Uitspraak · Verbintenissenrecht
Rechtbank Gelderland, 9 september 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:7644Zaaknummer K/5001/12181897
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 9 september 2026
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- K/5001/12181897
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Verbintenissenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Ontbinding zakelijke printerlease wegens betalingsachterstand.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Evergreen om aan BNP te betalen een bedrag van € 14.523,99, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1,5% per maand over de hoofdsom van € 14.215,36, vanaf de vervaldatum van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Evergreen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan BNP af te geven de navolgende objecten:
- 1x Ricoh/Green IMC4500 met serienummer [x],
- 2x Ricoh/Green MPC3004ex met serienummers [x] en [x],
- 1x Ricoh/Green MPC307 met serienummer [x],
- 1x Konica Minolta C3350l met serienummer [x],
veroordeelt Evergreen tot betaling van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag dat zij in gebreke blijft aan de onder r.o. 5.2. vermelde veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
veroordeelt Evergreen in de proceskosten van € 2.640,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Evergreen niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Evergreen tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
| Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026. |
26396 / 53854
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 12181897 \ CV EXPL 26-3196
Vonnis van 9 september 2026
in de zaak van
BNP PARIBAS LEASING SOLUTIONS N.V.,
te 's-Hertogenbosch,
eisende partij,
hierna te noemen: BNP,
gemachtigde: mr. M.F.T. Bennenbroek,
tegen
EVERGREEN GGZ NOVUS B.V.,
te Arnhem,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Evergreen,
gemachtigde: [gemachtigde].
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek- de aanvullende conclusie van dupliek
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De feiten
Op 20 mei 2024 hebben partijen een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot meerdere printers voor de duur van 72 maanden. Op grond van deze overeenkomst was Evergreen gehouden om per kwartaal een huurtermijn van € 526,68 exclusief btw (€ 637,28 inclusief btw) aan BNP te voldoen.
Op de overeenkomst zijn de algemene huurvoorwaarden van BNP van toepassing. Daarin is, voor zover van belang, het volgende neergelegd:
“(…) 6.1 De juridische, economische en fiscale eigendom van het object (niet zijnde software) berust bij BNPP LS. Ten aanzien van software is BNPP LS de economisch en fiscaal rechthebbende daarop. Tenzij anders is bepaald in de Huurovereenkomst, heeft Huurder geen rechten op het object anders dan het recht tot gebruik van het object overeenkomstig de bepalingen van de Huurovereenkomst. (…)
Huurder is verplicht voor eigen rekening bij solide verzekeraars te verzekeren en verzekerd te houden (…)
In geval van invordering van achterstallige huurtermijnen of andere bedragen, worden de ten laste van Huurder komende kosten vastgesteld op tenminste tien procent (10%) van het achterstallige bedrag.
Indien Huurder een uit hoofde van de Huurovereenkomst verschuldigd bedrag niet op de vervaldag betaalt, is Huurder aan BNPP LS rente over dit bedrag verschuldigd vanaf de vervaldag van dit bedrag tot de dag van betaling tegen een tarief gelijk aan anderhalf procent (1,5%) per maand, waarbij een gedeelte van een maand geldt als een volle maand. (…)
Elk van de volgende omstandigheden is een tekortkoming door of aan de zijde van Huurder ("Tekortkoming") en wordt aan Huurder toegerekend, ongeacht of de Tekortkoming is ontstaan door of buiten toedoen of schuld van Huurder:
Huurder betaalt een huurtermijn of een ander bedrag dat krachtens de Huurovereenkomst verschuldigd is, niet op de vervaldag en dit verzuim is niet binnen vijf (5) werkdagen na de vervaldag hersteld;(…)
Wanneer zich een Tekortkoming voordoet of heeft voorgedaan, is Huurder in verzuim en heeft BNPP LS het recht, door één of meer kennisgevingen aan Huurder, de huur onder de Huurovereenkomst te beëindigen en/of de Huurovereenkomst te ontbinden, terstond of met ingang van een door BNPP LS te bepalen datum en indien BNPP LS dit recht uitoefent, moeten de Beëindigingssom en alle andere door Huurder uit de Huurovereenkomst verschuldigde bedragen terstond op eerste verzoek aan BNPP LS worden betaald.
