Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Gelderland, 1 april 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:5486Zaaknummer C/05/464396 / JE RK 26-280

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
22 juli 2026
Zaaknummer
C/05/464396 / JE RK 26-280
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Beschikking
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Schorsing omgangsregeling op verzoek GI, ambivalentie bij de vader over verhuizing naar buitenland.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

schorst de omgangsregeling zoals vastgesteld bij beschikking van 26 februari 2024 voor de komende zes maanden (tot 1 oktober 2026) en bepaalt dat alleen onder regie van de GI omgangsmomenten tussen de vader en [het kind] vormgegeven kunnen worden;

6.2.

houdt het verzoek tot beëindiging van de omgangsregeling aan tot een nader te bepalen zitting in september 2026, bij voorkeur bij mr. Van Arem;

6.3.

verzoekt de GI voor die zitting een update te geven over de stand van zaken met betrekking tot de vaste verblijfplaats van de vader (voor zover bekend) en de mogelijkheden tot omgang tussen de vader en [het kind];

6.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. F.G. van Arem, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026, in aanwezigheid van mr. G. Vlemmings, als griffier en op schrift gesteld op 9 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Arnhem

Zaaknummer: C/05/464396 / JE RK 26-280

Datum uitspraak: 1 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de zorgregeling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, gevestigd te Arnhem,

hierna te noemen de GI,

over

[naam kind], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

hierna te noemen [het kind].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats],

[naam vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 6 maart 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

  • de moeder;
  • twee vertegenwoordigers van de GI.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [het kind].

2.2.

[het kind] woont bij zijn moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 december 2025 de ondertoezichtstelling van [het kind] verlengd tot 2 januari 2027.

2.4.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 26 februari 2024 de volgende omgangsregeling vastgesteld: dat [het kind] een weekend per twee weken bij zijn vader verblijft, alsmede elke week een dagdeel doordeweeks, waarbij tijdens de opbouw van de contacten de plaats, de frequentie en de duur van de contacten en de inzet van (professionele) begeleiding worden bepaald door de GI.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de door de kinderrechter op 26 februari 2024 vastgestelde omgangsregeling te wijzigen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

3.2.

Ter zitting heeft de GI verduidelijkt dat het gaat om een verzoek tot schorsing van de omgangsregeling, voor zover duidelijk is dat de vader weer terugkomt naar Nederland, maar beëindiging van de regeling als de vader van plan is om voor onbepaalde tijd naar Sierra Leone te verhuizen.

4 De standpunten

4.1.

De vader is nog niet vertrokken naar Sierra Leone, dit stond eigenlijk gepland voor eind maart. De vader geeft ter zitting aan dat dit nog steeds zijn plan is, maar er vooralsnog geen uitvoering aan is gegeven. De vader heeft [het kind] al een maand niet meer gezien. Ook zegt de vader dat hij moe is van alle mensen en instanties die zich met zijn leven bemoeien. De vader wil wel contact met [het kind], maar de manier waarop dat wordt vormgegeven is hij zat. Volgens de vader wordt hij niet redelijk behandeld in het contact tussen hem en [het kind]. De vader stelt ter zitting dat hij niet definitief weggaat, hoewel dat eerder wel zijn plan was. Hij noemt als voorbeeld dat hij twee weken tot een maand gaat.

4.2.

De moeder vindt dat de vader onbetrouwbaar is, zowel ten aanzien van de omgangsafspraken als zijn plan om naar Afrika te vertrekken. De vader geeft geen duidelijkheid. De omgang is al een aantal keer niet doorgegaan. De vader is dan niet op tijd of niet aanwezig.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter kan de omgangsregeling (formeel: zorgregeling) wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Duidelijk is dat de omgangsregeling niet wordt nagekomen zoals beoogd. De GI heeft om schorsing van de regeling verzocht, gelet op de geplande reis van de vader naar Afrika. Een ‘slapende’ omgangsregeling geeft anders onrust in het gezinssysteem. Ook ter zitting is geen duidelijkheid gekomen over de wens van de vader om naar Sierra Leone te verhuizen en ook is niet duidelijk geworden hoe de omgang er volgens hem uit moet zien. De omgangsregeling zoals die er ligt geeft erg veel onrust, nog daargelaten dat deze de afgelopen tijd niet meer wordt nagekomen.

5.2.

De kinderrechter vindt het daarom van belang dat de komende tijd onder regie van de GI wordt gekeken wat er wél haalbaar is qua omgang tussen de vader en [het kind]. De kinderrechter zal de bestaande regeling voor nu schorsen, met die kanttekening. Over zes maanden zal een nieuwe zitting worden gehouden. Dan moet duidelijk zijn of de vader van plan is om in Nederland te blijven, en zo ja, wat voor regeling daar dan bij past. Is de vader dan vertrokken, kan de omgangsregeling beëindigd worden. Het verzoek van de GI voor zover het ziet op beëindiging van de omgangsregeling wordt daarom aangehouden voor de duur van zes maanden. Gedurende die zes maanden wordt de omgangsregeling geschorst en wordt de regie voor omgang bij de GI belegd. Indien gewenst kan de GI of een van de ouders eerder om een zitting vragen.

5.3.

De kinderrechter verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing blijft gelden, ook als iemand in hoger beroep gaat en het gerechtshof niet anders heeft beslist.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

schorst de omgangsregeling zoals vastgesteld bij beschikking van 26 februari 2024 voor de komende zes maanden (tot 1 oktober 2026) en bepaalt dat alleen onder regie van de GI omgangsmomenten tussen de vader en [het kind] vormgegeven kunnen worden;

6.2.

houdt het verzoek tot beëindiging van de omgangsregeling aan tot een nader te bepalen zitting in september 2026, bij voorkeur bij mr. Van Arem;

6.3.

verzoekt de GI voor die zitting een update te geven over de stand van zaken met betrekking tot de vaste verblijfplaats van de vader (voor zover bekend) en de mogelijkheden tot omgang tussen de vader en [het kind];

6.4.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. F.G. van Arem, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026, in aanwezigheid van mr. G. Vlemmings, als griffier en op schrift gesteld op 9 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.