Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Gelderland, 23 januari 2023

ECLI:NL:RBGEL:2023:326Zaaknummer 22_5104

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
23 januari 2023
Publicatiedatum
23 januari 2023
Zaaknummer
22_5104
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

De burgemeester heeft een gedoogvergunning en exploitatievergunning verleend. Verzoekers hebben bezwaar gemaakt bij de burgemeester. Zij willen voorkomen dat de vergunning in gebruik zal worden genomen voordat de burgemeester een beslissing op hun bezwaar heeft genomen daarom hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als ‘’onverwijlde spoed’’ dat vereist. Gebleken is dat de vergunning niet in gebruik zal worden genomen voordat de burgmeester een beslissing op bezwaar heeft genomen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat er dus geen spoedeisend belang is en een voorlopige voorziening zal om die reden niet worden getroffen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. Visscher, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op:

De voorzieningenrechter is verhinderd

de uitspraak te ondertekenen.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekers] en [verzoekers] en, uit [woonplaats], verzoekers
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Beslissing
  5. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 22/5104

uitspraak van de voorzieningenrechter van

in de zaak tussen

[verzoekers] en [verzoekers] en, uit [woonplaats], verzoekers

en

de burgemeester van de gemeente Wageningen (de burgemeester)

(gemachtigden: mr. M. Rétei en mr. M.W. van Nijendaal).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit [woonplaats] ([derde-partij])

(gemachtigde: mr. G.A.C. Beckers).

Inleiding

1. [derde-partij] exploiteert een coffeeshop aan de [locatie] in [woonplaats]. [derde-partij] wil verhuizen naar de [locatie] in [woonplaats]. Op 6 september 2022 heeft de burgemeester een gedoogvergunning en openbare inrichting exploitatievergunning verleend voor de [locatie].

1.1.

Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt bij de burgemeester. Aan de voorzieningenrechter hebben zij verzocht een voorlopige voorziening te treffen

1.2.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 10 januari 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers en de gemachtigden van de burgemeester. De gemachtigde van [derde-partij] is met voorafgaande kennisgeving niet verschenen.

1.3.

De voorzieningenrechter heeft het onderzoek na de zitting heropend. Er is aan [derde-partij] verzocht om, in verband met de beoordeling van het spoedeisend belang, mee te delen op welke termijn de verhuizing vanuit de [locatie] naar de [locatie] plaats zal vinden.

1.4.

[derde-partij] heeft hierop gereageerd. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist.

2.1.

Verzoekers voeren aan dat zij een spoedeisend belang hebben bij het treffen van de voorlopige voorziening omdat zij willen voorkomen dat het pand aan de [locatie] als coffeeshop in gebruik zal worden genomen door [derde-partij] voordat er door de burgemeester een beslissing op hun bezwaar is genomen. Op dit moment wordt het pand verbouwd. Er is een vergunning verleend aan het aannemersbedrijf voor het innemen van openbare ruimte met een steiger met 20 m3 op de stoep bij de [locatie] van 9 november 2022 tot 6 februari 2023. Dit maakt dat verzoekers voorzien dat begin februari het pand als coffeeshop in gebruik zal worden genomen.

2.2.

Naar aanleiding van de door de rechtbank gestelde vraag heeft [derde-partij] aangegeven dat het pand aan de [locatie] op dit moment wordt verbouwd. De planning is dat de verbouwing over ongeveer vier tot zes maanden is voltooid. Daarna moet het pand nog worden ingericht door een interieurbouwer voordat het in gebruik kan worden genomen. Er is ook een foto bijgevoegd om te laten zien in welke staat zich het pand op dit moment bevindt.

2.3.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is op basis van het voorgaande niet gebleken dat er sprake is van een spoedeisend belang tot het treffen van een voorlopige voorziening. De burgemeester heeft op de zitting naar voren gebracht dat de beslissing op het bezwaar verwacht wordt binnen vijf tot zes weken. Uit de informatie die [derde-partij] heeft verstrekt blijkt dat het pand aan de [locatie] niet in gebruik zal worden genomen voordat de burgemeester een beslissing op bezwaar heeft genomen. De voorzieningenrechter treft daarom geen voorlopige voorziening. De overige gronden worden daarom in deze uitspraak dan ook niet besproken.

3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. Visscher, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op:

De voorzieningenrechter is verhinderd

de uitspraak te ondertekenen.

griffiervoorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.