Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Gelderland, 12 februari 2021
ECLI:NL:RBGEL:2021:838Zaaknummer C/05/383076 / FZ RK 21-264
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 12 februari 2021
- Publicatiedatum
- 11 maart 2021
- Zaaknummer
- C/05/383076 / FZ RK 21-264
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Zutphen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing zorgmachtiging Wvggz. Er is weliswaar sprake van een psychische stoornis en er zijn zorgen over betrokkene, maar dat er sprake is van ernstig nadeel dat een zorgmachtiging rechtvaardigt, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank:
wijst af het verzoek tot een zorgmachtiging ten aanzien van: [betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2021 door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, rechter, in tegenwoordigheid van L. Stoevenbelt, griffier. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 februari 2021. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats: Zutphen
Zaakgegevens: C/05/383076 / FZ RK 21-264
Datum mondelinge uitspraak: 12 februari 2021
Beschikking machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Wvggz
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. W.A.J.M. te Staal te Zutphen.
1 Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 28 januari 2021.
De mondelinge behandeling heeft vanwege de situatie rondom het virus COVID-19 via beeldbellen plaatsgevonden op 12 februari 2021.
Tijdens de mondelinge behandeling zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[naam], als psychiater verbonden aan GGNet;
[naam], als activiteitenbegeleider verbonden aan GGNet.
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling.
2 Beoordeling
Ten aanzien van de wijze waarop de procedure mondeling is behandeld, overweegt de rechtbank als volgt. Vanwege de maatregelen van de overheid ter bestrijding van het coronavirus (COVID-19) is het niet toegestaan betrokkene persoonlijk te bezoeken. Dit levert voor betrokkene en andere aanwezigen een onaanvaardbaar besmettingsgevaar op. Om die reden is besloten betrokkene via beeldbellen te horen.
De advocaat van betrokkene heeft bepleit tot afwijzing van het verzoek. Betrokkene is van mening dat er geen sprake is van psychische problematiek en hij hecht er veel waarde aan om thuis te kunnen blijven wonen. Betrokkene accepteert zorg in de thuissituatie, neemt medicatie en er is in de laatste anderhalf jaar geen sprake geweest van (val)incidenten. Betrokkene is van mening dat er geen sprake is van ernstig nadeel in de zin van de Wvggz.
Anders dan door de advocaat van betrokkene betoogt, is naar het oordeel van de rechtbank uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling voldoende gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie van het paranoïde type, een stoornis in het gebruik van alcohol en mogelijk een cognitieve stoornis (vermoedelijk Korsakov als gevolg van overmatig alcoholgebruik). Er is bij betrokkene sprake van overmatige alcoholgebruik op dagelijkse basis. Onder invloed van alcohol zijn er situaties ontstaan waarbij betrokkene verbaal agressief reageerde op de hulpverlening (thuiszorg en ambulante woonbegeleiding) of de deur in zijn geheel niet open deed. Ongeveer twee jaar geleden is betrokkene ten gevolge van een val van de trap onder invloed in een verpleeghuis verbleven voor zes weken ter revalidatie. Het alcoholgebruik startte alweer tijdens het verblijf in het verpleeghuis. Er is derhalve sprake van een zucht. Betrokkene is daarnaast achterdochtig naar buren. Hij is al viermaal verhuisd maar bleef last houden van dezelfde klachten. Ondanks dat veel van betrokkene al is overgenomen (financiën, huishoudelijke hulp en ambulante woonbegeleiding), wordt waargenomen dat betrokkene dingen vergeet, en afhankelijk is van ondersteuning om afspraken na te komen.
De rechtbank deelt echter de mening dat er geen sprake is van ernstig nadeel in de zin van de Wvggz. Er is weliswaar sprake van een psychische stoornis en er zijn zorgen over betrokkene, maar dat er sprake is van ernstig nadeel dat een zorgmachtiging rechtvaardigt, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Er is sprake van een wankel evenwicht maar betrokkene accepteert de geboden hulpverlening en dat maakt dat de ernstige nadelen voor zover die bestaan, voldoende worden ondervangen op dit moment. De rechtbank ziet dan ook geen reden om een zorgmachtiging af te geven en zal dan ook het verzoek tot een zorgmachtiging afwijzen.
3 Beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek tot een zorgmachtiging ten aanzien van: [betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2021 door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, rechter, in tegenwoordigheid van L. Stoevenbelt, griffier. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 19 februari 2021. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.