat het eerdere plan op dezelfde locatie niet zal worden gerealiseerd.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Verschuren, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [woonplaats] , eiser
  2. Samenvatting
  3. Procesverloop
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/4517

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2026

in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. G. Golstein),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van college om het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk te verklaren. Eisers bezwaar is gericht tegen de afwijzing van de aanvraag voor een omgevingsvergunning om een overkapping en veranda te realiseren aan de [adres] in [woonplaats]. Eiser is het niet eens met het besluit van het college. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit van het college.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang. Eiser kan met deze procedure niet meer bereiken dan hij al heeft bereikt, namelijk het realiseren van een overkapping en veranda. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Op 15 februari 2023 heeft eiser een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het bouwen van een overkapping en veranda.

2.1.

Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 22 mei 2023 afgewezen. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

2.2.

Op 8 februari 2024 heeft eiser een nieuwe aanvraag ingediend, en op 29 maart 2024 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een overkapping en veranda. Eiser heeft geen bezwaar tegen deze omgevingsvergunning ingediend en heeft de overkapping en veranda gerealiseerd.

2.3.

Bij besluit van 11 september 2025 op het bezwaar van eiser heeft het college het bezwaar van eiser tegen het besluit van 22 mei 2023 niet-ontvankelijk verklaard.

2.4.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 11 september 2025.

2.5.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

2.6.

De rechtbank heeft het beroep op 29 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt het besluit van het college aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

Heeft het college het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk kunnen verklaren?

4. Eiser betoogt dat het college het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden door pas ruim twee jaar later een besluit op het bezwaar te nemen. Ook is eiser ten onrechte niet gehoord in de bezwaarfase. Daarnaast is het vertrouwensbeginsel geschonden omdat het college in het overleg van 13 november 2023 heeft toegezegd dat de vergunning zou worden verleend en dat is niet gebeurd. Tijdens de zitting heeft eiser toegelicht dat hij de overkapping en veranda anders had willen realiseren, namelijk volgens de afgewezen aanvraag en niet volgens de daarna verleende vergunning.

4.1.

Procesbelang is het belang dat een belanghebbende heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat de belanghebbende voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de belanghebbende van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft een belanghebbende die opkomt tegen een besluit belang bij een beoordeling van zijn bezwaar of beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen.[_3fb0669c-67d2-4701-a6fb-86f3d44c296f]

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat het college terecht het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk heeft verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang omdat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke behandeling van het bezwaar tegen de afgewezen aanvraag. Met deze procedure kan eiser niet meer bereiken dan hij al heeft bereikt, namelijk het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het realiseren van een overkapping en veranda. Eiser heeft inmiddels een overkapping en veranda gerealiseerd op dezelfde locatie op grond van een latere aanvraag waarvoor het college wel een omgevingsvergunning heeft verleend. Het college heeft voldoende toegelicht dat destijds in november 2023 overleg is gevoerd over de afgewezen aanvraag en het bezwaar daartegen. Na dit overleg heeft eiser een vergunning aangevraagd voor een iets kleiner bouwplan voor een veranda en overkapping op dezelfde locatie. Dat is vergund en daartegen heeft eiser geen bezwaar heeft gemaakt. Als eiser de overkapping en veranda anders had willen uitvoeren, had hij dat in die procedure kenbaar moeten maken. Nu hij dat niet heeft gedaan, en de veranda en overkapping heeft gebouwd conform de verleende vergunning, heeft het college kunnen concluderen dat hij geen belang meer had bij een inhoudelijke behandeling van zijn bezwaar. Daarmee staat namelijk vast dat het eerdere plan op dezelfde locatie niet zal worden gerealiseerd.[_3e0bb06e-e060-4026-b221-2d2893ac0f1b] In de stelling dat schade is geleden als gevolg van de bestuursrechtelijke besluitvorming, kan ook een procesbelang zijn gelegen, maar dergelijke schade is gesteld noch gebleken. Aan de aangevoerde inhoudelijke beroepsgronden komt de rechtbank daarom niet toe.

4.3.

De rechtbank wijst er op dat het college tijdens de zitting heeft aangegeven dat als eiser de gerealiseerde overkapping en veranda wil wijzigen, hij opnieuw een aanvraag kan doen op grond van de nu bestaande feitelijke situatie.

4.4.

Het beroep is ongegrond.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit van het college om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Verschuren, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.