Uitspraak · Bestuursprocesrecht
Rechtbank Gelderland, 8 april 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:2647Zaaknummer AWB - 26 _ 770
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 8 april 2026
- Publicatiedatum
- 10 april 2026
- Zaaknummer
- AWB - 26 _ 770
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek om een voorlopige voorziening, geen spoedeisend belang, afwijzing van het verzoek.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Goldebeld, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/770
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
[verzoeker], uit [plaats], verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de beslissing van het college op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo).
Op 12 januari 2026 heeft verzoeker een Woo-verzoek ingediend bij het college. Verzoeker heeft om openbaarmaking verzocht van alle documenten, e-mails, tekeningen, concepten en dergelijke met betrekking tot vergunningverlening, handhaving en de Landarbeiderswet ten aanzien van het perceel [locatie] in [plaats] over een periode van 1920 tot heden. Bij besluit van 9 februari 2026 heeft het college de aanvraag afgewezen, omdat de gevraagde informatie vernietigd is of is overgedragen aan het Regionaal Archief (en daarmee reeds voor iedereen toegankelijk is).
Verzoeker heeft tegen het besluit van 9 januari 2026 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
2. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting.[_9917194c-b369-447d-b48b-682477428431] De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:81 van de Awb gedurende een bezwaarprocedure een voorlopige voorziening treffen als sprake is van een spoedeisend belang. Daarvan is sprake als de beslissing op bezwaar van het college niet kan worden afgewacht. Een beslissing op bezwaar kan niet worden afgewacht als er vóórdat dat besluit genomen is onomkeerbare gevolgen ontstaan of dreigen te ontstaan. Het is aan verzoeker om het spoedeisend belang aannemelijk te maken.
Verzoeker vraagt de voorzieningenrechter om het college bij wijze van voorlopige voorziening op te dragen om de gevraagde documenten op korte termijn te verstrekken. Verzoeker stelt een spoedeisend belang bij te hebben bij de ontvangst van de gevraagde documenten, omdat deze direct relevant zijn voor een last onder dwangsom die het college voornemens is om aan hem op te leggen.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening. Daarvoor is het volgende van belang.
Bij toepassing van de Woo wordt uitgegaan van het algemeen belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische samenleving. Het (individuele) belang van de belanghebbende heeft in deze belangenafweging geen betekenis. Dit betekent dat de specifieke belangen van de belanghebbende geen rol kunnen spelen bij de beoordeling van het verzoek om voorlopige voorziening. Het moet immers gaan om een spoedeisend belang in het licht van het algemeen belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische samenleving.
Verzoeker kan aan de omstandigheid dat hem mogelijk in de toekomst een last onder dwangsom wordt opgelegd geen spoedeisend belang ontlenen voor een voorlopige voorziening in deze zaak. Ten eerste kan zijn belang bij het voorkomen van een eventuele door het college op te leggen last onder dwangsom niet gezien worden als een algemeen belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische samenleving, maar als een persoonlijk belang van verzoeker. Ten tweede dient het spoedeisend belang ontleend te worden aan de rechtsgevolgen van het bestreden besluit. In dit geval is dat het wel of niet openbaar maken van de documenten. Dat verzoeker de documenten nodig heeft om eventueel te kunnen voorkomen dat het college definitief besluit om aan hem een last onder dwangsom op te leggen, is een te ver verwijderd verband tot de rechtsgevolgen van het bestreden besluit.
De voorzieningenrechter concludeert dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening.
Conclusie en gevolgen
4. Het verzoek om een voorlopige voorziening is kennelijk ongegrond en de voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht bestaat dan ook geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Goldebeld, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
| griffier | voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.