Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Gelderland, 1 juli 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:6183Zaaknummer K/5001/11163995

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
1 juli 2026
Publicatiedatum
7 augustus 2026
Zaaknummer
K/5001/11163995
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak, Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

VvE / Appartementsrecht. Vordering tot nakoming van de betaling van voorschotbijdragen toegewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

verklaart voor recht dat [de gedaagden] tekort is geschoten in de naleving van zijn verplichtingen als lid van de VvE op basis van de splitsingsakte;

5.2.

verklaart voor recht dat [de gedaagden] onderdeel is van de VvE en daarmee moet voldoen aan de verplichtingen die daarmee verband houden;

5.3.

veroordeelt [de gedaagden], hoofdelijk, in die zin dat als de een betaalt de ander is bevrijd, tot betaling aan de VvE van een bedrag van € 9.745,97 aan achterstallige bijdragen over de periode 2023 tot en met 31 mei 2026 inclusief de daarover verschuldigde rente tot en met 31 mei 2026;

5.4.

veroordeelt [de gedaagden], eveneens hoofdelijk, tot betaling aan de VvE van de verhoging van de VvE bijdrage van totaal € 857,80 over de periode 1 januari 2026 tot en met 31 mei 2026;

5.5.

veroordeelt [de gedaagden], eveneens hoofdelijk, om met ingang van 1 juni 2026 maandelijks een bedrag van € 485,42 aan vergoeding over te maken aan de VvE tot het moment dat de VvE tot een ander bedrag besluit;

5.6.

veroordeelt [de gedaagden], eveneens hoofdelijk, tot betaling aan de VvE van de gemaakte juridische kosten van € 5.217,29;

5.7.

veroordeelt [de gedaagden], eveneens hoofdelijk, in de proceskosten van € 1.547,60, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

5.8.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Zandman en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.

918 / 51733

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het geschil
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: 11163995 \ CV EXPL 24-5044

Vonnis van 1 juli 2026

in de zaak van

[naam eisend vve],

te [plaatsnaam],

eisende partij,

hierna te noemen: de VvE,

gemachtigde: CW en Partners B.V.,

tegen

1 [naam gedaagde 1],

te [woonplaats],

2. [naam gedaagde 2],

te [woonplaats],

gedaagde partijen,

hierna te noemen: [gedaagde 1], [gedaagde 2] of gezamenlijk [de gedaagden],

gemachtigde: [gemachtigde].

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 januari 2026 met de daarin genoemde processtukken,

- de akte voor comparitie van 12 mei 2026 mede inhoudende een wijziging van eis van de zijde van de VvE,

- de mondelinge behandeling van 26 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gemachtigde] aangegeven dat als gemachtigde optreedt voor [gedaagde 1] en [gedaagde 2].

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De VvE is de VvE van de panden aan de [adres] te [plaatsnaam]. Het pand bestaat uit een winkel, maisonnette, flatwoning, ondergrond, erf en verdere aanhorigheden. Het pand is bij splitsingsakte van 13 juli 2009 opgesplitst in vier appartementsrechten, te weten [straatnaam] [huisnummer 1] (index 1) en [straatnaam] [huisnummer 2] I tot en met III (index 2 tot en met 4).

2.2.

In de splitsingsakte is onder meer het volgende opgenomen:

“B. Aandelen die door de splitsing ontstaan en aandelen in de verplichting tot het bijdragen in de

schulden en kosten die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn

Artikel 8

1. De eigenaars zijn voor elk te hunnen name staand appartementsrecht in de gemeenschap gerechtigd voor de navolgende aandelen:

 het appartementsrecht met index 1: voor het onverdeeld vijfhonderd vijftig/zevenhonderd

éénentachtigste (550/781) gedeelte;

 het appartementsrecht met index 2: voor het onverdeeld zevenenzeventig/zevenhonderd

éénentachtigste (7 7/781) gedeelte;

 het appartementsrecht met index 3: voor het onverdeeld zevenenzeventig/zevenhonderd

eenentachtigste (77/781) gedeelte;

 het appartementsrecht met index 4: voor het onverdeeld zevenenzeventig/zevenhonderd

eenentachtigste (7 7/781) gedeelte;

*/* Deze aandelen zijn gebaseerd op de navolgende grondslag: oppervlakten van de appartementsrechten. Een kopie van de berekening is aangehecht.

2. De eigenaars zijn voor de in het eerste lid bedoelde breukdelen gerechtigd tot de baten die aan de gezamenlijke eigenaars toekomen en zijn voor diezelfde breukdelen verplicht bij te dragen in de schulden en kosten die voor rekening van de gezamenlijke eigenaars zijn.

