Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Gelderland, 1 april 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:5479Zaaknummer C/05/464738 / JE RK 26-306

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
21 juli 2026
Zaaknummer
C/05/464738 / JE RK 26-306
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toestemming wijziging verblijfplaats (265i) van de minderjarige naar het buitenland. Zij gaat bij haar moeder met gezag wonen in plaats van in het pleeggezin of een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verleent toestemming dat de verblijfplaats van [het kind] wordt gewijzigd, in die zin dat [het kind] bij haar moeder in Frankrijk gaat wonen;

6.2.

wijst alle overige verzoeken af;

6.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026 door mr. F.G. van Arem, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. G. Vlemmings als griffier, en op schrift gesteld op 9 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Arnhem

Zaaknummers:

C/05/464738 / JE RK 26-306 (vervolg op spoedmachtiging tot uithuisplaatsing)

C/05/464740 / JE RK 26-307 (spoedverzoek toestemming wijziging verblijf)

C/05/464632 / JE RK 26-295 (verzoek versnelde behandeling machtiging uithuisplaatsing)

Datum uitspraak: 1 april 2026

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing en toestemming wijziging verblijfplaats

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, gevestigd te Nijmegen,

hierna te noemen de GI,

over

[naam kind], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],

hierna te noemen [het kind].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in Frankrijk,

advocaat mr. J.X.C. Peters uit Woudenberg,

[naam pleegmoeder],

hierna te noemen de pleegmoeder,

wonende in [woonplaats],

De kinderrechter merkt als informant aan:

[naam vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift over versnelde behandeling machtiging tot uithuisplaatsing met bijlagen, ontvangen op 12 maart 2026;
  • de beschikking van 20 maart 2026;
  • het verzoekschrift over de toestemming wijziging verblijfplaats met bijlagen, ontvangen op 20 maart 2026.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 april 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

  • de moeder (via videoverbinding) met haar advocaat;
  • de pleegmoeder;

- twee vertegenwoordigers van de GI.

1.3.

De kinderrechter heeft [het kind] naar haar mening gevraagd. [het kind] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [het kind] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [het kind].

2.2.

[het kind] verblijft in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 december 2025 de ondertoezichtstelling van [het kind] verlengd tot 30 december 2026 ook is bij die beschikking de machtiging tot uithuisplaatsing van [het kind] in een pleeggezin verlengd tot 30 december 2026.

2.4.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 maart 2026 een spoedmachtiging verleend [het kind] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 17 april 2026. Daarbij heeft de kinderrechter bepaalt dat de machtiging voor uithuisplaatsing in het pleeggezin is komen te vervallen. Ieder verder verzoek is aangehouden.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [het kind] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van één jaar (de kinderrechter begrijpt: voor de duur van de ondertoezichtstelling, tot 30 december 2026) in aansluiting op de reeds verleende spoedmachtiging en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI heeft ook verzocht om een spoedbeslissing voor toestemming voor wijziging van de verblijfplaats[_8c5b6a35-026d-4d19-8737-bd2fa032ed0d] van [het kind] naar een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. Dit spoedverzoek is afgewezen.

3.2.

Ter zitting geeft de GI aan dat ook een open groep voor [het kind] niet de juiste plek is. Zij overweegt daarom een gesloten machtiging te vragen. Het enige alternatief daarvoor is dat [het kind] bij haar moeder in Frankrijk gaat wonen. Als dit gerealiseerd kan worden dan staat de GI daar ook achter. Volgens de GI is dat ook [het kind] wens, indien zij niet bij de vader kan wonen.

4 De standpunten

4.1.

De moeder wil niet dat [het kind] op in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder woont, omdat dit naar verwachting niet goed voor haar is. Hetzelfde geldt voor een eventuele gesloten plaatsing. Daarom wil de moeder dat [het kind] bij haar komt wonen.

4.2.

De pleegmoeder vindt het voor [het kind] beter dat zij bij haar moeder gaat wonen dan bij haar vader. Dat komt doordat de opvoedomgeving bij de vader niet goed aansluit op wat [het kind] volgens de pleegmoeder nodig heeft.

4.3.

De vader wil dat [het kind] bij hem komt wonen, maar begrijpt ook dat als dat niet kan, [het kind] naar de moeder gaat. De vader is bereid die verhuizing te faciliteren op korte termijn.

5 De beoordeling

5.1.

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [het kind] niet noodzakelijk is. De zorgen die staan beschreven in de beschikking van 20 maart 2026 rechtvaardigen wel nog steeds een uithuisplaatsing, maar inmiddels is gebleken dat er een alternatief is.

5.2.

Gebleken is dat [het kind] bij haar gezaghebbende moeder in Frankrijk kan wonen. Daar kan zij zich moeilijker onttrekken aan het ouderlijk gezag en ook is daar minder ruimte voor middelengebruik. Ook is er dan naar verwachting minder onrust en ruis in het systeem bestaande uit [het kind], de moeder, de vader, de pleegmoeder (voormalig stiefmoeder) en de oudere zus. Volgens de GI is een open groep niet geschikt voor [het kind], maar is het enige reële alternatief dan alleen nog een gesloten groep. De betrokkenen zijn het erover eens dat [het kind] dan beter naar Frankrijk kan verhuizen en bij haar moeder kan wonen. De kinderrechter deelt die opvatting. De GI zal moeten schakelen met de Franse jeugdbescherming, indien zij wenst dat het toezicht voortduurt in Frankrijk. De ondertoezichtstelling loopt namelijk nog.

5.3.

De machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder die met spoed is verleend loopt nog door tot 17 april 2026. De kinderrechter zal die machtiging niet eerder beëindigen in verband met de mogelijke overbruggingsperiode. Wel merkt de kinderrechter op dat de machtiging tot uithuisplaatsing niet in de weg staat aan de verhuizing van [het kind] naar Frankrijk. Daarvoor verleent de kinderrechter namelijk toestemming.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verleent toestemming dat de verblijfplaats van [het kind] wordt gewijzigd, in die zin dat [het kind] bij haar moeder in Frankrijk gaat wonen;

6.2.

wijst alle overige verzoeken af;

6.3.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026 door mr. F.G. van Arem, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. G. Vlemmings als griffier, en op schrift gesteld op 9 april 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.