Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Gelderland, 17 september 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:7128Zaaknummer ARN 24/6888

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
17 september 2026
Publicatiedatum
29 september 2026
Zaaknummer
ARN 24/6888
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Pw, eiseres is overleden, geen verklaring van erfrecht overgelegd, geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. V. Bouman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Wijlen [eiseres] in leven laatstelijk gewoond hebbende in [woonplaats] , eiseres
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Beslissing
  5. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 24/6888

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 september 2026

in de zaak tussen

Wijlen [eiseres] in leven laatstelijk gewoond hebbende in [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. E. Schriemer),

en

het college van burgemeester en wethouders van Oldebroek, het college

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om bijzondere bijstand voor de uitvaartkosten van haar oom op grond van de Participatiewet.

1.1.

Bij e-mail van 12 februari 2026 heeft de gemachtigde van eiseres de rechtbank laten weten dat eiseres onlangs plotseling is overleden. Hij heeft daarbij om uitstel verzocht van de al eerder geplande zitting van 19 februari 2026. Hij is namelijk nog in overleg met de zoon van eiseres of de erfgenamen de zaak willen overnemen.

1.2.

De rechtbank heeft bij brief van 12 februari 2026 uitstel verleend en de gemachtigde van eiseres verzocht om binnen vier weken de stand van zaken door te geven. Omdat de rechtbank binnen die termijn geen reactie had ontvangen, heeft de rechtbank op zowel 16 maart 2026 als 24 maart 2026 een terugbelverzoek achtergelaten. Op deze verzoeken is niet gereageerd. De rechtbank heeft daarom de gemachtigde van eiseres bij brief van 1 april 2026 nogmaals verzocht om binnen vier weken te laten weten of de erfgenamen van eiseres de zaak willen voortzetten, en in het geval zij dat willen, een verklaring van erfrecht te overleggen.

1.3.

Op 27 april 2026 heeft de gemachtigde van eiseres verzocht om uitstel, omdat een nadere reactie van de erfgenamen van eiseres nodig is.

1.4.

Bij brief van 28 april 2026 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiseres verzocht om nader uiteen te zetten welke specifieke informatie nodig is van de erfgenamen, hoe ver het proces tot het verkrijgen daarvan gevorderd is en welke termijn naar verwachting nodig is om deze informatie te verkrijgen.

1.5.

Op 5 mei 2026 heeft de gemachtigde van eiseres laten weten dat de erfgenamen van eiseres zich nog beraden over de vraag of zij de nalatenschap van eiseres wensen te aanvaarden en of zij de lopende procedures wensen voort te zetten. Zolang hierover nog geen definitieve beslissing is genomen, kan ook geen verklaring van erfrecht worden overgelegd. Concreet is er volgens gemachtigde in ieder geval nog geen afspraak gemaakt met een notaris om een verklaring van erfrecht te krijgen. Hij verzoekt daarom nogmaals om uitstel van vier weken.

1.6.

Bij brief van 7 mei 2026 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiseres uitstel verleend van vier weken. Nadat binnen deze termijn geen reactie is ontvangen, heeft de rechtbank bij brief van 11 juni 2026 de gemachtigde van eiseres nogmaals verzocht om binnen vier weken mee te delen of de erfgenamen van eiseres de procedure willen voortzetten. In dat positieve geval moeten zij een verklaring van erfrecht overleggen.

1.7.

Omdat ook binnen deze termijn geen reactie is ontvangen, heeft de rechtbank partijen op 16 juli 2026 laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. De gemachtigde van eiseres heeft laten weten het hier mee eens te zijn. Het college heeft niet gereageerd. De rechtbank heeft daarom het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.[_7eb31248-7cec-46d9-9208-1cf9d1f479ed]

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiseres is overleden. Haar belang bij de voortzetting van het beroep is daarmee vervallen. De rechtbank heeft meerdere keren aan de gemachtigde van eiseres gevraagd of de erfgenamen van eiseres de procedure wensen voort te zetten. De gemachtigde van eiseres heeft hier, na meerdere verzoeken, geen duidelijkheid over gegeven. Evenmin is duidelijkheid gegeven over de vraag welke specifieke informatie nodig is voor de erfgenamen om hun keuze ten aanzien van de erfenis te maken, hoe ver het proces tot het verkrijgen daarvan gevorderd is en welke termijn naar verwachting nodig is om deze informatie te verkrijgen en een keuze te maken. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiseres daarom voorgehouden dat bij deze stand van zaken ervan uitgegaan wordt dat de erfgenamen van eiseres het geding niet wensen voort te zetten. Hierop is geen reactie meer gekomen.

2.1.

Dit betekent dat er geen procesbelang meer is bij een beoordeling van het beroep. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Het griffierecht hoeft niet te worden vergoed en eiseres maakt geen aanspraak op een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, rechter, in aanwezigheid van mr. V. Bouman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2026.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.