Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Gelderland, 11 september 2023
ECLI:NL:RBGEL:2023:5127Zaaknummer 05/880104-17.ontn
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 11 september 2023
- Publicatiedatum
- 3 januari 2024
- Zaaknummer
- 05/880104-17.ontn
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Zutphen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
veroordeling voor het medeplegen van telen van hennepstekken en medeplegen van voorhanden hebben van stroomstootwapens
De rechtbank:
- wijst de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af.
Aldus gegeven door mr. W.L.F. Prisse (voorzitter), mr. A.A.M. Bögemann en mr. S.A.L. van de Sande, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Clevers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 september 2023.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Tegenspraak
Parketnummer: 05/880104-17
Datum uitspraak: 11 september 2023
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres 1].
Raadsman: mr. D. Kotterman, advocaat in Arnhem.
1 De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel. Dit voordeel is door de officier van justitie geschat op € 49.610,-.
2 De procedure
De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht. Daarbij zijn verdachte en zijn raadsman verschenen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ontnemingsvordering dient te worden toegewezen.
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen wegens schending van de redelijke termijn. Subsidiair stelt hij dat het voordeel minder groot is dan door de officier van justitie is geschat.
3 De beoordeling van de vordering
Aan de vordering tot ontneming is – kort samengevat – ten grondslag gelegd dat verdachte zich in de periode van 5 april 2017 tot en met 11 december 2017 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het aanwezig hebben en telen van hennepplanten en hennepstekken aan de [adres 2] te Nijmegen. De rechtbank heeft verdachte bij vonnis van 11 september 2023 vrijgesproken van dit ten laste gelegde feit. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de vordering van het Openbaar Ministerie dient te worden afgewezen.
4 De toegepaste wettelijke bepalingen
De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
5 De beslissing
De rechtbank:
- wijst de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af.
Aldus gegeven door mr. W.L.F. Prisse (voorzitter), mr. A.A.M. Bögemann en mr. S.A.L. van de Sande, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Clevers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 september 2023.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.