In geval van een tussentijdse beëindiging of ontbinding van de huur respectievelijk de Huurovereenkomst als bedoeld in artikel 16.2 of indien BNPP LS de huur respectievelijk de Huurovereenkomst tussentijds beëindigt of ontbindt op grond van de wet, is Huurder telkens terstond aan BNPP LS verschuldigd een bedrag ("Beëindigingssom") dat gelijk is aan het totaal van:
de huurtermijnen en andere bedragen die onder de Huurovereenkomst opeisbaar verschuldigd zijn vóór de dag van beëindiging/ontbinding en niet zijn betaald; en
de som van alle huurtermijnen die, indien de huur niet zou zijn geëindigd, vanaf de dag van beëindiging/ontbinding tot het einde van de huurperiode (of verlengingsperiode indien van toepassing) verschuldigd zouden zijn geweest; (…)
Indien de huur van het object eindigt (door het verstrijken van de huur- of verlengingsperiode, tussentijdse ontbinding of beëindiging of anderszins), is Huurder verplicht, voor eigen rekening (i) het object te brengen in de oorspronkelijke staat (normale slijtage uitgezonderd) en te ontdoen van alle merktekens, labels en andere identificaties die Huurder aan het object heeft aangebracht en (ii) het object aan BNPP LS terug te geven op een door BNPP LS aangewezen plaats in Nederland. (…)”
Vanaf oktober 2024 is Evergreen in gebreke gebleven met de tijdige voldoening van de vervallen kwartaaltermijnen. Voorts is gebleken dat Evergreen heeft nagelaten de printers zelf te verzekeren. BNP heeft de printers daarop zelf verzekerd en de daaraan verbonden kosten van € 65,05 inclusief btw per kwartaal aan Evergreen doorbelast, waarmee het per kwartaal verschuldigde bedrag op € 702,33 inclusief btw is gekomen. Nadat de achterstand was opgelopen tot drie kwartaaltermijnen, heeft BNP de overeenkomst bij brief van
31 juli 2025 tussentijds ontbonden.
3 Het geschil
BNP vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de veroordeling van Evergreen
Primair:
- tot betaling van een bedrag van € 15.028,38, te vermeerderen met de contractuele rente van 1,5% per maand, dan wel de wettelijke handelsrente over € 14.215,36 vanaf 13 februari 2026 tot aan de dag der algehele voldoening,
- tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.421,54, dan wel € 917,15,
Subsidiair:
tot betaling van een bedrag van € 14.215,36, te vermeerderen met de contractuele rente van 1,5% per maand, dan wel de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de onderliggende facturen tot aan de dag der algehele voldoening,
tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.421,54, dan wel € 917,15,
met bepaling dat de door Evergreen verrichte betalingen tot een totaalbedrag van € 2.202,33 conform artikel 6:44 BW in mindering worden gebracht op de toegewezen bedragen onder C, D en E,
Zowel primair als subsidiair:
tot afgifte aan BNP, binnen veertien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, van de navolgende objecten:
1x Ricoh/Green IMC4500 met serienummer [x],
2x Ricoh/Green MPC3004ex met serienummers [x] en [x],
1x Ricoh/Green MPC307 met serienummer [x],
1x Konica Minolta C3350l met serienummer [x],
tot betaling van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Evergreen in gebreke blijft aan de onder F vermelde verplichting tot afgifte te voldoen, met een maximum van € 10.000,00,
tot betaling van de proces- en nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
BNP legt aan haar vordering ten grondslag dat zij op 20 mei 2024 met Evergreen een huurovereenkomst voor 72 maanden is aangegaan met betrekking tot meerdere printers. Evergreen is tekortgeschoten in haar verplichtingen door een betalingsachterstand van drie kwartaaltermijnen te laten ontstaan en na te laten de printers zelf te verzekeren. Op grond van artikel 16.1 en 16.2 van de algemene voorwaarden heeft BNP de overeenkomst op
31 juli 2025 tussentijds beëindigd. Door deze beëindiging is de beëindigingssom ex artikel 16.3 van de algemene voorwaarden van € 14.215,36 (opgebouwd uit € 1.911,84 aan achterstallige huurtermijnen, € 195,15 aan verzekeringskosten ex artikel 9.1 en € 12.108,37 aan nog niet verschenen toekomstige termijnen) terstond opeisbaar geworden. Tevens is Evergreen op grond van artikel 17.1 van de algemene voorwaarden gehouden de printers te retourneren. Wegens het uitblijven van tijdige betaling maakt BNP op grond van artikel 11.4 van de algemene voorwaarden aanspraak op de contractuele rente, berekend tot en met 12 februari 2026 vastgesteld op € 1.593,81, alsmede op grond van artikel 11.3 van de algemene voorwaarden op de overeengekomen buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 1.421,54.
