Uitspraak · Materieel strafrecht

Rechtbank Gelderland, 22 december 2023

ECLI:NL:RBGEL:2023:7165Zaaknummer 05.142772.23.ONTN

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22 december 2023
Publicatiedatum
2 april 2024
Zaaknummer
05.142772.23.ONTN
Rechtsgebied
Strafrecht, Materieel strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

afwijzing ontnemingsvordering

4 De beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af.

Aldus gegeven door mr. A.J.H. Steenweg, voorzitter, mr. M.E. Snijders en mr. F.J.H. Hovens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 januari 2024.

De griffier is niet in de gelegenheid

deze uitspraak mede te ondertekenen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De inhoud van de vordering
  2. 2 De procedure
  3. 3 De beoordeling van de vordering
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Tegenspraak

Parketnummer: 05/142772-23 (ontneming)

Datum uitspraak: 12 januari 2024

uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[naam verdachte],

geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres], [woonplaats].

Raadsman: mr. R.P.V.W. Willems, advocaat in 's-Hertogenbosch.

1 De inhoud van de vordering

De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 301.371,42.

2 De procedure

De zaak is op openbare terechtzittingen onderzocht.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat veroordeelde niet betrokken is geweest bij de kwekerij.

3 De beoordeling van de vordering

De rechtbank heeft kennisgenomen van het tegen veroordeelde gewezen vonnis van 12 januari 2024 waarbij hij voor medeplichtigheid aan medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand en een taakstraf van 120 uur.

De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier niet aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. Uit het bewijs in de strafzaak volgt alleen dat veroordeelde de sleutel van het door hem gehuurde pand heeft afgegeven en dat er een hennepkwekerij in dat pand is aangetroffen.

Daarom zal de rechtbank de vordering van de officier van justitie afwijzen.

4 De beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af.

Aldus gegeven door mr. A.J.H. Steenweg, voorzitter, mr. M.E. Snijders en mr. F.J.H. Hovens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 januari 2024.

De griffier is niet in de gelegenheid

deze uitspraak mede te ondertekenen.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.