Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Gelderland, 21 januari 2026

ECLI:NL:RBGEL:2026:1230Zaaknummer C/05/459301 / HA ZA 25-477

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
C/05/459301 / HA ZA 25-477
Rechtsgebied
Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Verstek
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verstek.

De rechtbank

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Rabobank te betalen een bedrag van € 38.850,89, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 9 april 2024, tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.105,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026 en ondertekend door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De beoordeling
  3. 3 De beslissing

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/459301 / HA ZA 25-477

Vonnis van 21 januari 2026

in de zaak van

de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK U.A.,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: Rabobank,

advocaat: mr. B.A.J. Uitman,

tegen

[naam gedaagde],

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeentenaam],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- het tegen [gedaagde] verleende verstek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling

2.1.

Rabobank heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

2.2.

De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.

2.3.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Rabobank worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€146,14
- griffierecht€2.995,00
- salaris advocaat€786,00(1 punt × € 786,00)
- nakosten€178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€4.105,14
2.4.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Rabobank te betalen een bedrag van € 38.850,89, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 9 april 2024, tot de dag van volledige betaling,

3.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 4.105,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

3.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van den Toorn en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026 en ondertekend door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.