Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Gelderland, 31 juli 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:6206Zaaknummer 05/070582-26

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
31 juli 2026
Publicatiedatum
5 augustus 2026
Zaaknummer
05/070582-26
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verdachte is met de auto door rood gereden en tegen een overstekende fietser gebotst, waardoor deze zwaar lichamelijk letsel opliep. Omdat niet enkel sprake is van een vergissing die heeft geleid tot het rijden door rood, maar ook van niet kijken naar het overige verkeer voordat verdachte optrok, is sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam verkeersgedrag en daarmee van schuld aan het ontstane verkeersongeval, zoals bedoeld in artikel 6 WVW. De rechtbank legt aan verdachte een taakstraf van 80 uren op en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een taakstraf van 80 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;

 ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van

6 maanden;

 bepaalt dat deze ontzegging van de rijbevoegdheid niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings, voorzitter, mr. M.E. Snijders en

mr. J.M. Breimer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. U. Posthumus, griffier, en

uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 juli 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De inhoud van de tenlastelegging
  2. 3 De bewezenverklaring
  3. 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
  4. 5 De strafbaarheid van het feit
  5. 6 De strafbaarheid van de verdachte
  6. 7 De overwegingen ten aanzien van straf
  7. 8 De toegepaste wettelijke bepalingen
  8. 9 De beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/070582-26

Datum uitspraak: 31 juli 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 2006 in [geboorteplaats],

wonende aan [adres] te [woonplaats],

raadsman: mr. F.H.J. van Gaal, advocaat in Wijchen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 23 november 2025 te Nijmegen als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Wijchenseweg, terwijl ter hoogte van de kruising Wijchenseweg/Viaductweg de verkeerslichten rood licht uitstraalden, inhoudende: “Stop”,

- haar aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 geen gevolg heeft gegeven aan het in 68 lid 1 onder c van het voornoemd reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door haar bestuurde voertuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voornoemd reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Wijchenseweg) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement zonder te stoppen door rood is gereden en/of een op de kruisende weg (de Viaductweg) of op die kruising, gezien haar, verdachtes, rijrichting dicht van links genaderd zijnde bestuurder van een fiets niet voor heeft laten gaan en/of

- is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met voornoemde fietser,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (te weten [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 23 november 2025 te Nijmegen als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Wijchenseweg, terwijl ter hoogte van de kruising Wijchenseweg/Viaductweg de verkeerslichten rood licht uitstraalden, inhoudende: “Stop”,

- haar aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 geen gevolg heeft gegeven aan het in 68 lid 1 onder c van het voornoemd reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door haar bestuurde voertuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voornoemd reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Wijchenseweg) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement zonder te stoppen door rood is gereden en/of een op de kruisende weg (de Viaductweg) of op die kruising, gezien haar, verdachtes, rijrichting dicht van links genaderd zijnde bestuurder van een fiets niet voor heeft laten gaan en/of

- is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met voornoemde fietser,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 23 november 2025 te Nijmegen als bestuurder van een voertuig op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Wijchenseweg, geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers niet is gestopt voor een voor haar rijrichting bestemd driekleurig verkeerslicht dat rood licht uitstraalde, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [_3444b432-8d92-4044-beb9-ebbe1e004abd]

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde. Volgens de officier van justitie is sprake van aanmerkelijke schuld van verdachte aan het verkeersongeval. [slachtoffer] heeft daardoor zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van het primair tenlastegelegde bepleit. Volgens de raadsman heeft verdachte niet aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend gehandeld. Zij reed, voordat ze stopte voor het verkeerslicht, juist met een lage snelheid en had geen haast. Zij heeft zich toen vergist, dacht dat het groen was geworden, en daardoor een verkeersfout gemaakt. Het enkele rijden door rood levert geen overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet (WVW) op.

