Uitspraak · Burgerlijk procesrecht

Rechtbank Gelderland, 25 februari 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:1619Zaaknummer C/05/458753 / HA ZA 25-455

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
C/05/458753 / HA ZA 25-455
Rechtsgebied
Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
Procedure
Bodemzaak
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

incident vrijwaring, referte

De rechtbank

in het incident

3.1.

staat toe dat de vennootschap onder firma [firma] tevens handelend onder de naam [bedrijf] te [vestigingsplaats] door [gedaagde in hoofdzaak / eiser in het incident] wordt gedagvaard tegen de rolzitting van 8 april 2026,

3.2.

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

3.3.

verwijst de zaak naar de rolzitting van 8 april 2026 voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak,

3.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Keijzer en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.

822/2075

Volledige tekst

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/458753 / HA ZA 25-455

Vonnis in incident van 25 februari 2026

in de zaak van

[naam eiser in hoofdzaak / verweerder in incident],

wonende te [woonplaats],

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

hierna te noemen: [eiser in hoofdzaak / verweerder in incident],

advocaat: mr. J. Blakborn,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[naam gedaagd bedrijf in hoofdzaak / eisend in het incident] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagde partij in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: [gedaagde in hoofdzaak / eiser in het incident],

advocaat: mr. M.B. Esseling.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;

- de conclusie van antwoord in oproeping in vrijwaring.

1.2.

Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

[gedaagde in hoofdzaak / eiser in het incident] vordert dat haar wordt toegestaan de vennootschap onder firma [firma] tevens handelend onder de naam [bedrijf] te [vestigingsplaats] in vrijwaring op te roepen. [eiser in hoofdzaak / verweerder in incident] refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

2.2.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.

2.3.

De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

staat toe dat de vennootschap onder firma [firma] tevens handelend onder de naam [bedrijf] te [vestigingsplaats] door [gedaagde in hoofdzaak / eiser in het incident] wordt gedagvaard tegen de rolzitting van 8 april 2026,

3.2.

houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

3.3.

verwijst de zaak naar de rolzitting van 8 april 2026 voor conclusie van antwoord in de hoofdzaak,

3.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Keijzer en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.

822/2075

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.