Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Gelderland, 23 januari 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:4967Zaaknummer 24/8881 en 25/3070
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 23 januari 2026
- Publicatiedatum
- 29 juni 2026
- Zaaknummer
- 24/8881 en 25/3070
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Kadasterwet. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de perceelsgrens in 1979. Dat is te laat, de bewaarder heeft het bezwaar terecht niet inhoudelijk behandeld. Eiser heeft de bewaarder vervolgens verzocht de perceelsgrens te herstellen. Dit verzoek is afgewezen, eiser heeft hiertegen direct beroep ingesteld. Op verzoek van eiser wordt het beroepschrift doorgestuurd aan de bewaarder zodat die het als bezwaarschrift kan behandelen.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van
mr. C. Ebbers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummers: ARN 24/8881 en ARN 25/3070
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaken tussen
[eiser], uit [plaats], eiser
(gemachtigde: mr. K.A. Luehof),
en
de bewaarder van het kadaster en de openbare registers
(mr. P.A.M. Schamp).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van eiser tegen de na aanwijs in 1979 vastgestelde kadastrale grenzen en de afwijzing van het verzoek van eiser om de kadastrale grens te herstellen. Eiser is het niet eens met de niet-ontvankelijkverklaring en de afwijzing. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de niet-ontvankelijkverklaring en de afwijzing om herstel van de kadastrale grens.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de bewaarder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Het beroep tegen de afwijzing om herstel van de kadastrale grens wordt doorgestuurd aan de bewaarder ter behandeling als bezwaar. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser is van mening dat de grootte van het perceel gemeente Voorst sectie [sectie] nummer [nummer 1] onjuist is vermeld in de Basisregistratie Kadaster. Eiser is eigenaar van de naastgelegen kadastrale percelen Voorst sectie [sectie] [nummer 2] en [nummer 3].
Eiser heeft daarom op 10 oktober 2024 bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van de perceelsgrenzen. De bewaarder heeft het bezwaar van eiser bij besluit van 31 oktober 2024 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat is ingediend. De erfgrens is namelijk in 1979 vastgesteld. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Dit beroep heeft kenmerk ARN 24/8881.
Eiser heeft vervolgens op 7 april 2025 een verzoek tot herstel van de perceelsgrens ingediend.[_0cab505f-956e-49b6-8058-5551b1fcd236] Omdat er volgens de bewaarder geen sprake is van een onjuiste bijhouding van de Basisregistratie Kadaster, is dit verzoek bij besluit van 4 juni 2025 afgewezen. Eiser heeft tegen deze afwijzing beroep ingesteld. Dit beroep heeft kenmerk ARN 25/3070.
De bewaarder heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft de beroepen op 17 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de bewaarder.
Beoordeling door de rechtbank
24/8881
Mocht de bewaarder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaren?
3. Eiser betoogt dat hem niet kan worden verweten dat hij niet eerder bezwaar heeft gemaakt, omdat hij pas bij de grensreconstructie op de hoogte is geraakt van de perceelsgrenzen.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt een termijn van zes weken.[_d9d99400-ce45-4400-859d-801078d5976a] Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is anders als het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verschoonbaar is. Dan laat het bestuursorgaan niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege.[_ff37f5ae-1027-425e-a875-cae7a64de7a7]
De rechtbank stelt voorop dat de kadastrale grenzen de grenzen zijn die door de destijds (in 1978) betrokken partijen aan een landmeter zijn aangewezen. Die kadastrale grenzen worden neergelegd in een relaas van bevindingen (brondocument). Voor zover eiser het niet eens is met de kadastrale grenzen in dit brondocument kan hij hiertegen in rechte niet meer opkomen. De destijds betrokken partijen (waaronder de toenmalige eigenaren) hebben de mogelijkheid gekregen om bezwaar te maken tegen de vastgestelde grenzen als zij het daarmee niet eens waren. Zij hebben dat niet gedaan, waarna de aanwijs definitief is geworden. Eiser kan daar nu niet meer tegen op komen. Dat heeft ook te maken met rechtszekerheid. Op enig moment moet er van kunnen worden uitgegaan dat een vastgelegde situatie geldend is. Anders zou elke nieuwe eigenaar, ook tientallen jaren na de aanwijs, steeds weer bezwaar kunnen maken. Dan blijft de situatie altijd onzeker en dat is niet de bedoeling. Dat eiser niet van de bijhouding in de Basisregistratie Kadaster op de hoogte was toen hij het perceel aankocht, komt voor zijn eigen rekening. De rechtbank begrijpt dat eiser bij aankoop van zijn percelen in 1996 dacht dat de situatie was zoals die is weergegeven op de kaart die bij de akte van levering hoort. Die kaart is echter geen brondocument en daarom niet leidend voor de bepaling van de omvang van het kadastrale perceel. Overigens had eiser bij de overdracht in 1996 een grensreconstructie kunnen laten uitvoeren. Dat is een goede manier om de omvang van een kadastraal perceel inzichtelijk te krijgen. Had eiser dat gedaan, dan was hij ook eerder op de hoogte geweest van de vaststelling van de omvang van het kadastrale perceel. De bewaarder heeft het bezwaar van eiser dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.
25/3070
Moet het beroepschrift worden behandeld als bezwaar?
4. Eiser heeft tegen het bestreden besluit van 4 juni 2025, waarbij het verzoek tot herstel van de perceelsgrens is afgewezen, beroep ingesteld. Dit bestreden besluit is een primair besluit waartegen bezwaar openstaat. Nadat op het bezwaar is beslist, is het mogelijk om beroep in te stellen bij de rechtbank. Het is echter niet mogelijk om beroep bij de rechtbank in te stellen zonder dat eerst bezwaar is gemaakt. Dat is alleen anders als gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid voor rechtstreeks beroep, zoals bedoeld in artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarvoor is echter toestemming van beide partijen nodig.
Op de zitting is de mogelijkheid besproken om artikel 7:1a van de Awb toe te passen, maar eiser heeft daarvoor uitdrukkelijk geen toestemming gegeven. Daarom stuurt de rechtbank het beroepschrift door aan de bewaarder ter behandeling als bezwaar tegen het besluit om het verzoek tot herstel af te wijzen.[_659f2282-747a-46db-9974-fa2ba5dbb3a7]
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de bewaarder het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van
mr. C. Ebbers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.