Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Gelderland, 30 maart 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:2451Zaaknummer ARN 25/2501

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
ARN 25/2501
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de beslissing op bezwaar van de raad van 28 mei 2025. Met dit besluit heeft de raad het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Eiser is het hier niet mee eens. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de raad het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat eiser geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn bezwaar. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, rechter, in aanwezigheid van

mr. C.M.J.C. Rooding, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser], uit [plaats], eiser
  2. Samenvatting
  3. Procesverloop
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/2501

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

en

de raad van de gemeente Nijmegen

(gemachtigde: mr. G.T. Pfennings).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de beslissing op bezwaar van de raad van 28 mei 2025. Met dit besluit heeft de raad het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de raad het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de raad het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat eiser geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn bezwaar. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 29 januari 2025 heeft de raad de woonplaatsgrens tussen Nijmegen en Lent aangepast. Met de beslissing op bezwaar van 28 mei 2025 heeft de raad - na advies van de commissie voor bezwaarschriften - het bezwaar van eiser tegen het besluit van 29 januari 2025 niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser geen belang heeft dat rechtstreeks is betrokken bij het besluit.

2.1.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar.

2.2.

De rechtbank heeft het beroep op 10 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en de gemachtigde van de raad deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Is eiser belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)?

3. Alleen een belanghebbende kan bezwaar maken tegen een besluit.[_bcc36689-2ffa-4b80-86a5-c81c23fa1d11] Om belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb te zijn, moet eiser een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang hebben dat rechtstreeks betrokken is bij het besluit.[_8f758332-e328-4ab0-8021-a197b98cb258]

3.1.

Eiser stelt dat hij als belanghebbende moet worden aangemerkt omdat hij zich sinds 1988 bezighoudt met straatnaamgeving in de gemeente Nijmegen. Ter onderbouwing daarvan voert eiser aan dat hij in 2024 een Numaga penning heeft ontvangen, omdat hij een bijzondere prestatie heeft geleverd op het gebied van ofwel de bevordering van de kennis van het verleden van Nijmegen en omstreken en/ofwel van het behoud van het Nijmeegse culturele erfgoed. Eiser stelt dat hij hierdoor een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang heeft.

3.2.

Het betoog van eiser slaagt niet. Van een belang van eiser dat rechtstreeks is betrokken bij het besluit is de rechtbank niet gebleken. Zo woont eiser zelf niet in het gebied waarop de wijziging van de woonplaatsgrens tussen Nijmegen en Lent ziet, maar op geruime afstand daarvan. Eiser kan zich niet onderscheiden van andere inwoners van de gemeente Nijmegen en heeft dan ook geen persoonlijk belang dat rechtsreeks is betrokken bij het besluit. Ook het feit dat eiser de raad voorafgaand aan het besluit heeft gevraagd naar de motivering voor de wijziging van de woonplaatsgrens, maakt eiser geen belanghebbende. In het standpunt van eiser dat de plaats van openbare ruimten in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen als gevolg van het bestreden besluit niet meer goed is aangeduid, ziet de rechtbank evenmin aanleiding voor de conclusie dat eiser een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang heeft. Dat eiser – zoals de rechtbank begrijpt – erg betrokken is bij de straatnaamgeving in de gemeente Nijmegen maakt niet dat eiser daarmee wel een persoonlijk en rechtstreeks betrokken belang heeft bij dit besluit tot het wijzigen van de woonplaatsgrens.

4. In de beroepsgronden heeft eiser gewezen op - volgens hem - andere (formele) gebreken in de besluitvorming. Aan die gronden komt de rechtbank niet toe nu is geoordeeld dat eiser geen belanghebbende is en het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, rechter, in aanwezigheid van

mr. C.M.J.C. Rooding, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.