Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Gelderland, 30 juli 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:5914Zaaknummer 11200339
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 30 juli 2025
- Publicatiedatum
- 6 augustus 2025
- Zaaknummer
- 11200339
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Eindvonnis na bewijslevering omvang schade als gevolg van werkzaamheden aan badkamer. Gedaagde heeft niet meer gereageerd. Vordering toegewezen.
3 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 6.820,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 maart 2024, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 716,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 13 juni 2024, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.540,24, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
| Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2025. |
34124 / 53854
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11200339 \ CV EXPL 24-5630
Vonnis van 30 juli 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: AGIN Pranger Gerechtsdeurwaarders Assen,
tegen
[gedaagde], H.O.D.N. [bedrijf 1],
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 april 2025- de akte van [eiser].
Ten slotte is vonnis bepaald.
2 De verdere beoordeling
Wat in voormeld tussenvonnis is overwogen wordt hier overgenomen.
In het tussenvonnis is [eiser] in de gelegenheid gesteld de omvang en de hoogte van de schade te bewijzen. [eiser] heeft bij akte van 14 mei 2025 onder verwijzing naar diverse producties een toelichting gegeven op de gevorderde schade. Zo heeft [eiser] toegelicht dat schade-expert [bedrijf 2] op 19 oktober 2023 ter plaatse is geweest om een onderzoek te verrichten in de woning van [eiser], waarna een schaderapport is opgemaakt. [eiser] heeft dit schaderapport bij zijn laatste akte overgelegd. Daarin is de volgende schadevaststelling opgenomen waaruit blijkt dat de schade in totaal € 6.820,00 bedraagt:
Hoewel hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, heeft [gedaagde] niet meer gereageerd. De kantonrechter gaat daarom uit van de juistheid van de stellingen van [eiser]. Dat betekent dat [eiser] geslaagd is in zijn bewijsopdracht en daarmee is vast komen te staan dat de door [eiser] geleden schade bestaat uit een bedrag van € 6.820,00. Dit betekent dat de gevorderde hoofdsom wordt toegewezen.
[gedaagde] heeft de gevorderde wettelijke rente niet weersproken zodat deze wordt toegewezen als gevorderd.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 716,00 worden toegewezen. De wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
| - kosten van de dagvaarding | € | 140,24 | |
| - griffierecht | € | 248,00 | |
| - salaris gemachtigde | € | 1.017,00 | (3 punten × € 339,00) |
| - nakosten | € | 135,00 | (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing) |
| Totaal | € | 1.540,24 |
3 De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 6.820,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 maart 2024, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 716,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 13 juni 2024, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.540,24, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
| Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2025. |
34124 / 53854
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.