(…)

D. Jaarlijkse begroting, jaarrekening en bijdragen

Artikel 11

1. Voor de aanvang van elk boekjaar legt het bestuur aan de vergadering over een begroting voor dat

boekjaar, in welke begroting de volgende posten duidelijk moeten zijn onderscheiden:

a. de schulden en kosten als bedoeld in artikel 9 eerste lid;

b. de aan het desbetreffende boekjaar toe te rekenen bedragen uit hoofde van het onderhoudsplan

als bedoeld in artikel 10 tweede en derde lid;

c. toevoegingen aan het reservefonds; en

d. de baten bedoeld in artikel 9 tweede lid.

2. De begroting wordt vastgesteld door de vergadering. Bij het vaststellen van de begroting bepaalt de vergadering tevens het bedrag dat bij wijze van voorschotbijdragen door de eigenaars verschuldigd is, alsmede het aandeel van iedere eigenaar daarin, vastgesteld met inachtneming van de verhouding als is bepaald in artikel 8 tweede lid.

3. De eigenaars zijn verplicht met ingang van de eerste maand van het desbetreffende boekjaar

maandelijks bij vooruitbetaling één/twaalfde van het bedoelde aandeel aan de vereniging te voldoen,

tenzij de vergadering anders besluit. De betaling van de verschuldigde voorschotbijdrage kan niet

worden verrekend of opgeschort in verband met een (vermeende) vordering op de vereniging of de

gezamenlijke eigenaars.

Zolang door de vergadering niet de voorschotbijdrage voor een boekjaar is vastgesteld, moeten de

eigenaars de laatstelijk vastgestelde voorschotbijdragen voldoen. Deze voorschotbijdragen worden

verrekend met de door de vergadering krachtens het tweede lid van dit artikel vastgestelde

voorschotbijdragen. Een overschot zal aan de eigenaars worden gerestitueerd, een tekort dient

binnen één maand te worden aangezuiverd.

(…)

Artikel 13

1. Indien een eigenaar het ingevolge artikel 11 en/of artikel 12 door hem aan de vereniging

verschuldigde bedrag niet binnen een maand nadat het bedrag opeisbaar is geworden aan de

vereniging heeft voldaan, is hij zonder dat enige ingebrekestelling is vereist in verzuim en is hij over

dat bedrag, van de datum van opeisbaarheid af, een rente verschuldigd, berekend op basis van de

wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek, met een minimum van tien

euro (€10) of zoveel meer als de vergadering telkenjare mocht vaststellen. Het bestuur is bevoegd

dit bedrag te matigen. (…)

3. Een eigenaar is verplicht alle door de vereniging gemaakte kosten, die van rechtskundige bijstand

daaronder begrepen, voor het verhalen van het door die eigenaar aan de vereniging verschuldigde,

zowel in als buiten rechte, aan de vereniging te vergoeden.

Artikel 14

1. Voor het geval een appartementsrecht aan meer eigenaars gezamenlijk toebehoort, zijn die eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de verplichtingen die uit de gerechtigdheid tot dat appartementsrecht voortvloeien, tenzij de onverdeeldheid het gevolg is van een ondersplitsing.

2. In geval van ondersplitsing zijn de ondereigenaars gezamenlijk aansprakelijk voor de nakoming van de verplichtingen die uit de gerechtigdheid tot het in de ondersplitsing betrokken appartementsrecht voortvloeien.

(…)

II. De vergadering

Artikel 45

1. De vergaderingen worden gehouden op een door het bestuur vast te stellen plaats in de gemeente

waarde grond is gelegen, bij voorkeur in de nabijheid van het gebouw.

2. Jaarlijks wordt, binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, een vergadering gehouden, de

jaarvergadering. In deze vergadering legt het bestuur, in overeenstemming met het bepaalde in

artikel 12 tweede lid, de jaarrekening ter vaststelling aan de vergadering over. Tevens brengt het

bestuur in deze vergadering zijn jaarverslag uit.

3. Vergaderingen worden voorts gehouden zo dikwijls het bestuur of de voorzitter zulks nodig acht,

alsmede indien een aantal eigenaars dat tenminste tien procent van het aantal stemmen kan

uitbrengen zulks schriftelijk verzoekt aan het bestuur.

4. Indien een door eigenaars verlangde vergadering niet door het bestuur wordt bijeengeroepen op een zodanige termijn, dat de verlangde vergadering binnen drie weken na ontvangst van het verzoek

wordt gehouden, zijn de verzoekers bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming

van dit reglement.

5. De vergadering benoemt al dan niet uit de eigenaars de voorzitter. Voor de eerste maal kan de

benoeming van de voorzitter bij de akte geschieden. Tenzij bij de benoeming anders is bepaald wordt de voorzitter voor onbepaalde tijd benoemd. Hij kan te allen tijde door de vergadering worden ontslagen.