Evergreen voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van BNP, met veroordeling van BNP in de proceskosten. Op de inhoud van het verweer zal hierna, waar nodig, nader worden ingegaan.
4 De beoordeling
De centrale vraag die in deze procedure voorligt, is of BNP de huurovereenkomst op 31 juli 2025 terecht tussentijds heeft ontbonden.
De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt. Als onweersproken staat vast dat Evergreen ten tijde van de ontbinding op
31 juli 2025 een betalingsachterstand van drie kwartaaltermijnen had laten ontstaan. Op grond van artikel 16.1 en 16.2 van de algemene voorwaarden verkeerde Evergreen daardoor in verzuim en was BNP in beginsel bevoegd de overeenkomst tussentijds te ontbinden.
Evergreen doet echter een beroep op de tenzij-bepaling van artikel 6:265 lid 1 BW. Zij voert aan dat de tekortkoming van onvoldoende gewicht is om de ontbinding met haar gevolgen te rechtvaardigen. Daartoe stelt zij dat de achterstand niet is ingegeven door betalingsonwil, maar is ontstaan door tijdelijke liquiditeitsproblemen en een onderschatting van de kosten bij het in één keer leasen van een groot aantal printers.
De kantonrechter overweegt dat dit verweer faalt. De verplichting tot tijdige betaling van de huurtermijnen vormt de essentie van de overeenkomst. Financiële betalingsonmacht en het verkeerd inschatten van de aan een overeenkomst verbonden financiële verplichtingen komen voor rekening en risico van de ondernemer. Deze omstandigheden leveren geen overmacht op en maken de tekortkoming evenmin van onvoldoende gewicht. Het structureel onbetaald laten van drie achtereenvolgende kwartaaltermijnen vormt een ernstige tekortkoming die de tussentijdse beëindiging van de overeenkomst rechtvaardigt. Dat Evergreen na de datum van ontbinding betalingen is gaan verrichten of stelt haar lopende verplichtingen weer te kunnen nakomen, maakt de daaraan voorafgaande tekortkoming niet ongedaan en neemt de rechtsgeldigheid van de reeds ingeroepen ontbinding op 31 juli 2025 niet weg.
Evergreen heeft voorts aangevoerd dat zij op grond van de redelijkheid en billijkheid alsnog een laatste kans dient te krijgen om de ontstane achterstand via een betalingsregeling in twaalf maandelijkse termijnen in te lopen en dat BNP gehouden is daaraan mee te werken. Ook dit verweer treft geen doel. Zodra een overeenkomst als gevolg van verzuim rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden, is de contractuele verhouding geëindigd. Op grond van artikel 16.2 en 16.3 van de algemene voorwaarden is de beëindigingssom door deze ontbinding terstond opeisbaar geworden. De artikelen 6:2 en 6:248 BW bieden de kantonrechter geen grondslag om een schuldeiser te dwingen een reeds ontbonden overeenkomst te herstellen of om een door de schuldenaar gewenste betalingsregeling op te leggen.
De tussenconclusie luidt dan ook dat BNP de huurovereenkomst op 31 juli 2025 terecht tussentijds heeft ontbonden.
Nu de ontbinding standhoudt, dient de omvang van de vordering te worden beoordeeld. BNP vordert op grond van artikel 16.3 van de algemene voorwaarden een beëindigingssom van in totaal € 14.215,36.
Voor zover Evergreen heeft aangevoerd dat de opbouw van de vordering onduidelijk is, faalt dat verweer. Uit de overgelegde stukken blijkt dat het gevorderde totaalbedrag van € 14.215,36 is opgebouwd uit drie achterstallige kwartaaltermijnen (driemaal € 637,28, zijnde € 1.911,84), driemaal de door BNP op grond van artikel 9.1 van de algemene voorwaarden doorbelaste verzekeringskosten wegens het niet zelf verzekeren van de printers (driemaal € 65,05, zijnde € 195,15), alsmede de som van alle nog niet verschenen toekomstige termijnen tot het einde van de afgesproken looptijd (€ 12.108,37). Van een onverklaarbare verhoging is derhalve geen sprake.
