Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Gelderland, 1 december 2025

ECLI:NL:RBGEL:2025:10565Zaaknummer 032424 (ontneming)

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
032424 (ontneming)
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzen ontnemingsvordering

4 De beslissing

De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederechtelijk verkregen voordeel af.

Aldus gegeven door mr. Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn (voorzitter), mr. M.G.E. ter Hart en mr. P.M. Lindeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 december 2025.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De inhoud van de vordering
  2. 2 De procedure
  3. 3 De beoordeling van de vordering
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Tegenspraak

Parketnummer: 05/032424-23

Datum uitspraak: 1 december 2025

uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres].

Raadsman: mr. E.J.M.J. Damen, advocaat in Arnhem.

1 De inhoud van de vordering

De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 705.602,-.

2 De procedure

De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen danwel op nihil moet worden gesteld.

3 De beoordeling van de vordering

De rechtbank heeft kennisgenomen van het heden tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf omdat een amfetaminelaboratorium is aangetroffen in een loods die door veroordeelde ter beschikking was gesteld aan anderen. Dit handelen is in de strafzaak gekwalificeerd als meerdere strafbare feiten op grond van de Opiumwet.

De rechtbank overweegt dat verdachte medeplichtig was aan het produceren en aanwezig hebben van amfetamine door andere personen. Op basis van het dossier kan echter geen enkele vaststelling worden gedaan omtrent (de verdeling van) het wederrechtelijk voordeel dat met het drugslab is verkregen. Daarom wijst de rechtbank de vordering af.

4 De beslissing

De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederechtelijk verkregen voordeel af.

Aldus gegeven door mr. Y.M.J.I. Baauw-de Bruijn (voorzitter), mr. M.G.E. ter Hart en mr. P.M. Lindeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 december 2025.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.