Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Gelderland, 29 september 2025

ECLI:NL:RBGEL:2025:8058Zaaknummer ARN 23/7637

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
29 september 2025
Publicatiedatum
28 oktober 2026
Zaaknummer
ARN 23/7637
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek om handhavend op te treden. Procesbelang. Burgemeester mocht verzoek afwijzen. Beroep ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. H.G. Vruwink-Eertink, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op: 29 september 2025

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
  2. Samenvatting
  3. Procesverloop
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 23/7637

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2025

in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

en

de burgemeester van de gemeente Doesburg

(gemachtigden: mr. J.H.P. Hofs en mr. J.C. Scheper).

Als derde-partij nemen aan de zaak deel: [persoon 1] en [persoon 2] h.o.d.n. [bedrijf] uit [plaats].

Samenvatting

1. Eiseres heeft de burgemeester verzocht om handhavend op te treden ten aanzien van de exploitatie van [bedrijf] in Doesburg, omdat in strijd met voorschrift III.2 van de exploitatievergunning op 14 april 2023 de keukendeur de hele middag open heeft gestaan. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van dat handhavingsverzoek. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van het verzoek.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

1.2.

Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Daarbij gaat de rechtbank eerst in de vraag of er nog procesbelang is (onder 4) en vervolgens op de vraag of de burgemeester het handhavingsverzoek mocht afwijzen (onder 5). Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 30 oktober 2023 op het bezwaar van eiseres is de burgemeester bij de afwijzing van het handhavingsverzoek gebleven.

2.1.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

2.2.

De rechtbank heeft het beroep op 11 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigden van de burgemeester.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres heeft op 14 april 2023 een verzoek ingediend om handhavend op te treden ten aanzien van de exploitatie van [bedrijf] in Doesburg. Zij heeft daarbij aangegeven dat het een tijd rustig is geweest, maar dat in de middag op 14 april 2023 de keukendeur weer de hele tijd open stond. Dit heeft volgens eiseres geleid tot diffuse emissies (geur en fijnstof) uit de keuken en overlast door rokend personeel en geluid. Dit tast volgens haar haar woon- en leefklimaat aan.

Daarmee heeft het [bedrijf] volgens eiseres voorschrift III.2 van de exploitatievergunning overtreden. Dat voorschrift is op 4 oktober 2022 gewijzigd en luidt sindsdien als volgt:

“ 2. ramen en deuren, inclusief de keukendeur die uitkomt op de tuin, van het horecabedrijf kunnen, behoudens om toegang of doorgang te verschaffen, slechts worden geopend dan wel geopend worden gehouden voor zover daarmee het woon- en leefklimaat in de directe omgeving van het horecabedrijf niet wordt aangetast. Aan vergunninghouder is een dringend beroep gedaan om zijn personeel niet buiten het horecabedrijf te laten roken omdat de buurt daar ernstige overlast van ondervindt.”

3.1.

Namens de burgemeester is op 17 april 2023 contact opgenomen met het [bedrijf]. Daarbij heeft het [bedrijf] aangegeven dat sprake was van een calamiteit met de riolering en dat de keuken blank stond. Het water moest via de keukendeur naar buiten. Bij brief van 15 mei 2023 heeft de burgemeester eiseres laten weten dat hij voornemens is het handhavingsverzoek af te wijzen. Daartegen heeft eiseres een zienswijze ingediend.

3.2.

Op 5 juni 2023 heeft de burgemeester het handhavingsverzoek afgewezen.

3.3.

Het daartegen door eiseres gemaakte bezwaar verklaarde de burgemeester met het bestreden besluit van 30 oktober 2023 ongegrond.

Procesbelang

4. Het is de rechtbank bekend dat er een grote brand heeft gewoed in het [bedrijf]. Ter zitting is gebleken dat het pand als verloren wordt beschouwd en moet worden herbouwd. Op dit moment is niet duidelijk of het [bedrijf] in het ter herbouwen pand opnieuw een horecabedrijf zal exploiteren. De burgemeester heeft aangegeven de exploitatievergunning om die reden nog niet in te trekken. Omdat niet kan worden uitgesloten dat het [bedrijf] in de toekomst wederom van de haar verleende exploitatievergunning gebruik zal maken en de rechtsvraag omtrent het overtreden van het betreffende voorschrift zich opnieuw kan voordoen, zal de rechtbank procesbelang aannemen en het beroep inhoudelijk behandelen.

Mocht de burgemeester het handhavingsverzoek afwijzen?

