Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Gelderland, 31 maart 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:5216Zaaknummer C/05/465136
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 31 maart 2026
- Publicatiedatum
- 2 juli 2026
- Zaaknummer
- C/05/465136
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Beschikking
- Zittingsplaats
- Zutphen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek voortzetting crisismaatregel. Advocaat heeft o.a. verzocht om ‘het aanbrengen van beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen’ af te wijzen als vorm van verplichte zorg. De rechtbank wijst deze vorm van zorg niet af, omdat het geen zelfstandige vorm van verplichte zorg betreft, maar onderdeel is van een bredere vorm van zorg die wel wordt toegewezen.
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [naam betrokkene], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 april 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026 door mr. M.S. de Vries, rechter, in aanwezigheid van H.A.P. Oppewal, griffier en op schrift gesteld op 10 april 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Zutphen
Zaaknummer: C/05/465136 / FZ RK 26-824
Datum uitspraak: 31 maart 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats],
advocaat mr. G.P.G. Willemse-Schoenmakers uit Ulft.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 maart 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 maart 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- dhr. [psychiater], als psychiater verbonden aan GGNet te [plaatsnaam];
- mw. [basisarts], als basisarts verbonden aan GGNet te [plaatsnaam];
- de vader van betrokkene.
2 Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in GGNet te [plaatsnaam]. De burgemeester van Zutphen heeft de crisismaatregel op 28 maart 2026 afgegeven.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander.
Betrokkene heeft zichzelf tot bloedens toe gesneden met een broodmes en smeerde haar bloed op deuren en wanden. Betrokkene probeerde ook met het mes het slot te openen en de deur te ontwrichten, waarbij zij zichzelf verwondde. Vervolgens greep zij een plastic zak en deed deze over haar hoofd, totdat zij kortdurend buiten bewustzijn raakte. Daarnaast gaf zij aan dat zij naar een toren wilde gaan om zichzelf daarvan af te gooien. Uit politiemutaties blijkt dat betrokkene op een hoogte van 15 meter in een toren op het terrein is geklommen. Eerdere keren dat betrokkene zich aan de afdeling had onttrokken, werd zij door de politie teruggebracht, nadat zij midden op straat liep. Ook heeft zij twee dagen in een ziekenhuis verbleven in verband met een paracetamolintoxicatie.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een dreigende verstoorde ontwikkeling in persoonlijkheid met disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornis.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Tijdens de zitting heeft de advocaat van betrokkene verzocht om ‘het toedienen van vocht en voeding’, ‘het aanbrengen van beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen’ en ‘het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek’ af te wijzen als vormen van verplichte zorg. De rechtbank wijst de vormen van verplichte zorg ‘het toedienen van vocht en voeding’ en ‘het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek’ af, omdat tijdens de zitting is gebleken dat hiertoe geen noodzaak bestaat. De rechtbank wijst de verplichte vorm van zorg ‘het aanbrengen van beperkingen in het gebruik van communicatiemiddelen’ niet af, omdat het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen geen zelfstandige vorm van verplichte zorg betreft, maar onderdeel is van een bredere vorm van verplichte zorg die wel wordt toegewezen.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene geeft herhaaldelijk aan dat zij de afdeling wil verlaten en niet langer vrijwillig wil blijven. Betrokkene onderneemt hiertoe gerichte pogingen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5 De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [naam betrokkene], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 april 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026 door mr. M.S. de Vries, rechter, in aanwezigheid van H.A.P. Oppewal, griffier en op schrift gesteld op 10 april 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.