Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Gelderland, 10 juli 2020

ECLI:NL:RBGEL:2020:7208Zaaknummer 8365309

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
10 juli 2020
Publicatiedatum
12 augustus 2021
Zaaknummer
8365309
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Nijmegen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. Gelegenheid gegeven voor repliek.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

verwijst de zaak naar de rol van vrijdag 7 augustus 2020 voor conclusie van repliek aan de zijde van [naam eiser];

4.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De vordering en het verweer
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Nijmegen

zaakgegevens 8365309 \ CV EXPL 20-686 \ 42693 \ 636

uitspraak van

vonnis

in de zaak van

[naam eiser]

gevestigd te [vestigingsplaats]

eisende partij

gemachtigde LAVG Groningen

tegen

[naam gedaagde]

wonende te [naam gedaagde]

gedaagde partij

gemachtigde mr. I. van Bekkum

Partijen worden hierna [naam eiser] en [naam gedaagde] genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 20 februari 2020 met producties

- de conclusie van antwoord van 8 mei 2020.

2 De vordering en het verweer

2.1.

[naam eiser] vordert dat de kantonrechter, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, [naam gedaagde] zal veroordelen:

a. a) om aan haar het bedrag van € 6.916,75 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 5.666,25 vanaf 17 februari 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;

b) om aan haar de kosten van deze procedure te betalen.

2.2.

[naam eiser] legt aan haar vorderingen, kort samengevat, ten grondslag dat [naam gedaagde] haar heeft misleid met onjuiste informatie over de feiten en omstandigheden rondom zijn claim tot vergoeding van schade na een autobrand en dat de (al uitgekeerde) schade daarom niet voor vergoeding in aanmerking komt. Zij stelt daarom en op grond van artikel 15 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) recht te hebben op betaling door [naam gedaagde] aan haar van een bedrag van € 5.666,25 (€ 3.206,00 wegens de uitgekeerde schade en € 2.460,25 wegens onderzoekskosten). Ook is [naam gedaagde] ingevolge de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten € 658,31 aan haar verschuldigd, alsmede btw daarover van € 138,25 en wettelijke rente, tot 17 februari 2020 berekend op

€ 453,94, aldus [naam eiser].

2.3.

[naam gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Ten eerste betwist hij dat [naam eiser] zijn contractuele wederpartij is, vervolgens betwist hij de juistheid van de gestelde grondslag van de vordering en ten slotte betwist hij op de hoogte te zijn geweest van gebreken aan de motor van de auto. Van het verstrekken van onjuiste informatie is volgens hem geen sprake geweest.

3 De beoordeling

3.1.

De kantonrechter acht het in dit geval aangewezen dat [naam eiser], bij conclusie van repliek, nader zal reageren op de verweren in de conclusie van antwoord. Vervolgens krijgt [naam gedaagde] de gelegenheid om daar schriftelijk, bij conclusie van dupliek, op te reageren.

3.2.

Vervolgens zal de kantonrechter vonnis wijzen, tenzij een mondelinge behandeling alsnog wenselijk is.

3.3.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4 De beslissing

De kantonrechter

4.1.

verwijst de zaak naar de rol van vrijdag 7 augustus 2020 voor conclusie van repliek aan de zijde van [naam eiser];

4.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.