(…)

8. De oproeping ter vergadering vindt schriftelijk plaats met een termijn van tenminste vijftien dagen -de dag van oproeping en van vergadering daaronder niet gerekend - en wordt verzonden naar de

werkelijke of, in overeenstemming met artikel 1:15 van het Burgerlijk Wetboek, de gekozen

woonplaats van de eigenaars; zij bevat de opgave van de onderwerpen van de agenda alsmede de

plaats en het tijdstip van de vergadering. Elke eigenaar is tot uiterlijk zeven dagen voor de

vergadering en mits bij schriftelijke kennisgeving aan het bestuur - dan wel per fax of e-mail -

bevoegd onderwerpen op de agenda te laten plaatsen. Het bestuur is alsdan verplicht onverwijld de

overige eigenaars hiervan in kennis te stellen.

9. Alle ter vergadering aanwezige stemgerechtigden zijn verplicht een presentielijst te tekenen. Deze

presentielijst is bepalend voor het quorum. De gevolmachtigde tekent de presentielijst namens de

volmachtgever.

(…)

Artikel 47

1. Stemgerechtigd zijn de eigenaars. (…)

2. Het totaal aantal stemmen is gelijk aan zevenhonderd éénentachtig (781).

Het aantal stemmen dat kan worden uitgebracht is voor:

- het appartementsrecht met index 1 vijfhonderd vijftig (550);

- het appartementsrecht met index 2 zevenenzeventig (77);

- het appartementsrecht met index 3 zevenenzeventig (77);

- het appartementsrecht met index 4 zevenenzeventig (77).

(…)

Artikel 48

1. Indien een appartementsrecht, anders dan ingeval van ondersplitsing, aan meer eigenaars toekomt

zullen dezen hun stemrecht in de vergadering slechts kunnen uitoefenen door middel van één hunner

of van een derde, daartoe schriftelijk aangewezen. (…)

Artikel 49

Iedere eigenaar is bevoegd, hetzij in persoon, hetzij bij een schriftelijk gevolmachtigde die al dan niet lid van de vereniging is, de vergadering bij te wonen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen, wat dit laatste betreft met inachtneming van het bepaalde in artikel 47 derde lid en artikel 48 eerste lid. Een bestuurder kan niet als gevolmachtigde optreden.

Iedere eigenaar en gevolmachtigde is bevoegd zich te doen vergezellen van een jurist of een accountant die ter vergadering het woord mag voeren.

Artikel $0

1. Alle besluiten waarvoor in dit reglement of krachtens de wet geen afwijkende regeling is voorgeschreven worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

Onder volstrekte meerderheid van stemmen wordt hier verstaan: meer dan de helft van de ter

vergadering uitgebrachte stemmen; blanco stemmen, ongeldige stemmen en (verklaringen van)

stemonthouding worden niet tot de uitgebrachte stemmen gerekend.

(…)

Artikel 51

Besluiten zijn vernietigbaar overeenkomstig het daaromtrent bepaalde in de artikelen 2:15 en 5:130 van het Burgerlijk Wetboek. De bevoegdheid om vernietiging van een besluit te verzoeken vervalt door verloop van een maand, welke termijn begint met de aanvang van de dag volgende op de dag waarop de belanghebbende van het besluit kennis heeft genomen of daarvan kennis heeft kunnen nemen. (…)

Artikel 52

1. De vergadering beslist over het beheer van de gemeenschappelijke gedeelten en de

gemeenschappelijke zaken, voor zover de beslissing hierover niet aan het bestuur toekomt.

De vergadering stelt het in het vijfde lid bedoelde bedrag vast met inachtneming van de daar

genoemde wijze van besluitvorming.

(…)

5. Besluiten door de vergadering tot:

a. het doen van buiten het in artikel 9 eerste lid sub a en b bedoelde onderhoud vallende uitgaven;

b. het doen van uitgaven ten laste van het reservefonds;

c. het aangaan van verplichtingen met een financieel belang die een totaal door de vergadering

vast te stellen bedrag te boven gaan;

kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van het aantal

stemmen, uitgebracht in een vergadering waarin een aantal eigenaars tegenwoordig of

vertegenwoordigd is, dat tenminste twee/derde van het totaal aantal stemmen kan uitbrengen. De

laatste zinsnede van artikel 50 eerste lid is van overeenkomstige toepassing.

In een vergadering, waarin minder dan twee/derde van het hiervoor bedoelde maximum aantal

stemmen kan worden uitgebracht, kan geen geldig besluit worden genomen.

6. In het in de laatste zin van het vorige lid bedoelde geval zal een nieuwe vergadering worden

uitgeschreven, te houden niet vroeger dan twee en niet later dan zes weken na de eerste.