5. Eiseres betoogt dat de burgemeester niet adequaat heeft gereageerd op haar verzoek om handhaving. Pas drie dagen na het indienen van het verzoek tot handhaving is er (telefonisch) contact geweest met de uitbater. Daarbij is deze “toezichthoudende actie” verricht door een daartoe niet gemandateerde ambtenaar van ODRA[_fae9cf6e-4896-4700-a58d-d1c7f88cc6cd]. Namens de burgemeester zelf is geen contact geweest met de uitbater en is ook niemand ter plaatse geweest. De burgemeester heeft de gestelde calamiteit dan ook niet zelf kunnen vaststellen. Het onderzoek naar de overtreding is volgens eiseres daarmee niet zorgvuldig geweest. Eiseres wijst er op dat haar melding moet worden bezien in het licht van de ruim 200 eerdere meldingen die zij heeft gedaan en de daaruit volgende voortdurende overlast die zij ervaart. Zij begrijpt dat de burgemeester niet persoonlijk onderzoek doet maar stelt dat de burgemeester ten onrechte naar de ODRA wijst. De ODRA heeft geen mandaat als het gaat om overtredingen van (voorschriften van) een exploitatievergunning. Het is de burgemeester die onderzoek moet doen naar de vraag of sprake is van een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat vanwege de exploitatie van het [bedrijf].

5.1.

De burgemeester stelt zich op het standpunt dat het besluit zorgvuldig is voorbereid en dat het verzoek om handhavend op te treden terecht is afgewezen. Door de overlast niet aan een toezichthouder van de ODRA te melden maar via een mailbericht aan de burgemeester zelf, heeft eiseres er rekening mee moeten houden dat niet direct op de melding gereageerd kon worden. Hinder die tot een onaanvaardbare aantasting van de woon- of leefsituatie van eiseres leidt, heeft de burgemeester niet vastgesteld en daarom heeft de burgemeester niet handhavend opgetreden.

5.2.

Deze beroepsgrond slaagt niet. In de kern gaat het er om dat moet zijn vastgesteld dat sprake is van een ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefmilieu, voordat de burgemeester handhavend kan optreden. Die aantasting zal niet eenvoudig zijn vast te stellen en vergt een gedegen onderzoek. Het is ook daarom dat dit aspect in de regel voorafgaand aan het verlenen van de exploitatievergunning wordt beoordeeld, waarbij (onder meer) wordt bezien of de afzuig- of ontgeuringsinstallatie voldoende capaciteit heeft en aan de te stellen eisen voldoet. De exploitatievergunning zelf is echter onherroepelijk. Indien eiseres hinder ondervindt door geur-, geluid en stofoverlast kan zij daarvan een melding maken bij de ODRA. Hoewel de ODRA niet gemandateerd is om een besluit te nemen over de exploitatievergunning en ook geen handhavingsbesluit kan nemen tot naleving van die vergunning, is de ODRA wel de aangewezen instantie die een onderzoek kan instellen naar het woon- en leefklimaat op basis waarvan de burgemeester vervolgens zo’n besluit kan nemen. De burgemeester stelt dan ook terecht dat eerst uit onderzoek van de ODRA (naar aanleiding een concrete melding) zal moeten blijken dat sprake is van een onaanvaardbare aantasting van de woon- of leefsituatie. Pas dan kan de burgemeester overgaan tot handhaving dan wel in het meest verstrekkende geval tot intrekking van de exploitatievergunning. Dit laat overigens onverlet dat het [bedrijf] moet (blijven) voldoen aan de voor haar geldende milieueisen. De handhaving daarvan berust echter bij het college van burgemeester en wethouders en niet bij de burgemeester.

5.3.

Naar aanleiding van de melding van het incident op 14 april 2023 is geen rapportage van ODRA aanwezig. Eiseres heeft haar melding van hinder namelijk bij de burgemeester gedaan, waardoor pas na het weekeinde haar melding bekend is geworden. Door deze melding (rechtstreeks) te doen bij de burgemeester en niet bij de ODRA heeft eiseres zelf het risico genomen dat pas na het weekeinde kon worden gereageerd op haar melding. Er is dan ook niet vast komen te staan dat er die vrijdagmiddag sprake was van een situatie waarbij de woon- of leefsituatie op onaanvaardbare wijze werd aangetast. Daarbij was ook nog eens sprake van een situatie van overmacht naar aanleiding van een calamiteit. Het is de burgemeester door videobeelden bekend geworden dat de keuken die middag blank stond als gevolg van een probleem met het riool. Dit is de aanleiding geweest voor het openen en langere tijd geopend houden van de deur. De burgemeester heeft het handhavingsverzoek terecht afgewezen, omdat in dit geval niet is gebleken dat sprake is geweest van handelen in strijd met (het nieuwe) voorschrift III.2 van de exploitatievergunning. De overige door eiseres aangevoerde beroepsgronden behoeven om die reden geen bespreking.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. H.G. Vruwink-Eertink, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op: 29 september 2025

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

  1. Omgevingsdienst Regio Arnhem.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.