Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Gelderland, 16 juni 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:4911Zaaknummer C/05/466485
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 16 juni 2026
- Publicatiedatum
- 23 juni 2026
- Zaaknummer
- C/05/466485
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Beschikking
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
opheffing ondertoezichtstelling. De minderjarige staat sinds 2018 onder toezicht. Er is jarenlang geprobeerd om te zorgen dat de minderjarige een onbezorgd contact kan hebben met beide ouders en zij niet belast wordt met de strijd tussen haar ouders. Dit is ondanks de inzet van vele vormen van hulpverlening niet gelukt. De minderjarige laat nog steeds veel weerstand zien richting het contact met haar vader en het is tot op heden niet gelukt om deze weerstand weg te nemen. De Raad heeft recent onderzoek gedaan en concludeert dat er nu geen mogelijkheden zijn voor een zorgregeling tussen vader en dochter. De rechtbank heeft bij beschikking van 12 januari 2026 bepaald dat er geen contact hoeft te zijn tussen de minderjarige en de vader. De GI ziet daarom terecht op dit punt geen rol meer voor zichzelf weggelegd.
6 De beslissing
De kinderrechter:
heft de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] op met ingang van 16 juni 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 door mr. R. Raat, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Cox-Weber als griffier, en op schrift gesteld op 23 juni 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/466485 / JE RK 26-452
Datum uitspraak: 16 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een opheffing ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, gevestigd te Nijmegen,
hierna te noemen de GI,
over
[naam minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats],
hierna te noemen [de minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats].
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 24 april 2026;
- het bericht van de GI van 1 mei 2026 met de reactie van de vader op het verzoek;
- de evaluatie van de ondertoezichtstelling van 17 april 2026, ontvangen op 28 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 16 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- twee vertegenwoordigers van de GI.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige].
[de minderjarige] woont bij haar moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 augustus 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 28 augustus 2026.
Bij beschikking van 12 januari 2026 heeft de rechtbank bepaald dat er geen contact zal plaatsvinden tussen de vader en [de minderjarige]. De vader heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking. De zitting bij het gerechtshof staat gepland op [datum] 2026.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] op te heffen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De GI meent dat de afgelopen jaren alle mogelijkheden zijn benut, maar dat het niet is gelukt om patronen te doorbreken. Ook indien het gerechtshof beslist dat er gewerkt moet worden aan herstel van contact tussen de vader en [de minderjarige], heeft de GI geen mogelijkheden om dit contact tot stand te brengen. Die mogelijkheden zijn uitgeput. Op dit moment doet de ondertoezichtstelling meer kwaad dan goed, omdat de aanwezigheid van de jeugdbeschermers de ouders een extra podium geeft om hun ongenoegen over elkaar te uiten. Het is in het belang van [de minderjarige] dat er rust komt. De GI heeft een borgingsplan opgesteld. Via Act4Kids blijft gezocht worden naar een opening bij [de minderjarige] voor contact met haar vader. Daarnaast is de gemeente Beuningen op de hoogte van een mogelijke overdracht naar het vrijwillig kader. Zij zullen ervoor zorgen dat de huidige hulpverlening na het beëindigen van de ondertoezichtstelling door blijft lopen.
4 De standpunten
De moeder is het eens met het verzoek. Zij ziet geen toegevoegde waarde meer van de ondertoezichtstelling. Zij heeft vertrouwen in de hulp die [de minderjarige] krijgt bij Act4Kids.
De vader is het niet eens met het verzoek. Mogelijk beslist het gerechtshof dat er wel gewerkt moet worden aan herstel van het contact tussen hem en [de minderjarige]. De vader heeft er geen vertrouwen in dat dit dan binnen een vrijwillig kader vorm kan krijgen.
5 De beoordeling
De kinderrechter is van oordeel dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn[_aa7c7066-ceac-4814-8f79-5e2da2edb89e], maar dat de maatregel niet langer effectief is. De kinderrechter heft de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] daarom op met ingang van 16 juni 2026.
[de minderjarige] staat sinds 2018 onder toezicht. Er is jarenlang geprobeerd om te zorgen dat [de minderjarige] een onbezorgd contact kan hebben met beide ouders en zij niet belast wordt met de strijd tussen haar ouders. Dit is ondanks de inzet van vele vormen van hulpverlening niet gelukt. [de minderjarige] laat nog steeds veel weerstand zien richting het contact met haar vader en het is tot op heden niet gelukt om deze weerstand weg te nemen. De Raad heeft recent onderzoek gedaan en concludeert dat er nu geen mogelijkheden zijn voor een zorgregeling tussen vader en dochter. De rechtbank heeft bij beschikking van 12 januari 2026 bepaald dat er geen contact hoeft te zijn tussen [de minderjarige] en de vader. De GI ziet daarom terecht op dit punt geen rol meer voor zichzelf weggelegd.
De mogelijkheid dat het gerechtshof in het lopende hoger beroep van de vader tegen de beschikking van 12 januari 2026 tot een ander oordeel dan de rechtbank komt, is onvoldoende reden om het verzoek af te wijzen en de ondertoezichtstelling in stand te laten. Wanneer de ondertoezichtstelling stopt, zal dit rust brengen voor [de minderjarige]. De betrokkenheid van de GI zorgt voor stress en spanning bij de ouders en werkt strijd verhogend. Dat is niet in het belang van [de minderjarige]. Bovendien geven de gesprekken met de jeugdbeschermers bij [de minderjarige] spanning, omdat zij vreest dat zij (weer) zullen aandringen op contactherstel. Er is een borgingsplan gemaakt voor een overdracht naar het vrijwillig kader, waarin via Act4Kids aandacht blijft voor de rol van de vader in het leven van [de minderjarige]. De moeder heeft vertrouwen in de hulp die [de minderjarige] krijgt bij Act4Kids. De vader heeft ter zitting verteld dat hij rond zijn verjaardag iets leuks had geregeld bij Act4Kids voor [de minderjarige]. De vader heeft gehoord dat [de minderjarige] hierop enthousiast heeft gereageerd en via de hulpverlener haar felicitaties aan de vader heeft doorgegeven. De kinderrechter heeft er vertrouwen in dat de hulp van Act4Kids het meest passend is in deze situatie en dat deze hulp ook zonder gedwongen kader kan worden voortgezet.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6 De beslissing
De kinderrechter:
heft de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] op met ingang van 16 juni 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026 door mr. R. Raat, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Cox-Weber als griffier, en op schrift gesteld op 23 juni 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.