Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Gelderland, 24 juli 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:6049Zaaknummer ARN 26/2245, ARN 26/2557 en ARN 26/2558

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
24 juli 2026
Publicatiedatum
28 juli 2026
Zaaknummer
ARN 26/2245, ARN 26/2557 en ARN 26/2558
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

kennelijk ongegrond, geen spoedeisend belang, verzoeker kan een bijstandsuitkering aanvragen en een betalingsregeling treffen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van

mr. C. Ebbers, griffier.

Deze uitspraak wordt openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummers: ARN 26/2245, 26/2557 en 26/2558

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaken tussen

[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op de verzoeken om voorlopige voorziening van verzoeker. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

1.1.

Omdat de verzoeken kennelijk ongegrond zijn doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting.[_edf68389-128c-4248-b602-abdd67b5b943] De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom de verzoeken kennelijk ongegrond zijn.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Procesverloop

2. Verzoeker heeft bij de rechtbank drie beroepen ingesteld tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaren tegen een aantal betaalspecificaties.[_2d84b885-079c-49b6-98a6-2863c531ad98]

2.1.

In zijn verzoeken om voorlopige voorziening heeft verzoeker gesteld dat het UWV hem een schadevergoeding moet betalen wegens onrechtmatig handelen. Verzoeker is van mening dat het UWV het WIA-dagloon onjuist heeft vastgesteld, ten onrechte geen arbeidskorting heeft toegepast, ten onrechte het WIA-voorschot niet volledig als negatief loon heeft verrekend, ten onrechte de WW-uitkering van eiser twee keer heeft verrekend en indexeringsfouten heeft gemaakt. Als gevolg hiervan heeft verzoeker schade geleden, moet hij onder meer te veel inkomstenbelasting terug betalen en is hij voordeel van de middelingsberekening 2021-2023 misgelopen. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat verzoeker met de verzoeken om voorlopige voorziening beoogt om een voorschot op zijn schadevordering te krijgen.

Heeft verzoeker een spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening?

3. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als ‘onverwijlde spoed’ dat vereist.[_aff7acb9-89fe-44e8-a9f2-b92aad8deec6] Bij een zaak met een financieel belang, zoals hier aan de orde, is dat niet snel het geval. Als één van de besluiten in de bodemprocedures onrechtmatig wordt geacht en wordt vernietigd kan namelijk onder omstandigheden aanspraak worden gemaakt op een vergoeding van de schade die daardoor is ontstaan, zo nodig met vergoeding van de wettelijke rente. De financiële gevolgen kunnen dus ook achteraf nog worden gerepareerd. Een voorlopige voorziening is daarvoor niet nodig. Dit is anders als er een onomkeerbare situatie dreigt, bijvoorbeeld een faillissement of een acute financiële noodsituatie.

3.1.

Verzoeker heeft in zijn verzoekschriften aangevoerd dat hij op dit moment geen inkomen heeft en dat er invordering van openstaande belastingschulden dreigt. De voorzieningenrechter overweegt dat niet is gebleken van een dreigende onomkeerbare situatie. Indien verzoeker geen inkomen en geen vermogen heeft kan hij een bijstandsuitkering aanvragen. Het UWV heeft terecht gesteld dat niet gebleken is dat verzoeker dat heeft gedaan. Indien tot invordering van de belastingschulden wordt overgegaan kan verzoeker een betalingsregeling treffen. Op voorhand is niet aannemelijk dat in de situatie van verzoeker een betalingsregeling met de Belastingdienst niet mogelijk zou zijn als daadwerkelijk tot invordering van de belastingschulden wordt overgegaan. De conclusie is dat er geen spoedeisend belang is.

Zijn de besluiten evident onrechtmatig?

4. Bij het ontbreken van spoedeisend belang zoals hiervoor bedoeld, kan alleen een voorlopige voorziening worden getroffen als de besluiten in de bodemprocedures evident onrechtmatig zijn. Met evident onrechtmatig wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht zeer ernstig moet worden betwijfeld of het door het bestuursorgaan ingenomen standpunt juist is en of het bestreden besluit uiteindelijk in stand zal blijven. De voorzieningenrechter is niet gebleken dat sprake is van evident onrechtmatige besluiten. Daarbij wijst de voorzieningenrechter er op dat de beroepen zich richten tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaren. Een inhoudelijk oordeel over de rechtmatigheid van de betaalspecificaties zal in beroep niet worden gegeven. Dit betekent dat ook de voorzieningenrechter dit niet bij zijn beoordeling betrekt.

Conclusie en gevolgen

5. De verzoeken zijn daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken dus af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van

mr. C. Ebbers, griffier.

Deze uitspraak wordt openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.