De raadsman heeft zich ten aanzien van het (meer) subsidiair tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Het verkeersongeval

Op 23 november 2025 heeft op de kruising van de Wijchenseweg en de Viaductweg in Nijmegen een verkeersongeval plaatsgevonden, waarbij een personenauto met verdachte als bestuurder en een fietser, [slachtoffer] betrokken waren.[_61a96939-0504-49c9-b695-fd7bf2c37555] [slachtoffer] heeft als gevolg van dit ongeval onder meer een gebroken bekken en een gebroken ruggenwervel opgelopen.[_27424f88-f571-48f0-9882-c357ba1342ef] Het herstel hiervan was in januari 2026 nog verre van volledig en het slachtoffer ondervond nog veel beperkingen hiervan.[_b27608f3-a9a5-4eb2-a54f-186e4033602a]

Getuigenverklaringen

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij op 23 november 2025 omstreeks 14.48 uur met zijn vrouw in de auto op de Wijchenseweg in Nijmegen in de richting van Wijchen reed. Zij moesten stoppen voor het rode verkeerslicht. Voor hen stond een zwarte Opel. Dit was de eerste auto voor het verkeerslicht. Zij stonden ongeveer 30 seconden stil toen de auto voor hen stapvoets naar voren reed. Volgens de getuige was het verkeerslicht nog rood. [getuige 1] zag een fietser vanaf de linkerzijde fietsen op het fietspad en de weg oversteken. De fietser probeerde de Opel naar links te ontwijken, maar de botsing was onvermijdelijk. De fietser werd vanaf de rechterkant door de auto geraakt werd en kwam ten val.[_7f2fb7b1-d765-4319-b8c3-a27b4588a9f6]

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij vooraan stond bij het verkeerslicht. Het verkeerslicht was rood. De auto die naast hem stond begon ineens te rijden terwijl het rood was. Een fietser kwam langzaam fietsend van links over het fietspad. Deze auto schepte de fietser en die kwam op de motorkap en tegen de voorruit van de auto terecht. Vervolgens viel hij er weer af. De auto remde pas nadat de fietser was geraakt. Getuige [getuige 2] zag dat het verkeerslicht op het moment van de aanrijding nog steeds rood was.[_3ebe5de6-b54c-440c-8d6c-f408b591b163]

Verklaring van verdachte

Verdachte heeft verklaard dat zij vanaf de McDonalds kwam en op de Wijchenseweg in Nijmegen in de zwarte Opel van haar vader reed. Zij had geen haast en stopte voor het rode verkeerslicht bij het kruispunt. Verdachte wist niet meer hoe lang het op rood stond. Achter en naast haar stonden nog andere auto's. Zij stond op de rechterbaan. Het verkeerslicht werd volgens haar groen. Zij trok toen rustig op. Zij zag de fietser pas op het moment van de botsing en remde toen. Uitwijken was niet meer mogelijk.[_7d00ca91-eaef-4ef3-8816-439388eb7e86]

Schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994

Of er sprake is van ‘schuld’ in de zin van artikel 6 van de WVW hangt af van het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Dat brengt mee dat niet in zijn algemeenheid valt aan te geven of één verkeersovertreding of verkeersfout voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Daarvoor zijn immers verschillende factoren van belang, zoals de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Voorts verdient opmerking dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. Van schuld in de zin van dit artikel is pas sprake in het geval van een op zijn minst aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid of onoplettendheid. Het moet gaan om méér dan een moment van onoplettendheid.

Op grond van de bovengenoemde getuigenverklaringen stelt de rechtbank vast dat het verkeerslicht nog op rood stond toen verdachte optrok. Hoewel verdachte dat kennelijk anders heeft gezien, bestaat hierover in redelijkheid geen twijfel. Het enkele negeren van het rode verkeerslicht levert volgens de rechtbank niet op dat sprake is van een enkel moment van onoplettendheid. Van iedere bestuurder mag worden verwacht dat deze anticipeert op komende verkeerssituaties en voortdurend (geestelijk en lichamelijk) in staat is het voertuig onder controle te houden om veilig aan het verkeer deel te nemen en om de daarvoor benodigde verkeershandelingen te verrichten. Dat brengt mee dat ook bij het optrekken bij groen licht vlak voor een fietspad mag worden verwacht dat de bestuurder kijkt of er geen verkeer aankomt over dit fietspad. Verdachte is hierin tekort geschoten. Zij is opgetrokken zonder te letten op het overige verkeer in de veronderstelling dat het verkeerslicht groen was en de weg vrij zou zijn. Van een voorzichtige en zorgvuldige verkeersdeelnemer mag echter meer worden verwacht in zo’n situatie. De andere verkeersdeelnemers rondom haar zagen de fietser wel aankomen en verdachte had hem daarom ook kunnen en moeten zien. Nu niet enkel sprake is van een vergissing die heeft geleid tot het rijden door rood, maar ook van niet kijken naar het overige verkeer voordat verdachte optrok, is sprake van aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam verkeersgedrag en daarmee van schuld aan het ontstane verkeersongeval, zoals bedoeld in artikel 6 WVW.