In de oproeping tot deze vergadering zal mededeling worden gedaan dat de komende vergadering

een tweede vergadering is als bedoeld in dit artikel. In deze vergadering zal over de aanhangige

onderwerpen een besluit met twee/derde meerderheid kunnen worden genomen ongeacht het aantal

stemmen dat ter vergadering kan worden uitgebracht.

(…)

9. Bij deze besluiten dient tevens te worden vastgesteld welke eigenaars in welke verhouding moeten

bijdragen in de kosten. Deze verhouding kan afwijken van het bepaalde in artikel 8 tweede lid. Een

afwijkende kostenverdeling dient te worden opgenomen in het huishoudelijk reglement.

(…)

Q. Geschillenbeslechting

Artikel 60

Geschillen tussen een of meer eigenaars onderling of tussen een of meer eigenaars en de vereniging

kunnen krachtens gezamenlijke keuze van de betrokkenen bij het geschil aan een of meer deskundigen

worden voorgelegd ter beslechting bij wege van arbitrage of bindend advies dan wel tot bemiddeling door mediation.”

2.3.

[gedaagde 1] is voor 50% eigenaar van de [straatnaam] [huisnummer 1] te [plaatsnaam] [gedaagde 2] is eveneens voor 50% eigenaar van bedoeld pand. [gedaagde 1] is degene die de maandelijkse betaling aan de VvE verricht.

2.4.

In de notulen van de vergadering van 17 oktober 2022 is onder meer het volgende opgenomen:

“Stand van zaken

Momenteel zijn er onderlinge discussies en lijken de leden er niet meer uit te komen onderling. Afgesproken dat de WE aankomend jaar (2023) het beheer laat uitbesteden aan een extern bedrijf, namelijk SW Bouwadvies Vastgoedbeheer en VVE beheer.

Zij zouden eens per jaar online een vergadering organiseren. [naam 1] gaat het verzoek doen om eens per jaar fysiek te vergaderen, dit heeft voorkeur van de leden.

In de bijlage zit nogmaals de offerte toegevoegd.”

2.5.

Op 20 oktober 2022 heeft de bestuurder van de VvE de notulen en de offerte van de externe beheerder rondgezonden met het verzoek om voor 26 oktober 2022 te laten weten of deze akkoord zijn.

In de daarop volgende mailcorrespondentie en een whatsapp bericht zegt [gedaagde 1] ‘akkoord’.

2.6.

Op 24 augustus 2023 heeft er een algemene leden vergadering plaatsgevonden. [de gedaagden] was daarbij niet aanwezig. Tijdens deze vergadering konden echter geen besluiten worden genomen vanwege een te lage opkomst. In de notulen van deze vergadering staat onder meer:

“1. Opening Voorzitter ALV

De voorzitter ( [voorzitter]) opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom. Er is onvoldoende opkomst en deze vergadering zal worden gehouden, maar hierin kunnen geen rechtsgeldige beslissingen worden genomen.

Er zal een tweede ALV worden georganiseerd conform artikel 52 lid 6 In het in de laatste zin van het vorige lid bedoelde geval zal een nieuwe vergadering worden uitgeschreven, te houden niet vroeger dan twee en niet later dan zes weken na de eerste. In de oproeping tot deze vergadering zal mededeling worden gedaan dat de komende vergadering een tweede vergadering is als bedoeld in dit artikel. In deze vergadering zal over de aanhangige onderwerpen een besluit met twee/derde meerderheid kunnen worden genomen ongeacht het aantal stemmen dat ter vergadering kan worden uitgebracht

(…)

4 Vaststelling bijdrage VvE en toelichting op de voorstellen m.b.t. de splitsingsakte.

De aanwezige leden gaan akkoord met het voorstel ten aanzien van de verenigingsbijdrage voor dit jaar (met terugwerkende kracht). De verdeling is conform de splitsingsakte en de bijbehorende bepalingen. Het is een terugkerend onderwerp dit jaar tijdens de reeds gehouden Algemene Leden Vergaderingen. Doordat 1 lid (grootste aandeel) van de vereniging niet heeft ingestemd met de

schriftelijke ALV om de splitsingsakte te laten wijzigen en een oppervlakte berekening hieraan te verbinden, is de oude splitsingsakte van toepassing.”

2.7.

Op 15 september 2023 heeft er opnieuw een algemene leden vergadering plaatsgevonden conform artikel 52 lid 6 van de statuten. Tijdens deze vergadering is de bijdrage per 1 januari 2023 vastgesteld. Het pand van [de gedaagden] heeft een aandeel van 550/781e deel. De verplichte bijdrage komt daarmee op € 313,86 per maand.

2.8.

