Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Gelderland, 25 augustus 2025

ECLI:NL:RBGEL:2025:11833Zaaknummer 05/085532-25 en 05/191017-25 (gev. ttz)

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
25 augustus 2025
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
05/085532-25 en 05/191017-25 (gev. ttz)
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Herstelvonnis.

2 Beslissing

De rechtbank wijzigt het vonnis aldus door onder ‘de beslissing’ op te nemen:

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] een bedrag te betalen van € 517,79 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 10 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

Dit herstelvonnis laat het oorspronkelijke vonnis, voor zover niet gewijzigd, volledig in stand en vormt een onverbrekelijk geheel met het oorspronkelijke vonnis en doet geen nieuwe termijn voor hoger beroep ingaan. De griffier zal dit herstelvonnis hechten aan het oorspronkelijke vonnis en aan partijen toezenden.

Dit herstelvonnis is gewezen door mr. J.S.W. Lucassen (voorzitter), mr. E.H.T. Rademaker en mr. S.P.H. Brinkman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Dams, griffier.

Mr. S.P.H. Brinkman is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Volledige tekst

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers: ‌05.085532.25 en 05.191017.25 (gev. ttz)

Datum uitspraak: 29 juli 2025

Datum herstelvonnis: 25 augustus 2025

Tegenspraak

herstelvonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats],

op dit moment gedetineerd in de [plaats].

Raadsvrouw: mr. K. van Nieuwkerk, advocaat in Utrecht.

1 Overwegingen

Op 29 juli 2025 heeft de rechtbank vonnis gewezen in de strafzaak tegen verdachte. De rechtbank heeft geconstateerd dat zij per abuis onder ‘De beslissing’ een verkeerd aantal dagen gijzeling (namelijk 28) heeft gekoppeld aan de opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Gelet op het toegewezen bedrag aan schadevergoeding, te weten € 517,79, zouden 10 dagen gijzeling moeten worden toegepast. Dit aantal dagen is in overeenkomst met de LOVS-oriëntatiepunten.

Overwegende dat veroordeelde door dit herstel niet in enig rechtens te respecteren belang wordt geschaad.

2 Beslissing

De rechtbank wijzigt het vonnis aldus door onder ‘de beslissing’ op te nemen:

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] een bedrag te betalen van € 517,79 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 10 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

Dit herstelvonnis laat het oorspronkelijke vonnis, voor zover niet gewijzigd, volledig in stand en vormt een onverbrekelijk geheel met het oorspronkelijke vonnis en doet geen nieuwe termijn voor hoger beroep ingaan. De griffier zal dit herstelvonnis hechten aan het oorspronkelijke vonnis en aan partijen toezenden.

Dit herstelvonnis is gewezen door mr. J.S.W. Lucassen (voorzitter), mr. E.H.T. Rademaker en mr. S.P.H. Brinkman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Dams, griffier.

Mr. S.P.H. Brinkman is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.