Letsel

De rechtbank overweegt dat voor de beantwoording van de vraag of van zwaar lichamelijk letsel sprake is de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel van belang zijn. De rechtbank is van oordeel dat het letsel zoals dat blijkt uit de medische verklaring en mede gelet op de gevolgen van het letsel en de lange duur van het herstel ervan als zwaar lichamelijk letsel moet worden aangemerkt.

Conclusie

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het primair tenlastegelegde kan worden bewezen dat verdachte een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

zij op of omstreeks 23 november 2025 te Nijmegen als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de Wijchenseweg, terwijl ter hoogte van de kruising Wijchenseweg/Viaductweg de verkeerslichten rood licht uitstraalden, inhoudende: “Stop”,

- haar aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 62 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 geen gevolg heeft gegeven aan het in 68 lid 1 onder c van het voornoemd reglement gestelde gebod of verbod, door met dat door haar bestuurde voertuig (personenauto) niet ingevolge het gestelde in artikel 79 van voornoemd reglement voor de aldaar zich op het wegdek van die weg (de Wijchenseweg) voor die kruising aangebrachte stopstreep te stoppen en/of

- in strijd met het gestelde in artikel 68 lid 1 onder c en/of lid 6 van voormeld reglement zonder te stoppen door rood is gereden en/of een op de kruisende weg (de Viaductweg) of op die kruising, gezien haar, verdachtes, rijrichting dicht van links genaderd zijnde bestuurder van een fiets niet voor heeft laten gaan en/of

- is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met voornoemde fietser,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (te weten [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

primair:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van het primair tenlastegelegde vrijspraak bepleit. Ten aanzien van het (meer) subsidiair tenlastegelegde acht hij de door de officier van justitie gevorderde taakstraf van 100 uren te hoog.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich als automobilist aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gedragen door op te trekken, terwijl de verkeerslichten voor haar rood uitstraalden en niet op de andere verkeersdeelnemers te letten, waardoor haar auto in botsing kwam met een 80-jarige overstekende fietser. Het slachtoffer heeft ernstig letsel opgelopen. Hij heeft veel pijn gehad en gaat een onzekere toekomst tegemoet. Het is nog niet te voorzien welke gevolgen het ongeluk op langere termijn heeft. Gelet op zijn leeftijd is volledig herstel waarschijnlijk niet te verwachten en dat is aan verdachtes schuld te wijten.

Persoonlijke omstandigheden

Verdachte is nog jong en heeft weinig rijervaring. Zij woont bij haar ouders in [woonplaats] en volgt de studie journalistiek in [plaats]. Daarnaast werkt zij in een restaurant in [plaats]. Hiervoor maakt zij gebruik van de auto van haar vader. Verdachte heeft benadrukt dat er - gelet op de werktijden - geen alternatief is om naar [plaats] te gaan dan met de auto. Binnenkort gaat zij in het kader van haar studie bij het [locatie] in [plaats] stage lopen.

Uit de justitiële documentatie van verdachte van 11 juni 2026 volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

Verdachte is ter terechtzitting verschenen en heeft een heldere verklaring afgelegd, waarbij zij niet heeft geprobeerd haar handelen te rechtvaardigen. Zij is zich van haar schuld bewust en neemt de verantwoordelijkheid voor het veroorzaken van het verkeersongeval. Zij heeft aangegeven dat zij geprobeerd heeft om in contact te komen met de advocaat van het slachtoffer om te horen hoe het met het slachtoffer gaat. Het is de rechtbank duidelijk geworden dat het verkeersongeval ook een grote impact heeft gehad op verdachte zelf.

Straf

Gelet op bovenstaande persoonlijke omstandigheden ziet de rechtbank redenen om van de eis van de officier van justitie en de landelijke oriëntatiepunten af te wijken. De rechtbank zal aan verdachte een taakstraf van 80 uren opleggen, te vervangen door 40 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht;

- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een taakstraf van 80 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;

 ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van

6 maanden;

 bepaalt dat deze ontzegging van de rijbevoegdheid niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M.H. Pennings, voorzitter, mr. M.E. Snijders en

mr. J.M. Breimer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. U. Posthumus, griffier, en

uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 juli 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.