Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Gelderland, 16 april 2025

ECLI:NL:RBGEL:2025:3202Zaaknummer C/05/444165 / HA ZA 24-576

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16 april 2025
Publicatiedatum
29 april 2025
Zaaknummer
C/05/444165 / HA ZA 24-576
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Na zuivering van het verleende verstek heeft de advocaat van gedaagde zich onttrokken, waarna zich geen nieuwe advocaat heeft gesteld. Het recht om een conclusie van antwoord in te dienen is vervallen. Er is geen verweer gevoerd. Vorderingen toegewezen.

De rechtbank

4.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eisers] van een bedrag van € 32.416,24, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 15 april 2022 tot de dag van volledige betaling,

4.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 1.143,00 aan expertisekosten,

4.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 1.099,16 aan buitengerechtelijke kosten,

4.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.429,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.5.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis zijn betaald,

4.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Het geschil
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/444165 / HA ZA 24-576

Vonnis van 16 april 2025

in de zaak van

1 [eiser 1],

2. [eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats] ,eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eisers],

advocaat: mr. A.A. Mukuchian te ‘s-Hertogenbosch,

tegen

[gedaagde],

handelend onder de naam [bedrijf 1],

wonende en zaakdoende te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

advocaat: mr. J.C.I. Veerman te Volendam (onttrokken).

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- het op de rol van 27 november 2024 tegen [gedaagde] verleende verstek;

- de zuivering van het verstek op 12 december 2024 door mr. Veerman;

- de mededeling van 6 februari 2025 van mr. Veerman dat hij zich als advocaat van [gedaagde] aan de zaak onttrekt, waarna zich voor [gedaagde] geen nieuwe advocaat heeft gesteld;

- de beslissing van de rolrechter van 5 maart 2025 dat het recht van [gedaagde] om een conclusie van antwoord in te dienen is vervallen, omdat op de daarvoor bepaalde dag niet is geconcludeerd voor antwoord.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

[eisers] vorderen dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eisers] van:

  • een bedrag van € 32.416,24 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom, primair te berekenen vanaf 15 april 2022 (zijnde de dag na het aflopen van de termijn uit de ingebrekestelling van 31 maart 2022), subsidiair vanaf 14 oktober 2023 (zijnde de dag na het aflopen van de termijn uit de ingebrekestelling van 29 september 2023) en meer subsidiair vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;
  • een bedrag van € 1.143,00 aan expertisekosten;
  • een bedrag van € 1.099,16 aan buitengerechtelijke kosten;
  • onder veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen het salaris van de gemachtigde van [eisers], te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en - voor het geval de voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf bedoelde termijn voor voldoening, alsmede de nakosten.
2.2.

[eisers] hebben aan hun vorderingen, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. Door [eisers] en [gedaagde] is in 2021 een overeenkomst van aanneming van werk gesloten. De overeenkomst ziet op het monteren van (door [eisers] bij een derde aangeschafte) vloertegels in de woning van [eisers] [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van zijn uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen. [gedaagde] is niet binnen de aan hem door [eisers] gestelde termijn overgegaan tot herstel van de gebreken in zijn werk. [eisers] hebben hun nakomingsvordering omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. [eisers] hebben de vervangende schadevergoeding begroot op € 32.416,24, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 april 2022. Daarnaast is [gedaagde] op grond van artikel 6:96 BW gehouden de door [eisers] geleden gevolgschade en de door hen gemaakte deskundigenkosten en buitengerechtelijke incassokosten te vergoeden, aldus [eisers]

3 De beoordeling

3.1.

De stellingen van [eisers] kunnen het gevorderde dragen en zijn door [gedaagde] niet weersproken. Het gevorderde moet daarom worden toegewezen, als volgt.

3.2.

[eisers] vorderen vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) is niet van toepassing op een vordering uit hoofde van schadevergoeding. De vraag of buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd, zal daarom moeten worden beantwoord aan de hand van de eisen zoals geformuleerd in het Rapport Voorwerk 2 en bijgesteld in het Rapport BGK-Integraal. Die eisen houden in dat [eisers] niet alleen dienen te stellen en te specificeren dat zij daadwerkelijk buitengerechtelijke incassokosten hebben gemaakt, maar ook dat deze kosten zien op andere werkzaamheden dan die waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten. Het moet daarbij gaan om werkzaamheden die meer omvatten dan een enkele (herhaalde) sommatie, het enkel doen van een schikkingsvoorstel of het inwinnen van (verhaals)inlichtingen. Naar het oordeel van de rechtbank hebben [eisers] in dit verband voldoende gesteld. De vordering is toewijsbaar, waarbij op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c BW aansluiting wordt gezocht bij de wettelijke tarieven, zoals vermeld in het Besluit. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan voortvloeit uit het Besluit. Daarom wordt € 1.099,16 toegewezen.

3.3.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding€140,84
- griffierecht€1.325,00
- salaris advocaat€786,00(1 punt × € 786,00)
- nakosten€178,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal€2.429,84.

4 De beslissing

De rechtbank

4.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eisers] van een bedrag van € 32.416,24, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 15 april 2022 tot de dag van volledige betaling,

4.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 1.143,00 aan expertisekosten,

4.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 1.099,16 aan buitengerechtelijke kosten,

4.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.429,84, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

4.5.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis zijn betaald,

4.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.F. van den Berg en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2025.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.