Bij e-mailbericht van 20 september 2023 om 13.38 uur heeft de beheerder van de VvE [gedaagde 1] het volgende bericht:

“Zojuist heeft u vanuit ons automatiseringssysteem VvETotaal de prolongatienota’s voor de maanden januari 2023 t/m oktober 2023 ontvangen. De VvE bijdrage is overeengekomen in de ALV van 24 augustus en 15 september jl. Om voor u een overzicht te krijgen van de te betalen VvE bijdrage en de reeds door de vereniging ontvangen betalingen van u, hebben wij hierbij een overzicht van uw

debiteurenkaart meegezonden. Deze kunt u ook 24/7 raadplegen in het automatiseringssysteem, waarvoor u reeds eerder inloggegevens heeft ontvangen.

Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zien uw betaling graag tegemoet.

Mochten er nog vragen zijn dan horen wij dit graag.”

2.9.

[gedaagde 1] heeft daarop gevraagd waarom hij zoveel in een keer moet betalen en hoeveel de andere eigenaren betalen.

2.10.

Hierop heeft de beheerder als volgt gereageerd:

“Met verbazing hebben wij kennis genomen van uw email.

Dit is de VvE bijdrage conform de splitsingsakte en besluit ALV.

U kunt hier niet op tegen zijn zoals bekend.

U kunt de bijdrages lezen in de agendastukken van de algemene leden vergaderingen, welke staan in ons automatiseringssysteem. U kunt 24 u per dag hierop inloggen.

Het is een geheel te verwachten gevolg van het niet willen aanpassen van de splitsingsakte, maar dat heeft u als enige tegen gehouden zoals bekend.”

2.11.

Hierop heeft [gedaagde 1] op 22 september 2023 als volgt gereageerd:

“Hoe dan ook ik ben niet akkoord.

Voorheen was altijd zo gegaan. Tijdens de aankoop van de pand. Is bij iedereen al bekend.

Ik ben bereid is meer betalen bij de greote onderhoud.”

2.12.

Daarop heeft de beheerder op 25 september 2023 als volgt gereageerd:

“Het is duidelijk geworden en besproken dat de hantering van de splitsingsakte in het verleden niet goed is gegaan.

Zoals u aangeeft is iedereen bij aankoop op de hoogte geweest van de splitsingsakte, maar de toepassing ervan is niet goed gebleken.

U geeft terecht aan dat u meer bereid bent te betalen bij groot onderhoud, maar dat is een onderdeel van de VvE bijdrage en als er een extra storting wordt gevraagd voor groot onderhoud dan zult u ook meer moeten betalen.

De vereniging van eigenaren is nu bijna 10 maanden verder en er zijn de nodige vergaderingen geweest en zelfs de optie geweest de splitsingsakte aan te laten passen. U heeft er niet voor gekozen om de splitsingsakte te laten aanpassen en dan is dit de consequentie. U betaald de verenigingsbijdrage conform de splitsingsakte en de besluiten in de algemene leden vergaderingen.

Wij zijn als beheerder nu al heel veel extra tijd kwijt met uitleg etc. Om een eindeloze emailcorrespondentie te voorkomen als er een duidelijke vraag is kunt u deze stellen anders verzoeken wij u vriendelijk met de leden van uw VvE contact op te nemen. Wij kunnen niet anders, wanneer u de verenigingsbijdrage niet betaald betalingsherinnering/ aanmaning, WIK en incassotraject in gang zetten, wij hopen dat u het niet zover zult laten komen.”

2.13.

Op 21 februari 2024 heeft de gemachtigde van [gedaagde 1] de beheerder van de VvE onder meer als volgt bericht:

“Inmiddels heb ik cliënt gesproken over de prolongatie betreffende de voorschotbijdrage [de VvE]. Ook heb ik de mailwisselingen hierover bestudeerd.

Uit de stukken maak ik op dat u bij brief van 31 augustus 2022 aan mevrouw [naam 2] een voorstel heeft gedaan voor de Vereniging van Eigenaren betreffende het complete beheer voor het complex aan de [straatnaam] [huisnummer 1] & [huisnummer 2] te [plaatsnaam] voor het jaar 2023. Vervolgens geeft u in voornoemde brief aan dat u op 14 september 2022 contact met mevrouw [naam 2] zult opnemen om eventuele vragen te kunnen beantwoorden en om verdere afspraken te maken.

Nu komt heel duidelijk uit de stukken naar voren dat cliënt zich niet kan verenigen met prolongatie aangaande de bijdrage VvE aan dc [straatnaam] [huisnummer 1] te [plaatsnaam], hetgeen thans is vastgesteld op een bedrag van € 313,86 per maand. Cliënt vraagt zich af hoe dit bedrag tot stand is gekomen en waaruit blijkt dat afspraken zoals u deze schetst zijn aangenomen c.q ook door cliënt zijn geaccepteerd. Namens cliënt verzoek ik u mij hieromtrent opheldering te geven. Cliënt heeft hier uiteraard recht op. Cliënt geeft namelijk aan dat hij hier nimmer mee zou hebben ingestemd.

