Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Gelderland, 13 januari 2022
ECLI:NL:RBGEL:2022:528Zaaknummer C/05/398142 KG RK 21-942
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 13 januari 2022
- Publicatiedatum
- 8 februari 2022
- Zaaknummer
- C/05/398142 KG RK 21-942
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Wraking
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk want na einduitspraak ingediend en voor het overige kennelijk ongegrond
4 De beslissing
De wrakingskamer van de rechtbank:
- verklaart verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking voor zover dat betrekking heeft op de zaak met nummer C/05/261546/ HA ZA 14-181;
- wijst het verzoek tot wraking voor het overige af.
| Deze beslissing is gegeven door de mrs. D.S.M. Bak, A.F. Germs-de Goede en H.C. Leemreize in tegenwoordigheid van de griffier mr. [… 2] en in openbaar uitgesproken op 13 januari 2022. de griffier de voorzitter |
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/398142 KG RK 21-942
Beslissing van 13 januari 2022
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoekster],
wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoekster,
strekkende tot de wraking van
mr. N.W. Huijgen,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 1 december 2021.
2 Het wrakingsverzoek
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak
met nummer C/05/261546/ HA ZA 14-181 tussen onder andere verzoekster en [… 1].
Verzoekster heeft blijkens het schriftelijke verzoek het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. Verzoekster is het niet eens met de beslissingen van de rechter in de vonnissen van 15 juli 2015 en 12 april 2017 in de zaak met nummer C/05/261546/ HA ZA 14-181 die volgens verzoekster het gevolg zijn van vooringenomenheid, racisme en onvoldoende kennis van zaken. Voorts verzoekt verzoekster aan de wrakingskamer om te oordelen dat de rechter nimmer nog een zaak van hem mag behandelen.
3 De beoordeling
Het verzoek is gedaan nadat in de hoofdzaak einduitspraak is gedaan. De wet voorziet niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan. Om die reden kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.
De wrakingskamer acht het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk. De mondelinge behandeling kan om die reden achterwege blijven.
Het op voorhand wraken van een rechter die in een eerder behandelde zaak een beslissing heeft gegeven, levert geen grond voor wraking op. De rechtbank acht het verzoek in zoverre kennelijk ongegrond. De mondelinge behandeling kan ook om die reden achterwege blijven.
4 De beslissing
De wrakingskamer van de rechtbank:
- verklaart verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking voor zover dat betrekking heeft op de zaak met nummer C/05/261546/ HA ZA 14-181;
- wijst het verzoek tot wraking voor het overige af.
| Deze beslissing is gegeven door de mrs. D.S.M. Bak, A.F. Germs-de Goede en H.C. Leemreize in tegenwoordigheid van de griffier mr. [… 2] en in openbaar uitgesproken op 13 januari 2022. de griffier de voorzitter |
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.