Evergreen heeft de kantonrechter verzocht de vordering te matigen en de restwaarde van de printers te verrekenen. Evergreen stelt daartoe dat het ineens opeisen van alle toekomstige termijnen onredelijk is.
Voor zover Evergreen met haar verweer heeft bedoeld een beroep te doen op matiging op grond van artikel 6:94 BW, geldt dat de kantonrechter van deze bevoegdheid terughoudend gebruik moet maken. Op grond van artikel 6:94 BW kan een bedongen boete of gefixeerde schadevergoeding slechts worden gematigd indien de toepassing van het beding in de gegeven omstandigheden tot een klaarblijkelijk en onaanvaardbaar resultaat leidt. Hiervan is in de onderlinge verhouding tussen deze professionele partijen geen sprake. Partijen zijn een zakelijke leaseovereenkomst aangegaan. Evergreen heeft ervoor gekozen zich voor 72 maanden te verbinden en heeft de daaraan verbonden financiële verplichtingen onderschat. Dat risico komt voor haar rekening als ondernemer. Het staat een verhuurder in een B2B-verhouding vrij om bij tussentijdse wanprestatie van de huurder haar schade contractueel te fixeren op de resterende huurtermijnen over de afgesproken looptijd.
Ook voor zover het verweer van Evergreen moet worden begrepen als een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, treft dit om dezelfde redenen geen doel. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die maken dat onverkorte toepassing van artikel 16.3 van de algemene voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het beroep op matiging wordt derhalve afgewezen.
Het gevorderde bedrag van € 14.215,36 zal dan ook worden toegewezen.
Nu de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden, is de rechtsgrond voor het gebruiksrecht van Evergreen komen te vervallen. Uit artikel 6.1 en artikel 17.1 van de algemene voorwaarden volgt dat de eigendom van de printers bij BNP berust en dat Evergreen verplicht is deze terstond aan BNP te retourneren. De gevorderde afgifte van de printers zal daarom worden toegewezen. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd tot € 250,00 per dag.
De door BNP primair gevorderde contractuele rente, berekend tot en met
12 februari 2026 ter hoogte van € 1.593,81 zal als onweersproken en op de overeenkomst gegrond worden toegewezen.
BNP vordert tot slot een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Partijen zijn een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt. Omdat Evergreen heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag van de wettelijke regeling worden afgeweken. Daarom zal de vordering worden getoetst aan de oriëntatiepunten in het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. Daarom zal een bedrag van € 917,15 worden toegewezen.
Tussen partijen staat vast dat Evergreen na de beëindiging in totaal € 2.202,33 aan deelbetalingen heeft verricht. Op grond van artikel 6:44 BW strekt betaling eerst in mindering van de kosten, vervolgens van de verschenen rente en ten slotte van de hoofdsom. Door toepassing van deze wettelijke volgorde worden de buitengerechtelijke incassokosten (€ 917,15) volledig voldaan en wordt de verschenen rente tot en met 12 februari 2026
(€ 1.593,81) gedeeltelijk voldaan met € 1.285,18, waardoor aan vervallen rente nog € 308,63 resteert. De kantonrechter zal in het dictum dan ook een bedrag toewijzen van € 14.523,99 (bestaande uit € 14.215,36 aan hoofdsom en € 308,63 aan restant vervallen rente).
Evergreen is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van BNP worden begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 128,65 | |
| - griffierecht | € | 1.504,00 | |
| - salaris gemachtigde | € | 864,00 | (2 punten × € 432,00) |
| - nakosten | € | 144,00 | (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 2.640,65 |
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Evergreen om aan BNP te betalen een bedrag van € 14.523,99, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1,5% per maand over de hoofdsom van € 14.215,36, vanaf de vervaldatum van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Evergreen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan BNP af te geven de navolgende objecten:
- 1x Ricoh/Green IMC4500 met serienummer [x],
- 2x Ricoh/Green MPC3004ex met serienummers [x] en [x],
- 1x Ricoh/Green MPC307 met serienummer [x],
- 1x Konica Minolta C3350l met serienummer [x],
veroordeelt Evergreen tot betaling van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag dat zij in gebreke blijft aan de onder r.o. 5.2. vermelde veroordeling te voldoen, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
veroordeelt Evergreen in de proceskosten van € 2.640,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Evergreen niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Evergreen tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
| Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026. |
26396 / 53854
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 6:44 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6:265 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6:2 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6:248 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6:94 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6:96 BW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 6:119 BW meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.