Tot slot lees ik in uw brief van 25 september 2023 dat cliënt er niet voor gekozen zou hebben om de splitsingsakte aan te laten passen en dat de situatie waarin hij nu zit hiervan de consequentie zou zijn. Ik ga ervan uit dat u er weet van heeft dat het veranderen van dc splitsingsakte een hele belangrijke beslissing is en in de praktijk niet over één nacht ijs gaat.

Bovendien is het laten wijzigen van de splitsingsakte tijdrovend, kostbaar en een ingewikkeld proces. De VvE zal dit dan ook doorgaans enkel doen als het echt maar dan ook echt nodig is.”

2.14.

Bij e-mailbericht van 4 maart 2024 heeft de gemachtigde van de VvE hierop gereageerd:

“In uw e-mail geeft u aan dat uw cliënt zich niet kan verenigen met de vastgestelde maandelijkse VvE bijdrage ad. € 313,86. U vraagt om opheldering over de totstandkoming van dit bedrag.

In de eerste plaats wijs ik u er op dat ingevolge de splitsingsakte de eigenaars gehouden zijn conform de breukdelen bij te dragen in de schulden en kosten die voor de gezamenlijke eigenaars zijn (zie artikel 8 lid 2). Het aandeel van uw cliënt is 550/781e deel. Van de andere appartementsgerechtigden is het aandeel 77/781e deel.

Op enig moment is binnen de VvE geconstateerd dat de VvE-leden niet conform de breukdelen hebben bijgedragen aan de gemeenschappelijke schulden en kosten. Uw cliënt betaalde een maandelijks bedrag ad. € 110,00 en de andere leden ad. € 82,50. Hierbij werd overigens ook geen afzonderlijke bijdrage geheven voor het onderhoud van het trappenhuis.

Een voorstel binnen de VvE om de thans geldende splitsingsakte te wijzigen en de bijdrageverplichting te koppelen aan de oppervlakte van de verschillende appartementsrechten werd niet aangenomen, omdat niet alle leden daarmee hebben willen instemmen. Uw cliënt heeft zich als enige tegen dit voorstel gekeerd.

Vervolgens is een vergadering gehouden (op 24 augustus 2023), waarbij het quorum om besluiten te kunnen nemen niet werd gehaald. Geagendeerd was om de VvE bijdragen opnieuw vast te stelten, zulks conform de geldende splitsingsakte. Vervolgens is opnieuw een (vergadering uitgeschreven voor 15 september 2023 (conform artikel 52 lid 6 van de splitsingsakte). In deze tweede vergadering kon over de aanhangige onderwerpen een besluit met twee/derde meerderheid worden genomen, ongeacht het aantal stemmen dat ter

vergadering kon worden uitgebracht. Bij gelegenheid van deze vergadering is de bijdrage verplichting opnieuw vastgesteld (conform bijgaand overzicht).

Hierbij is besloten dat deze bijdrageverplichting met terugwerkende kracht voor heel 2023 zou gelden. Voor uw cliënt komt dit neer op een maandelijkse bijdrageverplichting van € 313,86 per maand. De notulen van de vergaderingen d.d. 24 augustus 2023 en van 15 september 2023 treft u eveneens bijgaand aan.

Kort en goed, de bijdrageverplichting is ter vergadering van 15 september 2023 rechtsgeldig en conform splitsingsakte opnieuw vastgesteld. Iedere grond voor uw cliënt om niet te betalen ontbreekt. De via CW en partners te betalen achterstand beloopt thans een bedrag ad. € 3.154,06. Daarbij beloopt de achterstand over de maanden februari en maart 2024 een bedrag ad. € 627,72. Dit bedrag kan rechtstreeks aan de VvE worden voldaan.

Ik ga er vanuit dat uw cliënt alsnog per omgaande aan diens betalingsverplichting zal voldoen.

Uw bevestiging dienaangaande zie ik graag tegemoet.”

2.15.

Voor 1 januari 2023 werd de bijdrage niet conform de breukdelen in rekening gebracht en betaalde [gedaagde 1] € 110,00 per maand. [gedaagde 1] is na het besluit van 15 september 2023 € 110,00 per maand blijven betalen, zodat per 24 mei 2024 sprake was van een betalingsachterstand van € 3.779,47.

3 Het geschil

3.1.

