Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Gelderland, 16 april 2024

ECLI:NL:RBGEL:2024:2190Zaaknummer 05.022855.22.ontn

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
16 april 2024
Publicatiedatum
11 juni 2024
Zaaknummer
05.022855.22.ontn
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

OM niet-ontvankelijk wegens vrijspraak

De rechtbank:

verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Aldus gegeven door mr. E.H.T. Rademaker (voorzitter), mr. E.S.M. van Bergen en mr. T. Mol, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Clevers, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 april 2024.

mr. Van Bergen is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De inhoud van de vordering
  2. 2 De procedure
  3. 3 De beoordeling van de vordering
  4. 4 De toegepaste wettelijke bepalingen
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Tegenspraak

Parketnummer: 05/022855-22 (ontneming)

Datum uitspraak: 16 april 2024

uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres], [postcode] [woonplaats].

Raadsman: mr. C. Sira, advocaat in Putten.

1 De inhoud van de vordering

Volgens de voorafgaand aan de zitting schriftelijk ingediende vordering van de officier van justitie vordert deze dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 1.328.608,32.

2 De procedure

De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering aangepast en heeft gevorderd dat het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op € 450,00.

De verdediging heeft zich, wegens het verzoek om vrijspraak, op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering moet worden verklaard.

3 De beoordeling van de vordering

Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de rechtbank het op 16 april 2024 tegen [verdachte] gewezen vonnis betrokken, waarbij [verdachte] is vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten. Nu hij niet is veroordeeld voor een strafbaar feit, is niet voldaan aan het in artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht opgenomen vereiste. Daarom dient de officier van justitie niet-ontvankelijk te worden verklaard ten aanzien van de ontnemingsvordering.

4 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

5 De beslissing

De rechtbank:

verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Aldus gegeven door mr. E.H.T. Rademaker (voorzitter), mr. E.S.M. van Bergen en mr. T. Mol, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Clevers, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 april 2024.

mr. Van Bergen is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.