Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Gelderland, 4 juli 2022

ECLI:NL:RBGEL:2022:3393Zaaknummer 05-238923-20 ontn.vord.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
4 juli 2022
Publicatiedatum
5 juli 2022
Zaaknummer
05-238923-20 ontn.vord.
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Openbaar Ministerie partieel niet-ontvankelijk door verjaring van het feit. Vrijspraak voor diefstal door middel van valse sleutels en verduistering in dienstbetrekking.

De rechtbank:

- wijst de vordering van de officier van justitie van 16 maart 2021, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af.

Aldus gegeven door mr. F.E. Venema (voorzitter), mr. Y. van Wezel en mr. M. Duifhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.L. Tuitert, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 juli 2022.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De inhoud van de vordering
  2. 2 De procedure
  3. 3 De beoordeling van de vordering
  4. 4 De beslissing

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Tegenspraak

Parketnummer: 05.238923.20

Datum uitspraak: 4 juli 2022

uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1955 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres].

Raadsman: mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat in Arnhem.

1 De inhoud van de vordering

De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 112.592,43.

2 De procedure

De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering aangepast en heeft gevorderd dat aan veroordeelde als wederrechtelijk verkregen voordeel zal worden ontnomen een bedrag van € 74.342,42. De officier van justitie gaat uit van een kortere pleegperiode dan waarop de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel ziet, omdat een deel van de feiten waarop de tenlastegelegde periode betrekking heeft, is verjaard.

De raadsman heeft ter zitting naar voren gebracht dat de vordering moet worden afgewezen vanwege de bepleite vrijspraak in de strafzaak. Voor de periode in de tenlastelegging dat het Openbaar Ministerie wegens verjaring niet-ontvankelijk is, kan er geen ontneming worden toegewezen.

3 De beoordeling van de vordering

Bij vonnis van deze rechtbank van 4 juli 2022 is betrokkene vrijgesproken van het tenlastegelegde feit. De vordering wederrechtelijk verkregen voordeel zal daarom worden afgewezen.

4 De beslissing

De rechtbank:

- wijst de vordering van de officier van justitie van 16 maart 2021, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, af.

Aldus gegeven door mr. F.E. Venema (voorzitter), mr. Y. van Wezel en mr. M. Duifhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.L. Tuitert, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 juli 2022.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.