De VvE vordert, na vermeerdering van eis, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis voor recht te verklaren dat [de gedaagden] tekortgeschoten is in de naleving van zijn verplichtingen als lid van de VvE op basis van de splitsingsakte, te verklaren dat [de gedaagden] onderdeel is van de VvE en daarmee moet voldoen aan de verplichtingen die daarmee verband houden, de veroordeling van [de gedaagden] hoofdelijk tot betaling van een bedrag van € 9.745,97 aan achterstallige bijdragen aan de VvE over de periode 2023 tot en met 31 mei 2026 inclusief wettelijke rente, een bedrag van € 956,72 aan buitengerechtelijke kosten, € 5.23.8,47 aan juridische kosten, de verhoging van de VvE bijdrage per 1 januari 2026 tot en met 31 mei 2026 van € 857,80, de betaling van een bedrag van € 485,42 per maand vanaf 1 juni 2026 tot het moment dat de VvE besluit tot een ander bedrag aan vergoeding, de proceskosten inclusief een vergoeding voor de gemachtigde van € 1.403,60 en de nakosten indien en voor zover [de gedaagden] niet binnen de wettelijke vereiste termijn van 2 dagen, althans binnen een door de kantonrechter redelijk geachte termijnna betekening aan dit vonnis heeft voldaan.

3.2.

VvE legt aan de vordering ten grondslag dat [de gedaagden] ondanks schriftelijke aanmaningen berekend tot en met mei 2026 een achterstand in de betaling van de verplichte bijdrage heeft laten ontstaan van € 9.371,12. Hij is daarom de wettelijke rente van € 374,84 berekend tot en met 31 mei 2026 en de buitengerechtelijke incassokosten van € 956,72 inclusief btw verschuldigd geworden. Daarnaast heeft de VvE € 5.238,47 aan juridische kosten gemaakt, nog te verhogen met de kosten voor de mondelinge behandeling en voorbereiding daarvan welke is geschat op € 1.403,60.

3.3.

[de gedaagden] voert verweer. [de gedaagden] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de VvE, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de VvE in de kosten van deze procedure te vermeerderen met de wettelijke rente daarover.

3.4.

[de gedaagden] voert daartoe – kort samengevat – aan dat de verdeling in het verleden altijd anders was, het besluit niet op de juiste wijze tot stand is gekomen, dat hij hiermee niet heeft ingestemd en dat daarbij onvoldoende rekening is gehouden met zijn belangen.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Achterstallige bijdragen

4.1.

De VvE vordert een bedrag van € 9.745,97 inclusief wettelijke rente aan achterstallige bijdragen over de periode 2023 tot en met 31 mei 2026.

4.2.

Tussen partijen staat vast dat de Algemene Ledenvergadering (ALV) bij besluit van 15 september 2023 de bijdrage per 1 januari 2023 vastgesteld. Verder staat tussen partijen vast dat het pand van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een aandeel van 550/781e deel heeft. Op grond van de in de splitsingsakte opgenomen verdeelsleutel komt de verplichte bijdrage voor [de gedaagden] daarmee op € 313,86 per maand.

4.3.

[de gedaagden] is het niet eens met de wijze waarop het besluit van 15 september 2023 tot stand is gekomen. Hij heeft echter niet (tijdig) om vernietiging van het besluit verzocht. Het besluit is daarmee onaantastbaar en dus geldig. Dat het besluit buiten zijn aanwezigheid en met toepassing van artikel 52 lid 6 van de splitsingsakte tot stand is gekomen in plaats van dat artikel 60 van de splitsingsakte is toegepast, terwijl de beheerder op de hoogte was van zijn verhindering en maakt dit niet anders. Hoewel het voor de hand ligt dat zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de verhinderingen van de leden, is dit niet altijd mogelijk. Daarnaast is artikel 52 lid 6 van de splitsingsakte de aangewezen weg indien de vereiste meerderheid niet bereikt kan worden door de afwezigheid van een groot deel van de stemmen. [de gedaagden] had zich bovendien op de vergadering kunnen laten vertegenwoordigen of achteraf kunnen proberen het besluit te vernietigen. Dat heeft hij beide niet gedaan. Dat [de gedaagden] het destijds niet eens was met de inschakeling van de beheerder maakt evenmin dat het besluit niet geldig is. Dat in het verleden in strijd met de splitsingsakte een andere (voor [de gedaagden] gunstiger) verdeling van de bijdrage heeft plaatsgevonden, maakt niet dat de VvE gehouden is die verdeling te blijven toepassen.

Omdat de hoogte van de gevorderde achterstallige bijdrage is gebaseerd op het besluit van 15 september 2023 en de verdeling zoals opgenomen in de splitsingsakte en de hoogte van het bedrag voor het overige niet is betwist, wordt dit bedrag toegewezen.

Verhoging van € 857,80 over de periode 1 januari 2026 tot en met 31 mei 2026

4.4.

De VvE vordert een bedrag van € 857,80 aan achterstallige bijdragen over de periode 1 januari 2026 tot en met 31 mei 2026. Zij legt daaraan ten grondslag dat op 22 februari 2026 de nieuwe begroting met de leden van de VvE is gedeeld. Op grond van deze begroting en met toepassing van de in de splitsingsakte genoemde verdeelsleutel van dient [de gedaagden] vanaf 1 januari 2026 met terugwerkende kracht een maandelijkse bijdrage van € 485,42 te betalen. De hiervoor genoemde vordering is gebaseerd op de tot 1 januari 2026 verschuldigde bijdrage van € 313,86 per maand. Het verschil tussen € 485,42 en € 313,86 is € 171,56, zodat [de gedaagden] over de periode 1 januari 2026 tot en met 31 mei 2026 nog een bedrag van (5x € 171,56 =) € 857,80 dient te voldoen. [de gedaagden] heeft de verschuldigdheid van dit bedrag niet betwist. De vordering wordt daarom toegewezen.

Maandelijkse bijdrage van € 485,42 vanaf 1 juni 2026

4.5.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen wordt de gevorderde maandelijkse bijdrage van € 485,42 vanaf 1 juni 2026 eveneens toegewezen.

Verklaring voor recht dat gedaagden tekortgeschoten zijn in de naleving van hun verplichtingen als lid van de VvE op basis van de splitsingsakte

4.6.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en nu hiertegen geen verweer is gevoerd wordt de gevorderde verklaring voor recht dat [de gedaagden] tekortgeschoten is in de naleving van zijn verplichtingen als lid van de VvE op basis van de splitsingsakte eveneens toegewezen.

Verklaring dat gedaagden onderdeel zijn van de VvE en daarmee moeten voldoen aan de verplichtingen die daarmee verband houden

4.7.

Tussen partijen is niet in geschil dat [de gedaagden] lid zijn van de VvE en daarmee moeten voldoen aan de verplichtingen die daarmee verband houden. Dit volgt ook uit artikel 5:125 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Ook de gevorderde verklaring dat [de gedaagden] onderdeel is van de VvE en daarmee moet voldoen aan de verplichtingen die daarmee verband houden wordt daarom toegewezen.

Juridische kosten

4.8.

De VvE vordert een bedrag van € 5.238,47 aan gemaakte juridische kosten. Gelet op het bepaalde in artikel 13 lid 3 van de splitsingsakte en aangezien [de gedaagden] deze kosten niet heeft betwist, zullen deze kosten worden toegewezen. Met dien verstande dat de juridische kosten worden toegewezen tot een bedrag van € 5.217,29, nu de optelsom van de ter onderbouwing van deze kosten overgelegde facturen op dit bedrag uitkomt.

Buitengerechtelijke incassokosten

4.9.

De tevens gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, nu onvoldoende is gesteld en niet is gebleken dat deze werkzaamheden niet reeds in de juridische kosten zijn opgenomen.

Proceskostenveroordeling

4.10.

[de gedaagden] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van VvE worden gelet op het bepaalde in artikel 13 lid 3 van de splitsingsakte, conform de niet betwiste begroting van de VvE begroot op:

- salaris gemachtigde€1.403,60
- nakosten€144,00(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€1.547,60

Daarbij is er rekening mee gehouden dat de kosten voor de betekening van de dagvaarding, de openbare betekening en het griffierecht reeds in de juridische kosten zijn meegenomen.

4.11.

De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

verklaart voor recht dat [de gedaagden] tekort is geschoten in de naleving van zijn verplichtingen als lid van de VvE op basis van de splitsingsakte;

5.2.

verklaart voor recht dat [de gedaagden] onderdeel is van de VvE en daarmee moet voldoen aan de verplichtingen die daarmee verband houden;

5.3.

veroordeelt [de gedaagden], hoofdelijk, in die zin dat als de een betaalt de ander is bevrijd, tot betaling aan de VvE van een bedrag van € 9.745,97 aan achterstallige bijdragen over de periode 2023 tot en met 31 mei 2026 inclusief de daarover verschuldigde rente tot en met 31 mei 2026;

5.4.

veroordeelt [de gedaagden], eveneens hoofdelijk, tot betaling aan de VvE van de verhoging van de VvE bijdrage van totaal € 857,80 over de periode 1 januari 2026 tot en met 31 mei 2026;

5.5.

veroordeelt [de gedaagden], eveneens hoofdelijk, om met ingang van 1 juni 2026 maandelijks een bedrag van € 485,42 aan vergoeding over te maken aan de VvE tot het moment dat de VvE tot een ander bedrag besluit;

5.6.

veroordeelt [de gedaagden], eveneens hoofdelijk, tot betaling aan de VvE van de gemaakte juridische kosten van € 5.217,29;

5.7.

veroordeelt [de gedaagden], eveneens hoofdelijk, in de proceskosten van € 1.547,60, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [de gedaagden] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

5.8.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.9.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Zandman en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.

918 / 51733

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.